Het is wrang dat grote bedrijven op hun winst amper of geen belasting betalen. Dat ArcelorMittal op dat vlak de kroon spant, is nog wranger. In een periode van moeilijke en zware saneringen zorgt de claim die de grote bedrijven ongegeneerd op de schaarse middelen leggen terecht voor ongenoegen. Het wordt pas echt hallucinant in combinatie met de haast onwelvoeglijke bewoordingen waarmee sommige bedrijfsleiders en werkgeverskoepels zowat dagelijks hun eisen kenbaar maken.

Zal men bereid zijn om de grote bedrijven in heel Europa op een gelijkaardige basis te belasten? Wie weet?

Grote bedrijven worden enorm bevoordeeld, maar zijn tegelijk steevast de eerste klagers. Mensen die op het einde van de maand met moeite rondkomen, krijgen iets minder het woord. De fiscale deining rond grote multinationals is geen Belgisch fenomeen. Het debat laait op in al onze buurlanden en ver daarbuiten.

Nederland met Philips of Shell, Groot-Brittannië met Starbucks, overal is de verontwaardiging groot over multinationals die amper of zelfs helemaal geen belastingen betalen. De discussies zijn zeer gelijklopend. Elk land heeft wel zijn eigen specifieke wetten en regels waar bedrijven op springen omdat het in hun fiscaal kraam past. Als gevolg van hun onderlinge (fiscale) concurrentiestrijd zien zowat alle landen aan de ene kant hun belastbare grondslag uitgehold en bezondigen ze zich aan de andere kant aan fiscale piraterij. Uiteindelijk hoeven multinationals daardoor nergens nog een redelijke bijdrage te betalen. Ze organiseren zich zo dat hun entiteiten netjes in de fiscale niches van die verschillende landen vallen. Ze zijn groot en sterk genoeg om dat af te dwingen.

Groten janken

Neem de discussie in België, waar de rol van de notionele intrestaftrek bovenaan op de agenda staat. Aan die notionele intrestaftrek hebben we al gesleuteld, maar er is meer nodig. Het moet een instrument zijn om bedrijven in België te laten investeren en jobs te creëren, niet om interne winsten door te sluizen, zoals nu te vaak gebeurt. Want daar hebben we als land en als economie absoluut niets aan. Zonder die garantie moeten we denken aan een andere oplossing, want de middelen zijn te schaars om ze te vergooien aan inefficiënte maatregelen. Maar het debat moet breder gaan. De echt relevante vraag is of ons systeem van vennootschapsbelasting een billijke verdeling toelaat tussen grote en kleine bedrijven. Het antwoord daarop is simpel: nee. Hetzelfde geldt voor de lastenverlagingen op bijvoorbeeld lonen, teveel daarvan is naar de grote bedrijven gegaan. En toch blijven we vooral de grotere horen janken. De situatie waarin we ons bevinden is vooral het gevolg van chantage. Dreigen met een vertrek en massaal jobverlies, de grote bedrijven weten verdomd goed dat geen enkele politicus dat op zijn geweten wil hebben. Maar blijven toegeven aan de gijzeling en chantage door multinationals zal de lidstaten de komende twintig jaar duur te staan komen, en zal zelfs regelrecht een bedreiging voor hun welvaart betekenen. En dan gaat het niet alleen over de vennootschapsbelasting, maar evengoed over subsidies voor lonen, wetgeving tegen fiscaal misbruik,... noem maar op. Over alles waaruit bedrijven voor- of nadeel kunnen halen, en dat ze aangrijpen om lidstaten uit mekaar te spelen. Verdeel en heers. Waarom eist Europa geen verantwoording van een multinational vooraleer die vestigingen sluit in één lidstaat? Waarom laten we de multinationals niet verantwoorden of zo'n hakbijlscenario economisch logisch en verdedigbaar is? Ik zou zo'n verslag van General Motors, Ford of Arcelor wel eens willen zien. Hetzelfde geldt voor hun fiscale planning, die even vaak amper of niets met de economische realiteit te maken heeft. Het is niet normaal dat multinationals in sommige landen - ook bij ons - één klein kantoortje hebben met amper werknemers, maar wel tientallen miljoenen euro's in kas.

Fiscale concurrentie

Internationale problemen vereisen in de eerste plaats internationale oplossingen. Om de zaken fundamenteel te veranderen is er het voorstel van de Europese Commissie om één Europese belastbare grondslag voor vennootschappen te creëren. Met zo'n gemeenschappelijke grondslag (en idealiter ook afspraken over minimumtarieven) wordt agressieve planning binnen de Unie quasi onmogelijk. Dit idee gaat al jaren mee en een snelle doorbraak kunnen we dus niet verwachten. Maar in haar actieplan van 6 december 2012 herhaalt de Commissie wel dat agressieve fiscale planning een praktijk is die indruist tegen de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Concreet wil de Commissie onder andere een gemeenschappelijke algemene antimisbruikbepaling. We zullen zien. We hebben ze alvast in België aangepast, ook met alle deining van dienst. Wat nu? De extreme slogans - 'grote bedrijven betalen geen belastingen!' aan de ene kant, 'bedrijven worden gewurgd!' aan de andere kant - zijn allebei onbruikbaar. Wat snel zou kunnen gaan, is het verdrijven van fiscaal misbruik door grote bedrijven op internationale schaal. Een minimumbelasting zou daar al veel discussies kunnen smoren en er zijn al een paar arresten die het misbruik aanpakken. De fiscale concurrentie aanpakken, is een veel moeilijkere opgave. Zal men bereid zijn om de grote bedrijven in heel Europa op een gelijkaardige basis te belasten? Wie weet? De multinationals gaan het lobbywerk en de chantage alleszins niet schuwen. Hopelijk plooien ze in Groot-Brittannië niet voor de dreigementen van Starbucks, dat dreigt niet meer te investeren als het normale belastingen moet betalen. Je zou er toch beter je koffie weer zelf van beginnen zetten.

Deze opinie verscheen op dinsdag 5 februari in De Morgen. © 2013 De Persgroep Publishing