Uit de eerste resultaten van het Groot Woononderzoek blijkt dat het woonbeleid dat Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche opgestart heeft, in de goede richting zit, en best wordt verder gezet. Uit het onderzoek, dat uitgevoerd is bij 10.000 mensen en 5000 woningen in kaart brengt, blijkt dat twee derde van de huurders moeite heeft met het betalen van de huurwaarborg. “Dat is begrijpelijk”, zegt Van den Bossche. “Bovenop de eerste maand huur moet een huurder ook nog eens twee maanden waarborg betalen. Dat komt neer op drie maanden huur, wat veel voor mensen een erg hoog bedrag is. In de sociale huisvesting heb ik sinds 1 maart een systeem ingevoerd waarbij huurders de waarborg in schijven kunnen betalen. Dat zouden we ook op de private huurmarkt kunnen doen.” Concreet denkt Van den Bossche aan een centraal huurwaarborgfonds waarin de waarborgen in schijven, volgens de mogelijkheden van de huurder, gestort worden en waaruit de verhuurders kunnen worden betaald als er na afloop van een huurcontract schade wordt vastgesteld. “Op die manier kunnen huurders hun waarborg gespreid betalen zonder dat de verhuurder problemen hoeft te vrezen”, zegt Van den Bossche.

Daarnaast pleit Van den Bossche voor een uitbreiding van de doelgroep van de huurpremie. “Wie een laag inkomen heeft en vijf jaar of langer wacht op een sociale woning krijgt sinds twee jaar 120 euro per maand plus twintig euro per kind. Binnenkort wordt dat uitgebreid naar mensen die vier jaar of langer op een wachtlijst staan. De volgende Vlaamse regering moet op dat elan verder gaan. Zo ondersteunen we een kwetsbare groep op de huurmarkt.”

Om voldoende betaalbare en goed onderhouden huurwoningen te krijgen, pleit Van den Bossche voor stimulansen voor wie een kwaliteitsvolle woning verhuurt aan een redelijke prijs. Dat kan door fiscale voordelen voor buitenverblijven te beperken.

Verder wil de minister huurders meer woonzekerheid geven door de tendens naar meer huurcontracten van korte duur te keren. Want hoewel een negenjarig contract de regel zou moeten zijn, blijkt uit het Woononderzoek dat een derde van de huurcontracten voor minder dan drie jaar wordt afgesloten.

Tenslotte wil Van den Bossche ook de discriminatie van kandidaat-huurders aanpakken. Uit het Woononderzoek blijkt dat de discriminatie weliswaar afneemt, maar nog altijd een realiteit is. Een op de vijf huurders geeft aan geen huurder van vreemde origine te willen, terwijl een op de drie zegt dat hij niet wil verhuren aan mensen die voor hun huurwaarborg afhankelijk zijn van het OCMW. Daarom wordt momenteel een onderzoek uitgevoerd naar de beste manier om discriminatie krachtdadig aan te pakken van zodra Vlaanderen bevoegd is voor de huurwetgeving.