Uit een nieuwe studie die nota bene besteld was door minister Vandeurzen blijkt nogmaals dat rusthuizen steeds duurder en voor steeds meer mensen onbetaalbaar worden. Voor jan Bertels is dit het zoveelste bewijs dat een maximumfactuur voor de zorgsector nodig is en dat er meer middelen naar de sector moeten gaan.

Een verblijf in een rusthuis kostte in 2017 gemiddeld 620 euro meer dan in 2016. “Die cijfers verbergen  een grotere en onaanvaardbare keuze die deze Vlaamse regering onze woon- en zorgcentra oplegt”, zegt Vlaams parlementslid Jan Bertels: “De woonzorgcentra moeten kiezen tussen minder personeel (dat nu al overvraagd is) of een hogere dagprijs. Dat is geen keuze. Minister Vandeurzen moet eindelijk zijn verantwoordelijkheid nemen en de financiering aanpassen aan de extra zorg die bewoners in een woon- en zorgcentrum nodig hebben. De tijden zijn veranderd. Er zijn gewoon meer handen aan het bed nodig. De Vlaamse regering mag niet meer naast die nieuwe omstandigheden kijken en moet er extra middelen voor vrij maken.”

“Wanneer we gemiddelde prijsstijgingen uitsplitsen volgens type rusthuis zien we dat de commerciële rusthuizen, die al de duurste waren, nog duurder zijn geworden. In 2016 kostte een gemiddelde kamer daar op jaarbasis 21.550 euro, nu is dat 22.615 euro, of zo maar even 1066 euro meer. Ook op de OCMW-rusthuizen zijn 526 euro duurder geworden, maar blijven met een totale kostprijs van gemiddeld 19.590 euro nog 3000 euro per jaar goedkoper dan de commerciële varianten. De social profit-rusthuizen blijven gemiddeld rond de 20.000 euro kosten.”

Voor Bertels is het dan ook duidelijk. “Deze cijfers tonen eens te meer aan dat de rusthuisfactuur onbetaalbaar wordt voor vele gewone Vlamingen. De studie toont ook aan dat onder deze regering de rusthuisprijzen de laatste jaren veel sterker gestegen zijn dan het gemiddeld inkomen. Het is dan ook meer dan ooit nodig om een maximumfactuur in te voeren en een charter over ethisch verantwoord ondernemen op te stellen. Alleen zo kunnen we excessieve winstmarges in de zorgsector een halt toeroepen.”