“IMF pleit voor hogere belasting op elektriciteit”, zo luidt de ronkende titel van De Standaard vandaag. Op zijn zachtst gezegd is die titel misleidend. Meer nog, nergens in het hele rapport pleit het IMF voor een hogere btw op elektriciteit. “Wat het IMF daarentegen wél zegt, is dat belastingen op en subsidies voor energie even hoog moet zijn als die op andere consumptiegoederen. En dat is iets totaal anders”, zegt sp.a-voorzitter John Crombez.

“Elektriciteit is een basisbehoefte voor de gezinnen, een basisconsumptiegoed. Daarom hebben wij er in de vorige regering voor gezorgd dat de btw verlaagd werd van 21% naar 6%. Deze regering beschouwt elektriciteit blijkbaar als een luxegoed, dat een btw van 21% rechtvaardigt. Nochtans denk ik niet dat één gezin ‘s avonds een lamp minder doet branden of de frigo uitzet, omdat het luxe zou zijn. Het is gewoon levensnoodzakelijk.”

Net zoals aardgas trouwens. “Daar geldt nog een btw-heffing van 21%”, benadrukt Crombez. “Als deze regering het advies van het IMF wil volgen, weet ze meteen wat haar te doen staat. Ze kan gezinnen een duw in de rug geven door ook voor die basisbehoefte de btw te verlagen naar 6%.” “Deze regering maakt werk van een tax shift, beweert ze. Maar die tax shift wordt steeds meer de shift van de omgekeerde herverdeling”, zegt Crombez. “De verlaging van de btw op elektriciteit naar 6% betekent een échte lastenverlaging voor gezinnen. Als de regering daar nu mee komaf maakt, betekent dat eigenlijk maar één ding: ze wil geen lastenverlaging - of tax shift - voor gezinnen.”

sp.a vindt dat andere keuzes mogelijk zijn in plaats van nog maar eens opnieuw gezinnen op kosten te jagen. “Er zijn tal van andere opties waar deze regering de ogen voor blijft sluiten, zoals een rechtvaardige bijdrage van inkomen uit kapitaal. Dat zou pas een échte tax shift en zuurstof voor de gezinnen betekenen, in plaats van de btw op een basisbehoefte als elektriciteit te verhogen.”