Cijfer 1: 680.000 Vlamingen leven onder de armoededrempel

Cijfer 2: 1 kind op 6 in België leeft in armoede

Cijfer 3: 37% van de kinderen in armoede zal later zelf arm zijn

Cijfer 4: als je arm bent, verlies je 13 punten aan IQ




Mensen in armoede nemen geen domme beslissingen (ze lenen meer, sparen minder, roken meer, sporten minder) omdat ze arm zijn, wel omdat ze in een context leven waarin iedereen die domme beslissingen zou nemen.

Het zijn harde cijfers die me met een vreselijk gevoel opzadelen. Meer nog, het zijn statistieken om ons allemaal met het schaamrood op de wangen terug naar af sturen. “Hoe kan dat nu toch?”, is de vraag die daar meestal op volgt. “Hier bij ons toch niet?” En met de kerstdis in aantocht schuiven we nog een stukje ongemakkelijker op onze stoel. Er is wel één verademing aan die cijfers: als we ze onder ogen krijgen, maakt het niet uit of we ons links of rechts van het spectrum bevinden. Dit zijn zwarte getallen op een wit blad papier waar iedereen “tegen” is en niemand “voor”. In deze fel gepolariseerde tijden is dat een hele verademing. Nu rest ons nog de vraag: wat doen we eraan?

Vooral cijfer 4 springt in het oog. Zijn arme mensen écht dommer? Shame on us, hoe durven we dat zelfs maar te denken? In dat verband verscheen vorig jaar baanbrekend werk in de VS. “It’s the context, stupid”, zo luidde de conclusie van de armoedetheorie van Eldar Shafir (psycholoog aan de Universiteit van Princeton en adviseur van president Obama) en Sendhil Mullainathan (econoom aan de universiteit van Harvard). In een notendop: wanneer je iets te kort komt, neemt dat tekort bezit van je geest en is er geen plaats meer voor iets anders. Dat geldt zowel voor de drukke CEO in tijdsnood, als voor de dakloze in zijn dagelijkse zoektocht naar eten. Beiden nemen dan onverstandige beslissingen. Alleen is er één cruciaal verschil. De CEO kan ingrijpen, op stop duwen en tijd maken. Van armoede daarentegen kun je niet vrij nemen. Conclusie: mensen in armoede nemen geen domme beslissingen (ze lenen meer, sparen minder, roken meer, sporten minder) omdat ze arm zijn, wel omdat ze in een context leven waarin iedereen die domme beslissingen zou nemen.

Dat de oplossing om armoede te bestrijden al lang niet meer bij het individu ligt, is een understatement. En toch is het een trend die niet alleen in ons land steeds meer opgang maakt. “Doe harder genoeg je best, dan raak je er wel uit” of “eigen schuld, dikke bult.” De overtuiging leeft dat mensen zichzelf uit de armoede moeten helpen, zo simpel is het. Helaas werk het zo niet. Hieronder nog een cijfer om dit te staven.

Cijfer 5: zonder sociale herverdeling zou 42% van de Belgen arm zijn

Wat blijkt uit de 42% is – hoe je het draait of keert en hoe “not fashionanble” dat in deze tijden klinkt – dat herverdeling dé sleutel is tegen armoede. Een stabiele en sterke herverdeling vraagt een rechtvaardige fiscaliteit. Het is op dat niveau dat een fundamenteel verschil wordt gemaakt tussen meer gelijke, sociaal rechtvaardige samenlevingen met weinig armoede en samenlevingen die het omgekeerde zijn. Een direct armoedebeleid opereert steeds in de bedding van een bredere, preventieve aanpak richting meer gelijkheid ten voordele van de lagere inkomens en meer kwetsbare groepen binnen de samenleving.

Gegeven dat (1) onze sociale zekerheid het belangrijkste instrument is voor armoedebestrijding, (2) dat in het bijzonder het verlagen van de lasten op arbeid op de laagste lonen de toegang tot de arbeidsmarkt stimuleert voor zij die werk-arm zijn, (3) het aandeel van inkomen uit kapitaal sterk is toegenomen in het Nationaal Inkomen maar zeer ongelijk verdeeld is, (4) dat België helemaal onderaan bengelt op Europees vlak wat betreft belastingdruk op vermogen, (5) dat een verschuiving naar belasting op consumptie contraproductief is in de strijd tegen armoede omdat dan elke consument evenveel wordt belast ongeacht de hoogte van het inkomen, is een tax shift van lasten op arbeid naar vermogen(swinsten) onontbeerlijk in de strijd tegen armoede.

Onderwijs is die andere cruciale hefboom om kinderen en hun ouders over de armoedegrens te tillen. In het VLOR-advies over ‘Kinderen in Armoede’ staat letterlijk: ‘Door in te zetten op meer gelijke onderwijskansen kan de armoedecirkel doorbroken worden.’ Als je van de daken schreeuwt dat je de toekomst van onze kinderen wil vrijwaren, hoe valt dat te rijmen met het eenzijdige besparingsbeleid op dat departement? Als je weet dat de effecten van armoede de kinderen en jongeren in die gezinnen disproportioneel hard treffen, hoe valt dan te rijmen met een resem maatregelen die gelijke onderwijskansen precies in de kiem smoren?

Van de stilaan eindeloze reeks hogere facturen en besparingsmaatregelen die ons onderwijs treffen, pik ik er graag eentje uit die me écht boos maakt. Een maatregel die ook een samenleving boos zou moeten maken, omdat we allemaal “tegen” zijn, weet u nog? Tot nu toe kregen scholen die meer leerlingen hebben in kansarmoede of waar het gezinsinkomen laag ligt, extra geld om diezelfde kinderen en gezinnen te ondersteunen en te begeleiden. De redenering is simpel: scholen met meer kwetsbare leerlingen, hebben meer middelen nodig. Maar met die logica wil de Vlaamse regering nu komaf maken. Iedereen evenveel, luidt het. Klinkt rechtvaardig, maar dat is het uiteraard allerminst. Dan is dit niet langer een kwestie van besparen of een gebrek aan alternatieven. Van wat dan wel, vraag ik me af? Ideologische starheid? Symbolenstrijd?

Het “Er is geen alternatief”-feuilleton is intussen grijs gespeeld en vastgelopen, en toch volharden deze regeringen in foute beslissingen. Elke dag sla ik stomverbaasd de kranten open. “Geen diploma, geen uitkering” is de laatste pijnlijke aflevering die jongeren opgegroeid in armoede kopje onder duwen. Nochtans is intussen voldoende aangetoond – mét alternatieve begrotingen bij de hand – dat andere keuzes mogelijk zijn. Daarom, beste regeringen: het is nog niet te laat om op uw stappen terug te keren. Deze Internationale Dag voor Menselijke Solidariteit is misschien wel de uitgelezen kans om dat proces in gang te zetten. In naam van de toekomst van onze kinderen. Alle kinderen.