In de deelstaat Rakhine in Myanmar is de afgelopen tijd een verschrikkelijke humanitaire situatie ontstaan. Sinds de start van de politieke transitie in Myanmar in 2011 zagen we al een erg zorgwekkende toename van het radicaal boeddhistisch nationalisme en daarmee gepaard gaande geweld tegen de Rohingya-bevolking. De Rohingya-bevolking zijn een etnische moslim-minderheid die al lang te maken heeft met systematische discriminatie en mensenrechtenschendingen in het overwegend boeddhistische Myanmar. De situatie is nu geëscaleerd.

Op 25 augustus werden tientallen legerposten aangevallen door de gewapende groep Arakan Rohingya Salvation Army. Een grote tegen-operatie van het Myanmarese leger is ontaard in een collectieve bestraffing van de Rohingya-bevolking en gaat gepaard met executies, verkrachtingen, het platbranden van huizen en dorpen en andere gruweldaden. Volgens de Verenigde Naties zijn er ondertussen zo’n 123.600 Rohingya voor het geweld op de vlucht geslagen, velen van hen richting buurland Bangladesh. Om de situatie nog erger te maken zijn volgens Amnesty International nog duizenden levens extra in gevaar door het beperken van de internationale hulp door de Myanmarese overheid. Ondertussen berichtte De Standaard vandaag (06/09/2017) dat jihadi terreurorganisaties zich nu op deze chaos en dit leed trachten te enten.

Hoog tijd dus om er als internationale gemeenschap voor te zorgen dat dit geweld en deze humanitaire catastrofe stoppen en dat internationale hulp vrije toegang krijgt. Ik zal hier zo snel als mogelijk onze minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders toe oproepen in het parlement.