De verlaging van de btw op elektriciteit is op dit moment de maatregel met de meeste inpact, stelt John Crombez. Met maximaal effect voor onze competitiviteit en goed voor 11.000 jobs in vijf jaar.

De btw-verlaging op elektriciteit is niet hét wondermiddel. Het is wel binnen de bestaande budgettaire mogelijkheden op dit moment de maatregel met de meeste impact.

Econoom Gert Peersman (Universiteit Gent) stelde in De Standaard vragen over de berekeningen van het Planbureau over het positieve effect van een btw-verlaging (DS 8 oktober). Het is belangrijk dat deze vragen worden gesteld en dat deze discussie wordt gevoerd, want ik begrijp het ongeloof van sommige economen. We hadden dat ook. Een lastenverlaging zou beter zijn dan de impact van een btw-verlaging, dachten wij ook. Toch geven de berekeningen van het Planbureau een ander resultaat. In belangrijke mate is de timing hiervoor verantwoordelijk. Maar, ik herhaal, ik begrijp de verwondering.

Een paar elementen van de twijfel van Peersman verbazen me wel, omdat ze geen rekening houden met recente maatregelen. Daardoor strookt zijn conclusie niet met de werkelijkheid. Peersman zegt dat de effecten van de btw-verlaging niet duurzaam zijn. Na een zekere tijd zouden de elektriciteitsbedrijven hun prijzen verhogen. Gevolg zou zijn dat de gezinnen minder of geen voordeel zouden hebben dan in de berekeningen van het planbureau.

Als econoom ben ik zelf ook vertrouwd met deze theorie. Meer zelfs: ze klopt. Maar ze gaat niet in alle omstandigheden op. Peersman weet dit uiteraard ook. Hij haalt zelf aan dat deze prijsverhoging niet mogelijk is in een markt die daadwerkelijk concurrentieel is. In 2 jaar tijd is de marktdominantie van de marktleider afgekalfd van ruim 60 naar ongeveer 40 procent. Er zijn sterke concurrenten. Ik ken weinig voorbeelden van markten met een soortgelijke dynamiek. Getuige hiervan de honderden euro's die veel gezinnen konden uitsparen op hun energiefactuur het afgelopen jaar. Eerste reden om deze verlaging nu wel te overwegen.

Er is een tweede en nog crucialer element dat Peersman, en met hem blijkbaar een aantal andere economen, over het hoofd ziet. Ik verwijs hier naar het vangnetprincipe en de benchmarking met de rest van West-Europa. Deze ondertussen wettelijk verankerde principes zijn vernieuwend en nog veel te weinig gekend. Beide vallen onder het toezicht van de Creg. Concreet wordt het bijzonder moeilijk om prijzen zonder reden aan te passen. Het effect hiervan op de prijsevolutie van elektriciteit op de langere termijn is zeer belangrijk en ook in deze discussie is het cruciaal.

Het vangnetprincipe houdt in dat de elektriciteitsbedrijven hun prijzen voor variabele contracten maar eenmaal per kwartaal mogen verhogen en dit volgens per koninklijk besluit vastgelegde indexeringsparameters. Ook hun basistarieven voor nieuwe contracten worden in de gaten gehouden door de Creg. Een verhoging die de btw-verlaging zou opeten, zal door de Creg nooit getolereerd worden.

Voor de duidelijkheid, dit is niet het enige argument dat Peersman aanhaalde. Een aantal andere argumenten snijden wel degelijk hout, en we hebben er ook rekening mee gehouden. De btw-verlaging op elektriciteit is niet hét wondermiddel. Het is wel binnen de bestaande budgettaire mogelijkheden op dit moment de maatregel met de meeste impact. We kunnen een maximaal effect op onze competitiviteit sorteren en in 5 jaar bijna 11.000 jobs extra jobs creëren.

**Bekijk John Crombez in Terzake (08/10/2013) hier**.