In de commissie Financiën verklaarde een meerderheid zich akkoord met het principe dat de vennootschapsbelasting best op Europees niveau wordt geregeld. Dirk Van der Maelen (sp.a): "Wat het Federaal Parlement betreft mag Europa verder gaan in het harmoniseren van de vennootschapsbelasting. Dat is een goede zaak, zowel voor de ondernemingen als voor de overheden." De sp.a'er is enerzijds verwonderd over het Euroscepticisme van de Franstalige liberalen die tegen stemden, en aangenaam verrast door de houding van NVA. "NVA is het met ons eens dat Europa het meest aangewezen beleidsniveau is om een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting op een doeltreffende wijze te organiseren."

Bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, moeten rekening houden met tot wel 27 verschillende belastingregimes en met evenveel verschillende belasting­diensten om hun belastingzaken te regelen. Voorts moeten zij een uiterst complex systeem (van verrekenprijzen) toepassen om de fiscale waarde van hun intragroepstransacties te bepalen. Bovendien geeft het bestaan van 27 verschillende systemen aanleiding tot belastingconcurrentie tussen de lidstaten die tot een ‘race to the bottom' leidt waarbij uiteindelijk aan vennootschappen geen fiscale bijdrage meer zal worden gevraagd.


Om voorgaande problemen het hoofd te bieden lanceerde de Europese Commissie, na jarenlange voorbereidende werkzaamheden, in maart een voorstel voor een gemeenschappelijke regeling voor de berekening van de belastinggrondslag van bedrijven die in de EU actief zijn. Vooraleer de werkzaamheden op Europees niveau worden verdergezet mogen de parlementen van de lidstaten zich uitspreken over het zogenaamde subsidiariteitsbeginsel.

De EU mag immers slechts optreden voor zover de doelstellingen onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal beleidsniveau kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden bereikt. De parlementen spreken zich dus niet uit over de inhoud van het voorstel zelf, maar over de vraag of Europa al dan niet het meest aangewezen beleidsniveau is om, in dit geval, de verschillende vennootschapsbelastingsystemen te harmoniseren. En op die vraag heeft België nu positief geantwoord.

Dirk Van der Maelen: "Wij pleiten al zeer lang voor een Europese harmonisatie inzake vennootschapsbelasting. Het antwoord op de subsidiartiteitsvraag is wat ons betreft dan ook vanzelfsprekend. Dat ook NVA daarmee akkoord gaat is voor mij een verrassing aangezien zij doorgaans het Vlaamse beleidsniveau ideaal achten, ook inzake fiscaliteit." Dat de Franstalige liberalen niet akkoord gaan, vindt de sp.a-er vreemd. "In 2006 verklaarde minister van Financiën Reynders in de Kamer dat hij positief stond tegenover het idee, nu verzet zijn fractie zich. Bij de MR zijn ze blijkbaar meer bezorgd om het zakencijfer van de Big 4 dan dat ze een belangrijke administratieve vereenvoudiging en dus ook kostenbesparing voor het bedrijfsleven willen realiseren."

Tenslotte benadrukt Van der Maelen dat het voorstel van de Commissie zoals het nu op tafel ligt, nog verbeterd moet worden. "Wij zijn van mening dat ook de aanslagvoeten op elkaar moeten worden afgestemd door middel van een eenheidstarief of een tariefvork waarbinnen de lidstaten elk hun tarief kunnen bepalen. En we zien geen brood in een optioneel systeem. Daar wacht dus een belangrijke taak voor onze vertegenwoordigers in de Raad en in het Europees Parlement." De sp.a'er verwacht twee maal per jaar een voortgangsrapport van de minister van Financiën.