Erna Soetaert werd geboren in Gent op 16 augustus 1951. Haar vader was bediende bij de Stad Gent. Naast zijn fulltime job bij de Stad was hij ook regelmatig kelner, ‘garçon’ zoals men dat in Gent pleegt te noemen. Vader Soetaert was een liberaal.

Erna deed haar lager onderwijs tot en met het 4de leerjaar in de Sint-Bernadettestraat. De laatste twee leerjaren en de drie studiejaren lager secundair onderwijs deed ze in de Rijksmiddelbare School in Sint-Amandsberg, toen geleid door Emile Parez, een notoir man in zijn vak. Ze volgde er de richting ‘Moderne’. Daarna trok ze naar de Normaalschool in Sint-Niklaas waar ze studeerde voor onderwijzeres. Ze slaagde ‘met vrucht’ in 1972.

Erna ging vlug aan de slag in de Rijksschool in Zele, ze gaf er les in het 6de leerjaar. Haar eerste klas was er eentje van 32 leerlingen! Haar eerste zeven jaar had zij als onderwijzeres ‘diverse aanstellingen in het Vlaamse land’, zoals alle jonge leerkrachten in die tijd. Vanaf 1980 ging ze lesgeven in de RMS Merelbeke; vanaf 1985 kreeg ze een vaste klas, het 5de leerjaar. Inmiddels was ze getrouwd met Freddy De Hauwere. In 1978 beviel ze van haar dochter Ester.

Toen ze les gaf in Melle leerde ze Oscar Ongenae kennen, een Gentenaar en vurig socialist. Onder meer door hem werd Erna lid van de BSP - maar zeker ook door haar man, een jonge industrieel ingenieur die dicht verwant was aan BSP-Volksvertegenwoordiger Aimé Van Lent uit Lokeren die later nog de eerste vice-gouverneur van Vlaams Brabant zou worden.

Ook Erna was een Gentse en dus sloot zij zich aan bij de plaatselijke BSP-afdeling in Gentbrugge-Centrum, toen geleid door Jean Lepeau die later nog schepen van Milieu werd in het college van burgemeester Gilbert Temmerman (1989-’94). Als jonge hoger opgeleide vrouw sloot ze zich ook aan bij het Vermeylenfonds, onder het voorzitterschap van architect Roger De Voght, ook al een markante man en socialist. Inmiddels was ook haar man een ambtgenoot/collega geworden in het ‘Gild van de Schoolfrikken’: hij deed een lerarenopleiding via de zogenaamde ‘D-cursus’, werd leraar aan het Koninklijk Technisch Atheneum in Lokeren en werd er later directeur.

Hun job ‘cumuleerden’ ze met een grote inzet voor het Officieel Openbaar Onderwijs: voor hen was dat het Rijksonderwijs, wat nu het Gemeenschapsonderwijs is. Zij waren bij diegenen – noem ze gerust ‘pioniers’ - die ervan overtuigd waren dat kinderen niet moesten opgeleid worden met “verpletterende religieuze dogma’s”, leerstellingen die vastomlijnd zijn en niet meer aan verder onderzoek of beredenering onderworpen mogen worden. Zij voerden een ideeënstrijd met het Vrij Katholiek Onderwijs, dat sterk gebaseerd was op vele dogma’s.

Vrij onderzoek, zelfbepaling van de eigen persoonlijkheid, onderricht op basis van (de idealen van) de Verlichting: het waren grote idealen, ook van de socialisten. En als vrijdenkende atheïstische socialisten deden ook zij dat, niet met een gloeiend fanatisme maar met de vaste overtuiging dat dit de juiste weg was (is) bij de ontwikkeling van jonge mensen. ‘Onverdroten socialisten’, als het ware.

Ik heb een ongelooflijk groot respect voor onze onderwijzers/onderwijzeressen: zij leerden ons, met 26 lettertjes uit het alfabet, lezen en schrijven. Alles wat we denken, wat we zeggen, kunnen we ook neerschrijven door hen. Johan Heene, professor Pedagogie aan de Universiteit Gent, noemde dat ooit ‘de grootste intellectuele sprong in mijn leven’… en hij had drie universitaire diploma’s.

Erna kende ik niet tot voor dit interview. Haar ontmoeten was voor mij een heerlijke ervaring. Zij is nu eenmaal een tijd- en generatiegenote van mij. En van haar socialisme is absoluut nog geen glans af.

(tekst: Marc Lootens)