Het Europees parlement heeft een pakket met strengere afvalnormen goedgekeurd. “Nu moet de commissie de cirkel rond maken met eco-designnormen”, zegt Kathleen Van Brempt, die er ook op wijst dat de Europese afvalrichtlijn een extra argument is voor de invoering van statiegeld op drankverpakkingen.


Met de stemming van het zogenaamde pakket over de circulaire economie in het Europees parlement zet de EU opnieuw een stap in de richting van een afvalvrije economie. “Met de herziening van de wetgevingen rond huishoudelijk afval, verpakkingen, storten,  elektronisch afval en autowrakken scherpt het parlement opnieuw de normen rond afvalverwerking aan”, legt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt uit. “We hebben daarmee de normen van de Commissie een stuk strenger gemaakt. Zo is het parlement erin geslaagd de nieuwe afvalwetgevingen en de wetgeving rond schone lucht terug op te vissen.”


De nieuwe wetgeving zet ons niet enkel op het spoor van een economisch model waarbij we afstappen van het lineaire ‘take-make-use-and-dispose’ model, maar zorgt er ook voor dat we evolueren naar een kringloopeconomie waarin producten en grondstoffen hersteld, herbruikt en/of gerecycleerd worden. Het creëert ook duizenden jobs in de zogenaamde groene economie.


Door de nieuwe afvalrichtlijnen zal ook ons land meer moeten doen. “De nieuwe verpakkingsrichtlijn legt bijvoorbeeld op dat tegen eind 2025 de helft van het kunststof in verpakkingen moet gerecycleerd worden. Momenteel haalt ons land slechts 39 procent. Dit is dus nog een extra argument voor de invoering van statiegeld op drankverpakkingen.”


Tot slot wijst Van Brempt er nog op dat de Commissie nu moet werk maken van voorstellen om de cirkel van die circulaire economie helemaal rond te maken. Afvalbeheer komt immers pas aan het einde van het proces, terwijl het beperken van afval al moet beginnen bij het ontwerp van producten, het zogenaamde eco-design. “Wij willen dat de Commissie met voorstellen komt die producenten verplichten hun producten zo te ontwerpen dat ze herbruikt, gedemonteerd, hersteld of volledig gerecycleerd kunnen worden. Toxische stoorstoffen die recyclage in de weg staan, moeten eruit, terwijl voor bepaalde producten of onderdelen kan opgelegd worden dat ze een minimum aandeel gerecycleerd materiaal moeten bevatten. Waarom zouden we bijvoorbeeld niet opleggen dat 30 procent van de plastics die in auto’s gebruikt worden gerecycleerd moeten zijn? Als we er in slagen om bij het begin van de levensloop van een product er voor te zorgen dat producten hersteld kunnen worden of hun onderdelen of grondstoffen volledig gerecycleerd kunnen worden, dan sluiten we eindelijk de cirkel van de circulaire economie en krijgen we uitzicht op een afvalloos economisch model”, besluit Kathleen Van Brempt.