De Duitse vleessector kwam vorig jaar onder vuur na een onthutsende reportage van tv-zender ARD. Daaruit bleek dat veel arbeiders – veelal Oost-Europeanen – gemakkelijk 60 uur per week werken voor amper 3 euro per uur. Mensonterend om te beginnen, maar ook oneerlijke concurrentie voor de Belgische vleessector. Verschillende bedrijven moesten zelfs de deuren sluiten.

Minister van Werk Monica De Coninck en minister van Economie Johan Vande Lanotte dienden toen een klacht in bij de Europese Commissie. Die liet weten dat ze lidstaten niet kon verplichten een minimumloon in te voeren. Maar onder druk van de toenemende kritiek plooide de Duitse vleessector toch. Vanaf 1 juli ontvangen 80.000 werknemers in de Duitse slachthuizen een minimumloon van 7,75 euro per uur. In 2018 wordt dat bedrag opgetrokken naar 8,75 euro per uur.

Sp.a pleit al langer voor sociale minimumnormen op Europees niveau. Een Europees minimumloon is daarbij een must. Zonder Europees minimumloon creëer je niet alleen oneerlijke concurrentie, je laat ook toe dat mensen onder de armoedegrens werken. Dat is tragisch, maar wel de werkelijkheid in Duitsland. Een Europees minimumloon brengt sociale rechtvaardigheid, sociale bescherming én garandeert eerlijke concurrentie.

Want met open armen verwelkomen wij iedereen die in België wil komen werken. Maar dan wel tegen arbeidsvoorwaarden die hier de norm zijn: gelijk werk voor gelijk loon in dezelfde lidstaat. Anders krijg een sociale ratrace naar beneden. Zo’n systeem is slecht is voor iedereen: voor mensen die elders op zoek gaan naar een beter leven, voor de Belgen en voor alle Europeanen.