Het is al vaker gezegd en geschreven: de Brexit, de verkiezing van Donald Trump, maar ook de zorgwekkende scores van Geert Wilders of Marine Le Pen zijn een gevolg van een ongecontroleerde globalisering die een pak verliezers heeft opgeleverd.

Leve de globalisering?

De Europese Unie wordt door heel wat Europeanen verantwoordelijk geacht voor die negatieve gevolgen van de globalisering, omdat ze haar burgers onvoldoende beschermde tegen de negatieve uitwassen ervan. In haar nieuwe reflectienota over globalisering, in het kader van de White Paper over de toekomst van de Unie, erkent de Europese Commissie voor het eerst dat Europeanen te weinig beschermd werden tegen de globalisering. Het lijkt erop dat de euro langzaam aan het vallen is en dat het besef rijpt dat business as usual niet langer kan. Dat is trouwens ook de conclusie in de congresteksten die eind volgende week voorgelegd worden aan de SP.A-leden op ons internationaal congres in Brussel.

Nationale staten krijgen de globalisering niet meer onder controle. Multinationals bewegen zich immers over de hele wereld, op zoek naar de laagste belastingen, de goedkoopste arbeidskrachten of de soepelste milieu- en arbeidsnormen. Financiële markten creëren met razendsnelle algoritmes virtuele geldbubbels en zien erop toe dat, wanneer ze ontploffen, gewone burgers de factuur moeten betalen. Een boomend systeem van wereldwijde belastingontwijking en -ontduiking ondermijnt onze welvaartsstaten. Elders op de planeet zetten de gevolgen van die mondialisering migratiestromen op gang die grote groepen Europeanen zorgen baren.

Weg met de globalisering?

Als we de globalisering niet temmen en niet iedereen laten meegenieten van de voordelen, zal ze Europa en de hele wereld verder bedreigen. Protectionisme en isolationisme zijn valse kortetermijnoplossingen die uiteindelijk het omgekeerde effect hebben: meer jobverlies, hogere prijzen, minder innovatie en meer internationale spanningen. Laten we dus niet kiezen voor isolationisme, maar voor een betere normering op wereldvlak in het belang van iedereen. Europa moet de leiding nemen in die globaliseringsprocessen, omdat wij een uniek sociaal en ecologisch project willen uitdragen in de wereld, namelijk dat wereldwijde samenwerking kan werken op voorwaarde dat ze mens en milieu ten goede komt.

Van het allergrootste belang is daarbij dat de verliezers van de globalisering ernstig gecompenseerd worden. Dat kan uiteraard niet door steeds meer van hen af te nemen. We moeten de economische logica omkeren en opnieuw ambitieus investeren. Onder meer in onderwijs, in de omslag naar de circulaire, koolstofarme economie van de toekomst, in strategische infrastructuur en in de nieuwe digitale economie, zodat mensen opnieuw zicht hebben op duurzame jobs voor hen én hun kinderen. Europa zal ook zijn hoge sociale- en milieustandaarden moeten beschermen in een handelsbeleid dat niet de winst, maar de mens centraal stelt.

Het financiële plaatje

Investeren kost geld en precies dat ontbreekt, beweren de profeten van het marktfundamentalisme. Jazeker, als je het geld door deuren en ramen gooit, in de vorm van belastingcadeaus om multinationals aan te trekken, of als je steevast de citroen uitperst door inkomsten te halen bij werkende mensen. Het sluitstuk van de globalisering moet een eerlijke fiscaliteit zijn die herverdeling tot doel heeft.

Om de investeringsagenda te kunnen financieren en om de verliezers van de globalisering te kunnen compenseren met de stijgende inkomsten van de winnaars, mogen we de inkomsten uit vermogen niet langer de fiscale dans laten ontspringen. Dat kan alleen als hiervoor op Europees vlak wordt samengewerkt. Zonder een eenduidige Europese berekening van de belastbare vennootschapsbelasting en zonder een ‘bodemtarief’ voor die belasting, blijven lidstaten elkaar vliegen afvangen door steeds grotere belastingvoordelen te geven aan buitenlandse investeerders. Als er geen Europees beleid gevoerd wordt rond het taxeren van ‘mobiele productiefactoren’, zoals bedrijfswinsten en vermogenswinsten, blijven alleen ‘immobiele’ productiefactoren zoals arbeid over om te belasten. Loontrekkenden zijn daarvan de dupe. Door Europa bevoegdheden te geven inzake het belasten van bedrijfswinsten, krijgen lidstaten méér ruimte voor hun investeringsagenda en voor een échte taxshift in het voordeel van werkende mensen. Op die manier leidt een sterker Europa juist tot meer soevereiniteit en zelfbeschikking voor lidstaten, in plaats van tot minder.

Hoop op vooruitgang

De reflectienota van de Europese Commissie toont aan dat er langzaam iets verandert in de EU. Er is voor het eerst sinds decennia weer aandacht voor sociaal beleid, voor het eerst nu ook voor de verliezers van de globalisering. Als het ook in de lidstaten doordringt dat oplossingen voor grensoverschrijdende problemen enkel mogelijk zijn door bruggen te bouwen en niet door muren op te trekken, kunnen we er in Europa weer op vooruitgaan.

Kathleen Van Brempt