In 1992 werd ik bestuurslid van de Poperingse sp.a-afdeling. 25 jaar later zit ik er nog, en met goesting! Het is vandaag voor mij dus een wat speciale 1 mei. Ik was al bij al nog een snotneus bij mijn eerste bestuursvergadering. En het waren toen ook best wel bewogen tijden. Zwarte Zondag lag net achter ons. Wetenschappers, opiniemakers en toppolitici braken zich het hoofd over de alsmaar groter wordende kloof met de burger. Over één ding was iedereen het eens: er was dringend nood aan politieke vernieuwing.

25 jaar later heeft de politiek de grote vraagstukken van toen nog altijd niet opgelost. Wel integendeel, ze lijken alsmaar complexer te worden. ‘Red de democratie’, schrijft Luc Huyse. Hij, en met hem vele anderen, zien een absolute nood aan een grondige renovatie van ons politiek bestel. Veelal staat de mondige burger dan centraal. Die kan het eigenlijk best wel alleen af, zonder al die ingewikkelde toestanden die je krijgt met een representatieve democratie waarin politieke partijen een structurerende rol opnemen. En trouwens, nu we het toch over partijen hebben. Die zijn volgens sommigen echt niet meer van deze tijd, want ze durven al eens te spreken over – godbetert – een tegenstelling tussen links en rechts. Alsof dat nog zou bestaan. Zelfs Emmanuel Macron, van wie ik ootmoedig moet toegeven toch wel wat fan te zijn, durft er zich aan te bezondigen door te zeggen dat hij niet links is, maar ook niet rechts. Al lijkt hij zijn leven te beteren nu hij tijdens een interview met Yann Bartes aangaf eigenlijk ‘de droite et de gauche’ te zijn.

Partijen zouden dus op de schop kunnen. We installeren rap-rap een deliberatieve democratie en klaar is kees…

Sta me toe hier heel sterk aan te twijfelen. Ik zie rond mij vooral veel mensen die nood hebben aan houvast. Die in een alsmaar sneller veranderende omgeving moeite hebben om aan te klampen. Mensen die zich afvragen of we onze planeet niet in sneltreinvaart naar de verdoemenis aan het helpen zijn. Mensen die schrik hebben van een op hol geslagen globalisering, die West-Europese jobs lijkt weg te vreten. Mensen die schrik hebben van elkaar, omwille van huidskleur of geloof. Tegen al die mensen zouden we dus moeten zeggen ‘zoek het nu zelf maar uit in een gezellig burgerplatform’. Met permissie, maar daar geloof ik niet in.

Ik belandde 25 jaar geleden bij de socialisten omdat ik sterk geloofde dat we enkel via collectieve actie kunnen zorgen voor vooruitgang van eenieder. Maatschappelijke en sociaaleconomische gelijkheid nastreven doe je niet op je eentje. En hoe vrij elk individu ook moge zijn, we hebben allemaal een verantwoordelijkheid voor elkaar en voor het collectief.

We kunnen elkaar wel wijsmaken dat elk succes louter en alleen het gevolg is van persoonlijke inspanningen. Maar laten we dan vooral niet uit het oog verliezen dat de voedingsbodem waarop dat succes kan groeien, bijna altijd het gevolg van collectief verworven voorzieningen zal zijn. Zoals daar zijn kwalitatief onderwijs, een leuke buurt om in te wonen, een ziekteverzekering waar je kunt op terugvallen of een klimaat dat ondernemers stimuleert.

Laat ons te midden van alle immense uitdagingen ook niet vergeten dat er al heel veel gerealiseerd werd. Ik ben persoonlijk nogal van fan van Rutger Bregman. Wie minder bekend is met het werk van deze Nederlandse historicus en columnist moet er zijn schitterende ‘Vroeger was alles slechter’ zeker eens op nalezen.

De vaststelling dat we al een hele weg hebben afgelegd, mag ons natuurlijk niet blind maken voor de uitdagingen van deze tijd. De groeiende kloof tussen zij die alles hebben en diegenen die alsmaar minder hebben, de woede om de almacht van multinationals en grootkapitaal, de verontwaardiging over een gebrek aan politiek fatsoen of het totaal ontbreken van burgerzin. Het zijn stuk voor stuk vraagstukken waar we een antwoord moeten op vinden. We moeten een nieuw verhaal schrijven van collectieve vooruitgang. Een verhaal dat de nadruk legt op ‘samen’-leven. Dat verbindt in een gemeenschappelijk streven gericht op vooruitgang voor alle mensen.

Ik blijf sterk geloven dat de partij waar ik 25 jaar geleden lid van werd, in staat moet zijn op deze vragen een antwoord te vinden. Dat er geen reden is om in een hoekje te zitten kniezen. We moeten integendeel vol durven gaan voor een samenleving waarin zorgen voor elkaar inderdaad niet verdacht is. De nieuwe sociale garantie waar nationaal voorzitter John Crombez voor pleit, is meer dan noodzakelijk. Tezelfdertijd moeten we ook duidelijke antwoorden formuleren op de vele andere zorgen van mensen. Zodat we met respect voor de planeet opnieuw vreedzaam met elkaar zouden kunnen samenleven. Zonder schrik voor kleur of geloof, maar in onderlinge verbondenheid als schakels aan één sterke collectieve ketting!

Ik ben alvast bereid om mijn bijdrage te leveren!

(*) In het Nederlands vertaal je ‘En Avant’ als ‘Vooruit’. Een titel met een knipoog naar Frankrijk.