Vandaag 15 februari zaten gedeputeerden Ludwig Caluwé, Marc Florquin en Ann Schevenels en afgevaardigden van de betrokken gemeenten voor het eerst samen in het gemeente huis van Heist op den Berg voor de aanpak rond de N10 (Aarschot – Lier).

Vijf doelstellingen:
- Opmaken van een gemeenschappelijke visie die vertrekt vanuit de detailhandel.
- Randvoorwaarden definiëren voor winkelarme gebieden die een grensoverschrijdende impact hebben. Dit gebeurt in overleg met de betrokken gemeenten.
- Mogelijkheden voor herstructurering in clusters of retailparken  of gemengde zone in kaart brengen. Actieplannen worden opgemaakt in overleg met de betrokken gemeenten, de provincie, de retailers en de projectontwikkelaars. Aan de hand van deze actieplannen kan men bestaande vergunde winkels herstructureren in clusters of retailparken. Daarbij wordt ook rekening gehouden met nood aan open ruimte, KMO-zones, enz…
- Modellen van verevening (compensatie wanneer retailinplanting op grondgebied van gemeente X komt, maar gemeente Y er wel last van ondervindt. Ondertussen profiteert gemeente X ten volle. Nastreven naar een faire verdeling van voor- en nadelen), ruilverkaveling, enz… toetsen en in een case ontwikkelen.
- Opmaken van een actieplan met een verbetertraject van de huidige situatie per baanlint dat verder in provinciale en/of gemeentelijke RUP’s wordt gegoten.

De drie provincies (Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen) treden op als co-promotoren en nemen een bovengemeentelijke rol op. De steden en gemeenten zijn van bij de start ten volle betrokken als evenwaardige partners voor de realisatie van de verschillende doelstellingen van het EFRO-project.

De provincie Antwerpen neemt de coördinatie van het project op, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen zijn de andere provinciale partners. Voor elk van de provincies werken de diensten economie samen met de diensten ruimtelijke planning. Deze geïntegreerde aanpak kan een voorbeeld zijn van een kwalitatieve sectoroverschrijdende aanpak.

Bekijk hier enkele sfeerbeelden.