“Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen dat vrijheidsberovende maatregelen als eenzame uitsluiting en fixatie iets opleveren”, zegt Freya Van den Bossche. “Een andere aanpak kan wel werken. Die aanpak vraagt investeringen in de infrastructuur en in de opleiding en vorming van hulpverleners.”

 Nog al te vaak krijgen kinderen en jongeren in psychiatrische afdelingen te maken met vrijheidsberovende maatregelen zoals afzonderings- en fixatietechnieken. “Nochtans is er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat dergelijke maatregelen een heilzaam effect hebben”, zegt Vlaams parlementslid Freya Van den Bossche: "Integendeel, studies wijzen op het problematische karakter van vrijheidsberovende maatregelen bij kinderen en jongeren. Het gebruik ervan kan de therapeutische relatie tussen de cliënt en de hulpverlener ernstig aantasten". 

 Van den Bossche wijst erop dat in veel landen eenzaam afzonderen wettelijk verboden is. “Bovendien zijn er voldoende alternatieven beschikbaar. Zo heb je bijvoorbeeld zogenaamde 'seclusion areas' of afzonderingsafdelingen, waarbij een cliënt nooit alleen is maar toch gescheiden van anderen zorg kan ontvangen. Waarom nog isoleren en fixeren als het anders kan?" 

 Daarom dient Freya Van den Bossche samen met haar collega’s Bart Van Malderen en Jan Bertels een voorstel van resolutie in waarin ze pleiten voor een verbod op eenzame afzondering en fixatie onder de 16 jaar. “Enkel in uitzonderlijke situatie zou men nog mogen overgaan tot afzondering of fixatie. Om te komen tot een globale aanpak zonder dwangmaatregelen moeten niet alleen inspanningen gebeuren op het vlak van opleiding en vorming van de hulpverleners, er moet daarnaast ook voldoende geïnvesteerd worden in de infrastructuur en architectuur van afdelingen in de kinder- en jeugdpsychiatrie en jeugdhulpvoorzieningen.”