De sanering van de overheidsfinanciën dreigt extra zwaar te worden door een 'voorraad' van de bedrijven. Als ze die - meer dan 12 miljard euro notionele-interestaftrek - aanspreken om hun winst te drukken kan dat uitlopen op een belastingderving van ruim 4 miljard.

'De werkgeversorganisaties en de N-VA zijn heel hard van leer getrokken tegen de voorstellen van formateur Elio Di Rupo (PS) om de overheidsbegroting opnieuw in evenwicht te krijgen met een saneringsoperatie die tegen 2015 oploopt tot 22 miljard euro. Volgens hen gaat dat gepaard met een tsunami van belastingverhogingen voor de ondernemingen. Maar dat is van de pot gerukt. De inspanningen moeten eerlijk en evenwichtig verdeeld worden en elke besparingsmaatregel of belastingverhoging zal door iemand betaald worden. In het kader van de vennootschapsbelasting wil Di Rupo terecht een aantal fiscale gunstmaatregelen voor grote bedrijven terugschroeven, terwijl de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) worden ontzien. Niets meer en niets minder.' Dat zegt SP.A-Kamerlid Dirk Van der Maelen.

De fiscale specialist van de Vlaamse socialisten vindt dat de klaagzang aan werkgeverszijde over de te hoge belastingdruk (met een nominaal tarief van 33,99 procent) stilaan lijkt op 'een grijsgedraaide plaat'. Hij grijpt voor dat oordeel terug naar een recent antwoord van minister van Financiën Didier Reynders (MR) over de belastingen die de vennootschappen voor hun resultaten in 2009 (aanslagjaar 2010) betaalden. Daaruit blijkt dat die resultaten en de winsten door de economische crisis zijn teruggevallen, maar vooral ook dat het werkelijke belastingtarief voor de bedrijven intussen is gedaald tot onder de 12 procent. Dat is meer dan 4 procentpunt minder in vijf jaar (zie grafiek) .

 

 

grafiek knack over vennootschappen in België

 

'En het zijn de grote vennootschappen die met zowat die hele belastingverlaging zijn gaan lopen', aldus Van der Maelen. Het werkelijke tarief voor kmo's, die overigens al onderworpen zijn aan een verlaagd tarief (dat kan gaan tot net geen 25 procent), is in dezelfde periode aanzienlijk minder (goed 2 procentpunt) gedaald.

Van der Maelen: 'De stelling van Unizo-topman Karel Van Eetvelt dat de overheid al het belastinggeld bij de ondernemers haalt, wordt voorts ook tegengesproken door Eurostat. Het statistische bureau van de EU vergelijkt op basis van de nationale rekeningen de impliciete belastingtarieven. Zo blijkt dat de vennootschapsbelasting in ons land intussen meer dan 4 procentpunt onder het Europese gemiddelde ligt en dat de inkomsten uit die belasting goed zijn voor 5,8 procent van alle belastingopbrengsten tegenover 7,8 procent in de rest van de EU. Met een impliciet tarief van 41,5 procent voor de inkomsten uit arbeid - belastingen en sociale bijdragen - zit België volgens Eurostat dan weer 5,4 procentpunt boven het Europese gemiddelde.'

De forse vermindering van het werkelijke belastingtarief voor vennootschappen is in grote mate in de hand gewerkt door de notionele-interestaftrek. Door die maatregel - in 2005 door Paars II ingevoerd omdat ons land van Europa niet langer alleen de coördinatiecentra van grote en internationale vennootschappen fiscaal mocht steunen - komt sinds het aanslagjaar 2007 ook de inbreng van eigen middelen voor de financiering van de bedrijfsactiviteiten met een fictieve interestvoet in aanmerking om de vennootschapsbelasting te drukken.

Volgens nieuwe gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën is voor het aanslagjaar 2010 een totale notionele-interestaftrek toegekend van 16,4 miljard euro. De (bruto) fiscale kosten (of minderopbrengsten) daardoor zijn goed voor 5,6 miljard. Dat is tien keer meer dan in 2005 door minister Reynders werd geraamd. Ondanks de economische crisis is het ook nauwelijks minder dan in het aanslagjaar 2009, toen de toegekende notionele-interestaftrek 17,3 miljard bedroeg en de bruto fiscale kosten in de richting van 6 miljard opschoven.

Van der Maelen voert al geruime tijd een heuse kruistocht tegen die, in zijn ogen, 'buitensporige gunstmaatregel' en gaat daarover voortdurend in de clinch met de werkgeversorganisaties en de centrumrechtse partijen. Volgens Van der Maelen trekken de kmo's ook voor de notionele-interestaftrek aan het kortste eind (voor het aanslagjaar 2009 kregen ze 925 miljoen of amper 5 procent van de aftrek toegekend). Hij ziet ook weinig of geen resultaten op het vlak van investeringen en werkgelegenheid. Evenmin is hij onder de indruk van het feit dat het eigen vermogen van de bedrijven met honderden miljarden is toegenomen. 'Hun solvabiliteitsratio is in elk geval niet versneld gestegen, want hun schulden zijn evenredig de hoogte in gegaan', aldus Van der Maelen. 'Dat wijst ook op het veelvuldig gebruik van de double dip -techniek: een vennootschap leent geld en mag daarvoor een belastingaftrek toepassen; vervolgens wordt dat geld als eigen kapitaal ingebracht bij een dochteronderneming en wordt ook nog eens een beroep gedaan op de notionele-interestaftrek.'

Aan het begin van 'de grootste saneringsoperatie van de voorbije decennia' dreigt die aftrek ons nog op een andere manier zuur op te breken volgens het SP.A-Kamerlid. Als vennootschappen meer notionele-interestaftrek kunnen inbrengen dan hun winst, mogen ze het overschot aan aftrek gedurende zeven jaar overdragen. In 2008 en 2009 bedroeg dat overschot ongeveer 20 procent en in 2010 zelfs 43 procent. Op die manier is een 'voorraad' aan notionele-interestaftrek van 12,6 miljard euro aangelegd.

'Dat is een stuwmeer van belastingvermindering. Als dat leegloopt, kan dat leiden tot een belastingderving van meer dan 4 miljard', aldus Van der Maelen. Volgens minister Reynders is het echter niet zeker dat het zo'n vaart loopt. 'Een aantal ondernemingen zal de structurele overschotten aan aftrek voor risicokapitaal wellicht nooit integraal benutten', meent hij. Van der Maelen: 'Reynders gelooft dat misschien, maar ik niet. Grote bedrijven schuiven met hun winsten bij ons en in het buitenland. Zij zullen hun voorraad zeker aanspreken. Als ik ongelijk zou hebben, is er voor de minister alleszins ook geen reden meer om zich te blijven verzetten tegen een afschaffing van de overdraagbaarheid van de notionele-interestaftrek.'

Van der Maelen pleit voor het laten 'uitdoven' van de notionele-interestaftrek. Zo ver gaat formateur Di Rupo niet. Hij wil wél de misbruiken aanpakken. Andere voorstellen gaan onder meer over het afschaffen van de overdraagbaarheid en een verlaging van de toegepaste interestvoet tot 3 procent (en 3,5 procent voor kmo's). Van der Maelen: 'De totale aftrek zou op die manier worden teruggebracht tot ongeveer 10 miljard euro. Dat is nog altijd zes tot zeven keer meer dan oorspronkelijk geraamd. Maar de formateur ontvet de maatregel en hij ontziet de kmo's. Daarom vind ik zijn ideeën evenwichtig en de goede richting uitgaan.'

Dat laatste geldt volgens Van der Maelen ook voor voorstellen van Di Rupo om het stelsel van de 'definitieve belaste inkomsten' (met nu een vrijstelling voor dividenden die een Belgische onderneming van een buitenlandse vennootschap krijgt en zodoende vaak een dubbele niet-belasting) en de vrijstelling van meerwaarden op aandelen (goed voor 40 miljard euro per jaar) aan striktere voorwaarden te onderwerpen.

Volgens Van der Maelen zijn dat aanzetten om te komen tot een 'systemische hervorming van de vennootschapsbelasting' met veel minder fiscale uitzonderingsregels, een bredere belastingbasis en een lager nominaal belastingtarief. 'Dat tarief is nu hoog in ons land. Tegelijk doen de diverse gunstsystemen de belastingbasis voor de vennootschappen met twee derde slinken, maar dan op een zeer ongelijke wijze. De grootste ondernemingen betalen haast geen belastingen en de kmo's relatief veel. Die benadering moeten we doorbreken. Dat is ook de marsrichting van de EU. Er is een nieuwe Europese verordening in de maak om de belastbare basis voor vennootschappen te harmoniseren. Als die er eenmaal is, zal het gedaan zijn met de notionele-interestaftrek.'

© 2011 Roularta Media Group