Wat moet er gebeuren om de kloof arm-rijk aan te pakken?

Kathleen Van Brempt: “De kloof is ontstaan door de foute aanpak van de bankencrisis. Als je alleen maar besparingen oplegt, krijg je een dubbel effect: de economie gaat achteruit en de kern van de sociale zekerheid wordt geraakt. Het is de eerste keer in de Europese geschiedenis dat de EU zelf verantwoordelijk is voor dat beleid. Dat beleid moet radicaal worden omgekeerd. Als alleen maar begrotingsnormen afdwingbaar zijn en er geen afdwingbare normen bestaan voor het dichten van de kloof tussen arm en rijk en het terugdringen van de armoede, dan zal die kloof nog toenemen.”

Jullie pleiten ook voor een agressievere aanpak van de belastingfraude en -ontwijking.

Kathleen Van Brempt: “Niet alleen de privé-sector, maar ook de overheid zal moeten investeren. Naast de invoering van de financiële transactietaks, moeten we ervoor zorgen dat multinationals eerlijke belastingen betalen in de EU. Dat kan miljarden opbrengen in de kassa's van lidstaten. Zij kunnen dat geld gebruiken om de armoede te bestrijden en te investeren. Ik weet dat dit niet direct realiseerbaar is, door de unanimiteitsregels, maar ik accepteer niet dat we de komende jaren geen stappen vooruit zetten op dat vlak.”

Jullie topkandidaat, Martin Schulz, stelt voor dat bedrijven verplicht worden om belastingen te betalen in het land waar ze winst maken.

Kathleen Van Brempt: “In de VS hebben ze een gelijkaardig systeem: daar hebben ze al lang begrepen dat fiscale concurrentie tussen staten nefast is en dat op het einde van de rit alleen nog de burgers belastingen betalen. Het is dus een zeer goed principe. Maar dan nog kun je fiscale concurrentie krijgen om productie naar een bepaald land toe te trekken. Ik ben niet voor één belasting in de hele EU, maar het feit dat een bedrijf minimaal 20 of 25 % belastingen moet betalen, vind ik een even sociaal principe als het feit dat een arbeider op het einde van de maand een minimumloon krijgt.”

De sociale bevoegdheden zitten nog altijd grotendeels bij de lidstaten, die niet geneigd zullen zijn om die te 'Europeaniseren'.

“We kunnen wel Europeaniseren als het gaat over de financiële markten of het redden van de euro. Maar als het gaat over het dichten van de kloof tussen arm en rijk, zou het niet kunnen?”