Antwerpen groeit en verjongt. Bedoeling van ons onderwijsplan is om alle jongeren in onze stad optimaal onderwijs te verstrekken en hen de kans te bieden zich te ontplooien tot vrije en verantwoordelijke burgers die een bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. Elke jongere moet naar eigen vermogen in het onderwijs kunnen deelnemen en het onderwijs moet elke leerling eerlijke kansen geven.

Da’s makkelijker gezegd dan gedaan. De Antwerpse scholen staan voor grote uitdagingen. De klassen zijn vaak groot, de leerlingen divers. De sleutel voor sp.a is: ondersteuning. Ondersteun leerkrachten zodat ze kunnen doen wat ze goed doen: lesgeven. We moeten de schoolteams maximaal ondersteunen. Tegelijk moet er gekeken worden naar de verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen: ouders, leerlingen/jongeren maar de scholen.

Want eén op vijf jongeren verlaat de school zonder diploma. Dat percentage moet naar beneden. Op tien jaar tijd gaat het om zowat 14.000 jongeren. Dat is niet alleen erg voor die jongeren, maar ook voor de samenleving. Die ziet talent verloren gaan, terwijl er veel werkaanbod is.

Om te zorgen dat elke Antwerpse school het beste kan halen uit elk kind, gaan we voor:

Eerlijke, rechtvaardige scholen: Iedereen gelijke kansen. Een eerlijk en klantvriendelijk aanmeldsysteem. Co-teaching (2 lesgevers per klas) voor meer differentiatie, een refterrevolutie met een gezonde lunch voor elk kind, een huiswerkevolutie: huiswerk maak je op school.
De beste leerkrachten: coaching voor beginnende leerkrachten, twee mensen per klas, ondersteuningsteams voor speciale noden, promotie van lerarenopleiding in ’t stad.
Scholen midden in de samenleving: betere voor- en nabewaking met opgeleide begeleiders en echte activiteiten, de school als spil in de buurt via buurtorganisaties, detecteren en opvolgen van moeilijke thuissituaties, investeren in ouderbetrokkenheid.
Een stadspact voor onze BSO en TSO jongeren: een gegarandeerde werkplek voor elke jongere met beroepsopleiding
Een uitstroomplan voor alle netten:  om te zorgen dat bijna elke jongere een diploma haalt: de ongekwalificeerde uitstroom moet van 20% naar max 5%


1. Rechtvaardige scholen halen het beste uit elk kind 


Rechtvaardige scholen zijn scholen die excellent onderwijs koppelen aan het maximaal terugdringen van de ongelijkheid tussen hun leerlingen. Ze hebben geen financiële drempels, leggen de lat hoog, besteden aandacht aan het individu, zijn een spiegel van de buurt, en schoolresultaten zijn niet afhankelijk van je afkomst.


  • Een groot aantal Antwerpse scholen is al (bijna) rechtvaardig. In eerste instantie willen we focussen op basisscholen met veel leerlingen uit kansengroepen om hen te ondersteunen.
  • Met voldoende plaatsen rekening houdend met de bevolkingsaangroei
  • Met een populatie die de weerspiegeling is van de wijk. Alle scholen nemen deel aan het centraal aanmeldsysteem. Dat CAR moet laagdrempeliger en klantvriendelijker worden door bv een website waar alle scholen in Antwerpen voorgesteld worden.
  • Met kleinere klassen of met meer dan één leerkracht per klas (co-teaching), te beginnen bij het 1e en 2e studiejaar lagere school.
  • Met taalondersteuning gedurende de hele schoolcarrière.
  • Met een buddy voor kinderen die extra zorg nodig hebben.
  • Samen met het tutoraat van de Antwerpse Associatie.
  • Met de stad als regisseur.
  • Met de meest effectieve besteding van de extra middelen voor kansarme kinderen.
  • Waar elke leerling in elke school in het zesde leerjaar/na derde graad sterk staat.
  • Maximale leerwinst.
  • Het maken van huiswerk in het lager onderwijs is vaak erg afhankelijk van de thuissituatie van kinderen. Kinderen moeten worden aangemoedigd om thuis te lezen, de tafels te oefenen, maar deze taken worden best niet meegenomen in de schoolresultaten. Zelfstandig werken kan ook binnen de schoolmuren. 
  • Waar zittenblijven zo weinig mogelijk voorkomt door te focussen op leerwinst en ieders individueel leertraject en klasgemiddeldes bij te houden.
  • Met uitstel van de studiekeuze.
  • Studiekeuze na eerste graad middelbaar onderwijs of de reorganisatie van het onderwijs in drie graden van vier jaar met 2x4 jaar voorafgaand aan de studiekeuze.
  • Waar een effectief anti-discriminatie- en anti-pestbeleid wordt gevoerd.
  • Met tandzorg op school.
  • Met een refterrevolutie: gezellige ruimtes met voor alle kinderen een gezonde lunch aangeboden door de school via de oprichting van een sociaal economieproject. 


2. Brede scholen midden in wijk en stad


Hoewel heel wat scholen al veel inspanningen doen, blijven onze scholen nog te vaak eilandjes in de wijk. Na schooltijd en in de vakanties blijven de ruimtes en speelplaatsen onbenut. Dat kunnen we ons in een stad, waar de ruimte schaars is, niet permitteren. We zetten in op open, brede scholen waar ook anderen terecht kunnen en waar de school in interactie gaat met de wijk.

 

Dat realiseren we door: 

  • Waar leerlingen, ouders, verenigingen en sociaal middenveld samenwerken.
  • Waar schoolgebouwen ook buiten de lesuren worden benut met een model van coöperatief beheer door buurtorganisaties.
  • Met voorschoolse, naschoolse en middagopvang. Veel ouders hebben het steeds moeilijker om werk en gezin te combineren. De schooluren en klassieke kantooruren matchen niet, om van niet-klassieke werktijden nog te zwijgen. De voor- en naschoolse opvang moet dan ook meer zijn dan opvang en moet bijdragen aan de ontwikkeling van creatieve, sportieve, samenlevingsgerichte vaardigheden.
  • Academies en andere organisaties bieden ’s middags artistieke en culturele vorming aan.
  • We investeren in kwalitatief en opgeleid opvangpersoneel
  • Schoolresultaten hangen ook af en kunnen een aanwijzing zijn van bepaalde thuissituaties. De stad moet regisseur zijn voor de aanpak van meervoudige problemen via scholen. Scholen kunnen problematische thuissituaties detecteren maar niet oplossen. We willen nog meer aanklampend werken samen met sociaal werk, jeugdwerk, wijk- en buurtregisseurs, sportdienst, veiligheidsbeleid… de sociale dienst van het stedelijk onderwijs moet uitgebreid en een echte helpdesk worden voor scholen.
  • Waar ouders tijdens de lesuren Nederlandse taal kunnen volgen: Het KAAP-project wordt uitgebreid. En waar creatief inspanningen gedaan worden om ook moeilijk te bereiken ouders actief te betrekken bij de schoolwerking.

 


3. De beste leerkrachten van en voor ‘t stad 


Volgens prognoses kunnen er tegen eind 2018 in Antwerpen 1.600 leerkrachten aan de slag. Maar 40% à 50% van de startende leerkrachten haakt binnen de 5 jaar af. Dat is dubbel zoveel als in Vlaanderen. Om onderwijzen in de stad opnieuw aangenamer te maken, moet de stad werken aan de randvoorwaarden waarop ze zelf vat heeft, de werkvoorwaarden en de pedagogische ondersteuning van de leerkrachten moeten beter worden. We willen de beste leerkrachten naar Antwerpen en ze hier houden. En aangezien het leerlingenpubliek divers is, moet het lerarenkorps dat ook zijn. We moeten trots zijn op onze diverse doelgroep en daar ook onze sterkte van maken! We zorgen zélf voor voldoende specifieke professionaliseringstrajecten voor onze leerkrachten


 We gaan voor: 

  • Een ervaren coach voor beginnende leerkrachten.
  • Een expertisecentrum ter ondersteuning en professionalisering van alle schoolpersoneel.
  • Permanente aandacht voor het welzijn van leerkrachten.
  • Verplichte risicoanalyse psychosociaal welzijn op elke school.
  • Een divers lerarenkorps: mannen in de basisschool, leraars met migratieachtergrond.
  • Lerarenkorps weerspiegelt diversiteit van de stad.
  • Promotie van lerarenopleidingen voor stedelingen.
  • Een ‘wijkbad’ voor leraars om de leefomgeving van de leerlingen te kennen.
  • Structureel delen van best practices voor scholen en leerkrachten.
  • Netoverschrijdende opleiding en ondersteuning schooldirecties.


 4. Een stadspact voor beroeps- en technisch onderwijs


In Antwerpen staan er vierduizend vacatures open, terwijl vijfduizend jongeren onder de 25 jaar geen job hebben. We moeten onze stielmannen uit Oost-Europa halen terwijl onze jongeren werkzoekend zijn. We moeten een droomplan voor onze jeugd hebben. We willen ons vakonderwijs opwaarderen en de afgestudeerde jongeren naar de arbeidsmarkt begeleiden. Er is structurele aandacht voor een juiste oriëntering waarbij beroepsonderwijs een positieve studiekeuze moet zijn.


 We gaan daarom voor: 

  • Een imagocampagne voor het vakonderwijs voor leerlingen laatste jaar basisschool.
  • Een kwaliteitslabel ‘Made in Antwerp’ voor extra attesten zoals veiligheid of bedrijfsbeheer.
  • Gespecialiseerde opleidingscentra voor alle scholen, ook op stadswerven (learning on the spot).
  • Een publiek-private gereedschapsnatie met basisgereedschap voor alle leerlingen.
  • Een banenpact met het bedrijfsleven: een gegarandeerde werkplek voor jongeren met beroepsopleiding.


5. Een uitstroomplan voor onze jeugd: iedereen een diploma of attest 


Meer dan een vijfde van de Antwerpse jongvolwassenen verlaat de school zonder diploma of beroepscompetentie. Op tien jaar tijd gaat het om zowat 14.000 jongeren.

We hebben extra aandacht voor technisch en beroepsonderwijs, waar de ongekwalificeerde uitstroom vaak erg groot is. Met een urgentieplan wil sp.a de ongekwalificeerde uitstroom tegen 2030 van meer dan 20% naar 5% terugbrengen. Dat lukt in verschillende buitenlandse steden zoals Toronto, Londen en New York, met een netoverschriidend uitstroomplan waarbij scholen worden gesensibiliseerd én verantwoordelijk worden gemaakt voor de uitstroom.

 

  • In eerste instantie basisonderwijs (kleuter- en lagere school) en TSO en BSO. Een goede basisopleiding is voor iedereen noodzakelijk en de hoogst ongekwalificeerde uitstroom vindt plaats in de vakgerichte opleidingen.
  • Helder en meetbaar, niet vrijblijvend.
  • Stedelijke overheid treedt hier op als regisseur/bemiddelaar.
  • Netoverschrijdend als facilitator.
  • In het stedelijk onderwijsnet als inrichtende macht.
  • Scholen behouden pedagogische vrijheid maar zijn verantwoordelijk voor resultaten.
  • Directies krijgen ruimte om aangepast beleid te voeren.
  • Het beleidsvoerend vermogen van de directies wordt verder ondersteund.
  • Met kwaliteitszorg: monitoring en transparantie.
  • Meten is weten. Directies, leerkrachten, leerlingen moeten weten waar ze staan.
  • Centrale data leerlingen, leerkrachten, directies en scholen worden in eenvoudige verstaanbare vorm aangeleverd.
  • Leervolgsysteem over ontwikkeling en studievoortgang.
  • Sterke ondersteuning scholen, directies, leerkrachten en schoolpersoneel vanuit de Dienst Stedelijk Onderwijsbeleid.
  • Geen onterechte B-stroomverwijzingen. Te veel jongeren worden om verkeerde redenen (bv. taalachterstand) doorverwezen naar het beroepsonderwijs.