De Vlaamse kijker mag voorlopig op beide oren slapen. Zijn favoriete programma's op VIER en VIJF verdwijnen niet. Het rijke, diverse, kwaliteitsvolle aanbod blijft gegarandeerd. Toch op korte termijn.

Het is nu aan de wetgever om het bestaande mediadecreet grondig onder de loep te nemen en aan te passen aan de razendsnelle ontwikkelingen.

De participatie van Telenet, dat in Amerikaanse handen zit, in het noodlijdende De Vijver Media is de zoveelste ingrijpende omwenteling in het Vlaamse medialandschap. Op korte termijn is het een goede zaak. De kapitaalinjectie van 32 miljoen euro in De Vijver Media garandeert immers dat VIER en VIJF een Vlaamse koers blijven varen en zelfs extra ademruimte krijgen.

Een derde omroepspeler naast VRT en Medialaan creëert bovendien wat meer gezonde concurrentie, zowel in de productie-, omroep-, als advertentiemarkt. De Vlaamse televisiekijker zal daar, opnieuw op de korte termijn, wel bij varen.

Op middellange termijn moeten we ons echter grote zorgen maken over de pluriformiteit van ons Vlaams medialandschap. Als gevolg van de concentratie- en synergiebewegingen komt die pluriformiteit op verschillende fronten (print, televisie) onder druk te staan.

Het Vlaamse media-ecosysteem maakt sinds enkele jaren een grondige transformatie door. In 2012 was ik nog optimistisch. De overname van SBS door Woestijnvis maakte dat VT4 en VijfTV in Vlaamse handen kwamen. Ik was blij met de creativiteit die het nieuwe VIER bij de start tentoonspreidde en ik was blij met de stortvloed aan hoogstaande fictie van eigen bodem op alle netten. De toon was gezet, de verwachtingen waren hooggespannen.

Verwachtingen

In 2013 bleek dat onze verwachtingen te hoog waren. Ondanks de goede kwaliteit volgden de kijkers en adverteerders onvoldoende, de investeringen stegen ver uit boven de inkomsten, en in eigen rangen verloren steeds meer toppers het geloof in het nieuwe verhaal. Zo stond De Vijver het water aan de lippen. Een oplossing drong zich op en die kwam er met de instap van Telenet in De Vijver. Die instap volgt een andere integratiebeweging die eerder dit jaar werd ingezet, die tussen de printbedrijven Corelio en Concentra.

Concreet betekenen al die omwentelingen dat we in Vlaanderen naast de publieke omroep twee grote, verticaal geïntegreerde mediagroepen hebben. Er is het conglomeraat van Corelio, Concentra, VIER-VIJF en Telenet en er is de groep De Persgroep, Roularta, Medialaan (voorlopig zonder distributeur). Die geïntegreerde bedrijven dagen zonder meer het huidige mediabeleid uit. Dat beleid is immers gebaseerd op de cesuren tussen omroepen, dienstverleners en netwerken.

Bijna 80 procent van de Vlaamse huishoudens is vandaag klant bij Telenet voor digitale televisie. Telenet is dus op z'n zachtst gezegd, en zoals aangegeven door verschillende regulatoren, een dominante speler in de distributiemarkt. Telenet wordt nu ook de derde contentprovider in Vlaanderen, met een participatie van 50 procent in een productie- en omroepbedrijf. Het krijgt bovendien een structurele link met het printbedrijf Mediahuis.

Ongerustheid

Die verregaande integratie van media-activiteiten in één bedrijf, zeker als het een dominante speler zoals Telenet betreft, noopt tot ongerustheid. Niet alleen omdat het Amerikaanse Telenet al te grote macht krijgt over de open netten en hun plaats in de elektronische programmagids, maar ook omdat deze integratie de distributeur de kans biedt om televisiekijken duurder te maken voor de kijkers; iets dat Telenet-CEO John Porter zelf in deze krant heeft aangegeven.

Het is niet ondenkbaar dat de participatie in De Vijver aangegrepen wordt om van VIER en VIJF in open net een lightversie te maken, en de echt interessante content (eerst) achter een betaalmuur te plaatsen. Voor de cijfers van een distributiebedrijf (dat vooral groei kan realiseren in betaaldiensten) is dat een positieve zaak. Voor de kijkers veel minder. We weten op basis van onderzoek in andere landen dat de prijs altijd sneller stijgt dan de aangeboden kwaliteit van televisieprogramma's. Bovendien blijft het zeer de vraag in hoeverre de belofte tot gelijkberechtiging van de andere contentproviders op het eigen netwerk voor de positie in onder meer de elektronische programmagids en innovaties in reclamemodellen, realistisch zal blijken.

Ondernemen

Doemscenario's moeten uiteraard afgewend worden. Dat vereist, ten eerste, het engagement van alle betrokken mediabedrijven. Begin dit jaar schreef ik al in deze krant dat maatschappelijk verantwoord ondernemen meer dan ooit broodnodig is voor alle Vlaamse én buitenlandse bedrijven die opereren op de Vlaamse mediamarkt. Stakeholder- in plaats van shareholdermanagement is nodig. Daarnaast staat ook het beleid voor een grote verantwoordelijkheid. Het is nu aan de wetgever om het mediadecreet grondig onder de loep te nemen en aan te passen aan de razendsnelle ontwikkelingen. De snelheid van de veranderingen in de mediasector mag geen excuus zijn om niets te doen, want dan passen we het mediadecreet nooit meer aan. Integendeel, het is nu aan de beleidsmakers - en ik reken mijzelf daarbij - om garanties te bieden, evenwichten te garanderen en regels op te leggen die cross-ownership beperken. We zouden om te beginnen kunnen kijken naar de vormen van eigendomsregulering voor de mediasector die bestaan in andere landen. Parallel moet er samen met de sector gewerkt worden aan wetgeving die het precaire evenwicht bewaart in het Vlaamse media-ecosysteem, een conditio sine qua non voor een gezonde democratie. Het doel is diversiteit, kwaliteit en toegang voor iedereen. Onze kleine Vlaamse mediamarkt, hoogst kwetsbaar in een mondiale context, heeft meer dan ooit nood aan beleidsvisie. In het belang van de burger, de sociale cohesie en onze democratie.