Het ‘regent’ klimaatvoorstellen: kleine en grote, ernstige en minder ernstige, realistische en minder realistische. Op zich is dat goed, zo blijft het debat actueel, maar er moet  schot in de zaak komen. Een duidelijk opiniestuk van voormalig gedeputeerde Ludwig Vandenhove.

Een niveau wat ik de laatste maand weinig hoor vernoemen, zijn de gemeentebesturen. Nochtans staan de gemeenten het dichtst bij de burger en kunnen zij veel betekenen qua sensibilisering en kleinere en grotere acties.

Misschien heeft het te maken met heel wat nieuwe gemeentebesturen en de situatie dat nieuwe verkozenen zich moeten inwerken. Maar een reden kan ook een zekere vorm van klimaatmoeheid zijn en het gegeven dat alle inspanningen van gemeenten weinig voorstellen ten opzichte van het mondiaal gegeven van de klimaatproblematiek.  De stelling van partijen, zoals de N-VA, dat de oplossing in eco-realisme ligt met de nadruk op technologisch en wetenschappelijk onderzoek, zal hier zeker ook geen goed aan doen.

We moeten onszelf en de bevolking geen schuldgevoelens aanpraten, maar we moeten ze eveneens niets wijsmaken: iedereen zal op haar/zijn plaats, in functie van de financiële en sociale mogelijkheden (klimaatrechtvaardigheid!), moeten bijdragen aan een oplossing. En die oplossing zal een aanpassing van ons systeem en van onze manier van leven zijn, niet een oplossing van een probleem of een vraagstuk in de traditionele betekenis van het woord (“is dat probleem nu nog niet opgelost?”). 

Het is al lang geen vraagstuk meer van of, of ,maar van én, én, én,…. Daartoe zijn de gemeenten, uiteraard liefst binnen een globaal institutioneel kader (EEN klimaatwet! (1)), mijn inziens het ideale niveau en kunnen organisaties, zoals de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), een belangrijke rol spelen.

De huidige Vlaamse regering heeft de subsidiëring van de duurzaamheidsambtenaren in de gemeenten afgeschaft, waardoor deze afgedankt zijn of minimum een andere en/of bijkomende taak gekregen hebben.

Waarom zou Vlaanderen niet overwegen om deze functie opnieuw te subsidiëren, eventueel voor een groep van gemeenten samen?

De rol van de provincies en aanverwante organisaties (bijvoorbeeld Regionale Landschappen, Bosgroepen, vzw Duurzaam Bouwen Limburg (DuBo-Limburg), vzw Steunpunt Buurtopbouwwerk (STEBO)) is hierin evenzeer van belang.

Als voormalig gedeputeerde van Leefmilieu en Natuur heb ik altijd sterk de nadruk gelegd op de ondersteuning van de gemeenten.

Waarom?

Omdat het een belangrijk thema is, omdat de gemeentebesturen, zeker de kleinere, niet altijd over de nodige know-how en het nodige geschikt personeel beschikken en omdat ik van oordeel ben dat in die ondersteuning van gemeenten precies één van de essentiële taken van de provincies liggen.

Ik las in het interview met de nieuwe Limburgse deputatie in Het Belang van Limburg dat mijn opvolger nog aan het studeren is, wat ik enigszins kan begrijpen. Maar er is geen tijd te verliezen, zeker omdat er heel wat materiaal voorhanden is bij de provincie. Zo heeft elke Limburgse gemeente eind vorig jaar nog een bundel met toelichting ontvangen rond ‘een geïntegreerd  KLIMAATBELEID’ en de integratie ervan in de ‘Beleids- en beheerscyclus’.

Een heel praktisch werkinstrument over de belangrijkste beleidsdomeinen heen, dat besproken is op alle regionale milieu overleggen met alle milieuambtenaren.  Bovendien is het document zo opgesteld dat voor deze horizontale werking de Sustainable Development Goals (SDG’s) of Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (VN) als kapstok kunnen gebruikt worden. 

Naast de ondersteuning door de Dienst Milieu en Natuur van de provincie Limburg is er  het aanbod van … ( S-Lim) om … en de ontwikkeling van een tool om de luchtkwaliteit permanent lokaal te monitoren.

 Of volgt mijn opvolger Bert Lambrechts de lijn van de N-VA?

Eco-realisme, geen eco-activisme?

Dan zal veel werk dat klaar is, gewoon blijven liggen. 

 Aan de slag dus provincie Limburg om de gemeenten (nog meer) te stimuleren!