Het verhaal van Sarah en haar drie kinderen uit Syrië, sinds 2012 in onze familie.

Zoals Anne Franks dagboek nodig was om de wereld de ware omvang van de gruwel tijdens WOII te tonen, hadden wij het beeld van de kleine Aylan, dood op het strand van Bodrum nodig om van de anonieme categorie ‘vluchtelingen’ mensen te maken. Ons vermogen om de omvang en impact van oorlog op het bestaan van mensen te begrijpen, vergt een naam, gezicht en verhaal. We moeten dan ook zoveel mogelijk verhalen van de vluchtelingen vertellen.

Daarom vertel ik het verhaal van Sarah en haar drie kinderen hier. Sarah, Marie, Ilian en Georges uit Damascus maken sinds 2012 deel uit van onze familie.  Dankzij hun indrukwekkende energie en positivisme, en met de steun van velen, gewone mensen en gedreven ambtenaren, bouwen zij vandaag aan hun leven hier, een kans die ze met beide handen gretig grijpen, vastbesloten om veel terug te doen voor onze samenleving die hen warm onthaalde.

Hun verhaal: 
In 2012 startte mijn zus haar allereerste pleegzorgopvang, een spannend moment. Ze besefte toen nog niet hoe deze pleegzorg haar leven zou veranderen. Zij en haar man kregen drie Syrische kinderen van 14, 11 en 5 onder hun hoede. Deze kinderen waren met hun mama gevlucht uit Syrië en verbleven al een tijdje in België. Omdat de mama eind 2012 ziek in het ziekenhuis werd opgenomen, moesten de kinderen tijdelijk opgevangen worden. Zo belandden zij bij mijn zus. Zij ontfermde zich met volle overgave over de kinderen.

Stukje bij beetje werden de vreselijke gebeurtenissen die Sarah en de kinderen hadden doorgemaakt, ons duidelijk. Over de precieze omstandigheden waarom en waarin Sarah, uit een Christelijke familie, Syrië had moeten ontvluchten, blijft het moeilijk praten. Wat duidelijk is, is dat Sarah in Damascus een bemiddelde, gerespecteerde, progressieve vrouw was, één met een masterdiploma, een verantwoordelijke job in het onderwijs en een uitgebreid sociaal netwerk. Een heel fiere mevrouw ook, die wekelijks naar de kapper ging en zich mooie kleren kon veroorloven.

Niets van de luxe of bezittingen bleven over toen ze vluchtte weg van de gruwelen die de oorlog in Damascus meebracht. De tocht van bijna drie jaar verliep na een omzwerving via Turkije, uren dobberen voor de kust van  Griekenland, via de gekende smokkelwegen naar Oostenrijk en Duitsland. De tocht was zeer zwaar en uitputtend voor moeder en kinderen en kostte handenvol geld.

Ze kwamen uiteindelijk terecht in België. Binnen de lokale gemeenschap van een kleine gemeente in Vlaanderen werden ze bijzonder hartelijk opgevangen. De kinderen werden ingeschreven in een lokale school. Ze spraken na amper 3 maanden vloeiend Nederlands en behaalden fantastische schooluitslagen. Zo’n inzet, intelligentie, gedrevenheid hadden ze op school zelden gezien.

Asielaanvraag werd ingediend, maar afgewezen. Een tweede asielaanvraag werd ingediend, alweer afgewezen. Al die tijd hadden ze overleefd dankzij giften van school en kennissen. Ze woonden in een huisje van een huisjesmelker die veel te veel huurgeld opstreek. Sarahs spaarcenten gingen eraan op. Bij het OCMW moest ze niet aankloppen, wegens geen geldige papieren. Ze leefden van giften en goodwill van gewone mensen in de buurt.  Op een dag kregen ze te horen dat ze het land zouden uitgezet worden. Sarah werd radeloos en zonk in een depressie, zag geen uitweg meer. Terug naar Syrië zou haar dood betekenen. Zo belandde ze in het ziekenhuis en de kinderen bij mijn zus. Enkele maanden later was Sarah dankzij de goede zorgen van mijn zus en velen met haar terug te been en veranderde er veel in hun leven.

In deze periode kwam immers eindelijk het verlossende nieuws: de asielaanvraag werd goedgekeurd. Ze kregen volledige erkenning en steun van het OCMW, een leefloon. Sindsdien krijgen ze kans om bij ons hier definitief aan hun toekomst te beginnen. In september 2013 verhuisden ze naar een andere gemeente om daar opnieuw een ander leven aan te vangen. De kinderen waren nerveus voor de nieuwe school en vriendjes, maar ook daar maken ze indruk op de leraars en op de medeleerlingen, omwille van hun gedrevenheid, intelligentie en motivatie om het maximale te halen uit de kansen die hen geboden worden.

Sarah leerde op een mum van tijd Nederlands en slaagt als één van de weinigen niveau na niveau. De inburgering verloopt heel vlot, de kinderen hebben hobby’s (de jongste spring-in-t’veld George is vastbesloten om profvoetballer te worden- want hij wil voor zijn mama een huis kopen - en dit zal hem wellicht ook lukken, getuige het aantal clubs dat hem komt scouten). Mede dankzij de hobby’s van de kinderen wordt ook Sarah opgenomen in de lokale gemeenschap. Iedereen kijkt met veel bewondering en respect naar haar.  Ze krijgt hulp van steeds meer mensen, al was het maar om haar een lift te geven wanneer ze met boodschappen naar huis stapt.

De laatste maanden kwam nog meer goed nieuws: Sarahs masterdiploma wordt erkend als bachelor in de psychologie. Hiermee kan ze eindelijk werk zoeken. Wat heeft ze er zin in! Als psychologe wil ze zo snel mogelijk aan de slag, want alle dagen thuis zitten, wil ze niet. Thuis zitten is niet bevorderlijk voor haar moraal. De dagelijkse beelden en verslaggeving over haar thuisfront, het bange afwachten hoe het gesteld is met haar familie (in 2014 komt een 29-jarige neef om wanneer hij net voorbij komt wanneer een bom een kerk doet ontploffen), de dagelijks skype-sessies met haar broers en oude vader die gepland worden tijdens het ene uur dat er dagelijks elektriciteit is in Damascus, vergen veel van haar gezondheid. Het schuldgevoel, de onmacht, het gemis knagen.

Omdat het dag na dag steeds gevaarlijker wordt in Damascus, wil Sarah het liefst haar familie veilig hier hebben, doch ze willen ginds niet weten van vertrekken. Haar vader reageert fatalistisch: als hij moet sterven, zal het zo zijn, hij wil zijn huis niet verlaten. Haar broers denken er niet aan om te vluchten, want ze willen hun huis, hun job, studies van de kinderen niet achterlaten, ook al is het leven nu bijzonder zwaar en gevaarlijk. Die oorlog zal wel snel voorbij gaan, hopen ze.

Tot twee maanden geleden een van haar broers het bericht krijgt dat zijn oudste zoon, die laatstejaars student burgerlijk ingenieur is, door Assad wordt opgeroepen om in het leger te gaan strijden. Wanneer weinige dagen later bij een bomaanslag op de universiteitscampus van Damascus ook nog drie doden vallen, beseffen de broers dat vluchten de enige optie is als ze hun zoon niet willen opofferen. Hun vrouwen en kinderen en de vader van Sarah blijven achter. 

Sarah volgt de gevaarlijke tocht van haar broers op de voet, van uur tot uur. Ze is blij te vernemen dat haar broers bij de gelukkigen waren die worden opgepikt door het cruiseschip dat Europa uitstuurde, ze is als de dood toen het nieuws kwam om de 71 dode mensen opgesloten in een truck in Oostenrijk. Immers haar broers trekken op dat moment ook door Oostenrijk.  Na een eindeloze dag en nacht komt het bevrijdende telefoontje. Ze leven nog!

Na een tocht van anderhalve maand zijn haar broers vorige week aangekomen in Nederland. Hoewel Sarah triest is om haar broers dermate verzwakt terug te zien, is het weerzien ongemeen ontroerend voor allen. Tegelijk rijzen duizenden vragen: waar het best asiel aanvragen, hoe de achtergebleven familieleden ook hier krijgen, .... Ook al zijn ze blij dat ze nu veilig zijn, voelen de broers zich bijzonder ontheemd, overstuur omwille van het vreemde hier, de andere taal, andere gewoontes, ander eten, andere landschappen, andere temperaturen,…  Ze voelen angst voor het ongewisse van hun toekomst, het gemis en de angst voor de familie die is achtergebleven in het gevaar.

Sarah wil nu voor haar broers zorgen, maar binnenkort begint ze ook aan een ander hoofdstuk in haar leven. Ze heeft een job aangeboden gekregen in een school en zal haar professionele carrière hier kunnen uitbouwen, iets waar ze al lang naar uitkijkt, maar is tegelijk onzeker over zichzelf, heeft twijfels of het allemaal wel zal lukken. Maar ze wil het, en de kinderen ook, want ze zien hun mama niet graag elke dag aan de computer zitten, opgeslorpt door wat op het internet verschijnt,  die gruwelijke beelden elke dag opnieuw.

Sarah en de kinderen willen nu zo snel mogelijk een normaal leven krijgen en slagen daar buitengewoon goed in. De kinderen hebben hobby’s, vriendjes, zingen mee met alle liedjes op de radio (Marie’s grootste droom is een ontmoeting met Max Colombie van Oscar and the Wolf), ze spelen mee met spelprogramma’s als Blokken, eten dagelijkse kost en zijn zich bewust van welke gevaren ze ontsnapt zijn, welk mooi leven hier voor hen ligt, een mooie toekomst waarvoor ze elke dag werken. Sarah is dankbaar voor de kans die ze hier krijgt en geniet van de toekomstperspectieven die haar geboden worden. Ze wil werken, het beste voor haar kinderen, haar broers en hun gezinnen, maar blijft vooral hopen op een einde aan de gruwel in haar moederland én haar vader terug zien …

Sarah’s verhaal is één van de vele. Ieder van de vluchtelingen die nu de weg naar Europa zoeken heeft zijn eigen verhaal. Zolang het om een anonieme massa gaat, is het gemakkelijk om te redeneren over abstracte principes, zoals schuld of onschuld, wetgevingen en regels, de aanslag op ons sociale zekerheid, hoeveel nieuwkomers onze samenleving aankan etc.  Maar wanneer de verhalen dichtbij komen, en de problemen een gezicht krijgen, gaan die redeneringen niet langer op. Het gaat om mensen zoals wij allen, die in een situatie van gevaar een weg zoeken om te overleven. Het gaat ook om mensen die bereid zijn te helpen en niet wegvluchten voor problemen. Immers, het gaat vooral over mensen uit de middenklasse, hoogopgeleid, die kennis en geld hebben om de vlucht aan te kunnen vatten. Immers, de armen, zieken, ouderen blijven in Syrië, Irak, … achter. De zwakkeren kunnen zelfs niet vluchten. Voor hen doen we helemaal niets. De vluchtelingen helpen gaat om de basiswaarden van een samenleving, ja, om fundamentele mensenrechten. Die rechten zijn vastgelegd in verdragen, maar moeten vooral uit ons hart komen.

PS: voor deze tekst te publiceren, heb ik hem aan Sarah laten nalezen ter correctie en goedkeuring. Sarah stond erop dat ik deze woorden uit haar mond toevoegde. Sarah: “Het was heel moeilijk om mijn emoties en pijn te uiten en te tonen aan de wereld. En nog moeilijker om hulp te vragen, want ik ben liever onafhankelijk en help het liefst anderen. Maar voor de eerste keer laat ik jullie een deel van mijn verhaal lezen en mijn pijn voelen. Ik doe het om jullie hulp te vragen voor de oorlogsvluchtelingen, want ze hebben die echt nodig.”

Foto vluchtelingenkamp Bashabsheh: KHALIL MAZRAAWI/AFP/GettyImages