Openbaarvervoersmaatschappij De Lijn doet te weinig inspanningen om de Vlaming te overtuigen de auto te laten staan in ruil voor bus of tram. Dat vindt althans oppositiepartij sp.a. “Sinds 2016 is de mogelijkheid om je nummerplaat in te ruilen voor een abonnement afgeschaft, maar het alternatief voldoet niet”, zegt Vlaams Parlementslid Rob Beenders (sp.a).

Het was Steve Stevaert (sp.a) die in 2003 als toenmalig minister van Mobiliteit het DINA-abonnement invoerde. DINA staat voor Dienst Inruilen Nummerplaat voor Abonnement. Vlamingen die hun nummerplaat inleverden, kregen in ruil een Buzzy Pazz of Omnipas waarmee ze drie jaar lang gratis de bus of de tram konden nemen. In 2010 werd die periode teruggeschroefd naar één jaar en in 2016 werd het DINA-systeem helemaal afgeschaft. Volgens De Lijn zorgde het project voor te veel administratieve rompslomp en waren maar weinig gebruikers bereid voor hun abonnement te betalen eenmaal de gratis periode was afgelopen. Bovendien zijn voor verplaatsingen van deur tot deur vaak verschillende transportmodi nodig, waardoor een breder aanbod interessanter is.

Groene Mobizones

Met dat idee in het achterhoofd, startte De Lijn in 2012 het alternatief van de Groene Mobizones op. Elk jaar wordt in enkele steden of stadswijken een geïntegreerde campagne gevoerd waarbij een brede waaier aan mobiliteitsmogelijkheden wordt gepromoot. Zo kunnen de bewoners er onder andere gebruikmaken van gratis lijnkaarten (10 enkele ritten) van De Lijn, een gratis mini-Rail Pass (2 ritten) van de NMBS, twee maanden lang Cambio-autodelen zonder vaste kosten (enkel kost per km en uur) of twee gratis Blue-bike fietsritten bij aankoop van een 10-euro abonnement.De afgelopen jaren werd deze campagne onder andere in steden als Leuven, Antwerpen, Gent, Roeselare en Dendermonde gevoerd. Hasselt kwam in 2013 en 2014 aan de beurt, Genk in 2014.

Platteland

Volgens oppositiepartij sp.a knelt net daar het schoentje. “Dit alternatief werkt alleen maar in een stedelijke omgeving, waar er een multimodaal aanbod is”, zegt Vlaams Parlementslid Rob Beenders. “In Limburg is dat Hasselt en Genk. Maar daarbuiten, op het platteland, is er geen enkele aanmoediging meer om de auto te laten staan. We worden totaal niet meer aangezet om na te denken over ons autogebruik. De auto wordt integendeel alsmaar noodzakelijker. Het openbaar vervoer wordt steeds verder afgebouwd en in landelijke gebieden daalt het aanbod, rijden er minder belbussen,...” Volgens Beenders is het stopzetten van de inruilmogelijkheid niet meer dan een besparingsoperatie. “De Vlaamse regering wil af van deze gratis abonnementen, omdat ze niet bijdragen aan de kostendekking.”

Statement

Ook reizigersorganisatie TreinTramBus vindt dat De Lijn meer kan doen om de Vlaming uit de auto te halen. “De Vlaamse regering hinkt nog altijd te veel op twee gedachten”, zegt voorzitter Stefan Stynen. “Aan de ene kant wil ze ons verleiden om het openbaar vervoer te nemen, maar aan de andere kant laat het beleid wel steken vallen: er wordt bespaard op de werkingsmiddelen van De Lijn, terwijl er tegelijkertijd nog altijd fors geïnvesteerd wordt in extra wegen.”

“Het inruilen van de nummerplaat voor een abonnement was een goed statement om mensen te doen nadenken over het gebruik van de auto. Vooral dan over een tweede auto in het gezin. Maar we mogen de impact ook niet overschatten. Het ging over beperkte aantallen. En het systeem was trouwens ook niet vrij van misbruiken. Wie zijn nummerplaat inleverde, kon achteraf gewoon een nieuwe aanvragen.”

“Wij geloven meer in systemen als autodelen, dat op termijn ook in kleinere gemeenten zijn intrede zal doen. Zo hoef je de auto niet op te geven, maar word je wel aangezet om na te denken over je autogebruik.”

Moderne voertuigen

Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) vindt de kritiek van sp.a overdreven. “Er is een heel scala aan beleidsinitiatieven om meer Vlamingen te verleiden om het openbaar vervoer te nemen”, zegt de minister. “Er zijn de historisch hoge investeringen in aantrekkelijke en moderne voertuigen, waarbij in deze legislatuur voor het eerst de kaap van 1 miljard euro investeringen wordt gerond. Er is de forse investering in mobiliteitsknooppunten die combimobiliteit vlot mogelijk maken. En we investeren historische bedragen in de doorstroming, wat rechtstreekse impact heeft op de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. Tot slot krijgen de lokale besturen binnenkort met de invoering van de basisbereikbaarheid eindelijk inspraak in de organisatie van het openbaar vervoer, zodat het aanbod beter afgestemd kan worden op de vraag. Er wordt dus zeer veel gedaan om het openbaar vervoer te versterken en steviger op de kaart te zetten als een aantrekkelijk alternatief.”