Pakkans en boete. Dat zijn de twee indicatoren die professor Max Frank hanteert om de wil te meten om van fraudebestrijding een succes te maken. Maar pakkans en boete: wat wil dat precies zeggen? In één zin komt het hierop neer: een systeem dat ontduiking en ontwijking niet alleen vermijdt én tegengaat, maar ook zo robuust mogelijk maakt. Uiteraard gaat dat dan over het aantal mensen dat je inzet om fraude te bestrijden. Uiteraard gaat dat dan over samenwerken. Uiteraard gaat dan dat over gegevens. Maar bovenal gaat het om de voortdurende en niet-aflatende wil om (overheid)systemen aan te passen aan een veranderende realiteit. Dat betekent nieuwe wetgeving, nieuw gekoppelde databanken, nieuw opgeleide mensen én nieuwe onderzoeken. En daar knelt het schoentje. Sinds haar aantreden heeft deze regering al heel wat beloofd en nog meer aangekondigd, maar helaas beweegt er nauwelijks iets. Met alle gevolgen van dien.

Wat daarentegen wél werkt – en als oud-staatssecretaris bevoegd voor fraudebestrijding weet ik waarover ik spreek – is wekelijks je oor te luister leggen bij mensen op het terrein: wat zijn de nieuwe fenomenen die opduiken en wat kan de politiek doen om daarop in te spelen? Hoe ons als overheid voorbereiden op nieuwe vormen van fiscale en sociale fraude? Dat het de moeite loont om daarin te investeren, bewijst het verleden. Zo zag België jaren terug het hallucinante bedrag van 1,1 miljard euro door zijn neus geboord aan verschillende btw-carrousels. Dat werd teruggebracht tot minder dan 20 miljoen euro door te spitten, te onderzoeken en systemen aan te passen. Een nettowinst voor onze schatkist van maar liefst 1 miljard door zij die niet betalen effectief te doen betalen. Nog een voorbeeld? Dankzij gerichte controles op transfer pricing van multinationals haalden we 200 miljoen euro op. De winsten die we zo boeken, is niet alleen goed nieuws voor de schatkist trouwens. Ook al diegenen die wel netjes hun eerlijke bijdrage leveren, varen er wel bij. Of op zijn minst is de druk op hun schouders aanzienlijk verlicht.

Een overheid die fraude ernstig neemt, is een overheid die wint

Maar zij die frauderen, zitten uiteraard niet stil. Nieuwe technieken om onze fiscale en sociale wetgeving te omzeilen, loeren om de hoek. Of ze woeden al volop in de praktijk en we weten het (nog) niet. Die spitsvondigheden nauwgezet opvolgen en ontmaskeren, lukt niet door de BBI (Bijzondere Belasting Inspectie) te herleiden tot een simpele regularisatiedienst. Dat lukt evenmin door het mes te zetten in de administratie waardoor amper nog btw-controleurs overblijven. Deze regering staat helemaal stil: nieuwe wetgeving die fraude écht aanpakt, ontbreekt. Laat staan het draagvlak voor een nieuw gecoördineerd fraudeplan. Fiscale regularisatie of grote fiscale fraude afkopen daarentegen? Dat is dan weer geen probleem. In tijden van zogezegde budgettaire krapte is dat werkelijk onbegrijpelijk. Een overheid die fraude ernstig neemt, is een overheid die wint. Zo is het een gigantische misvatting dat het enkel eenmalige opbrengsten genereert. Door het herhalen en het altijd opnieuw vernieuwen van antifraude-acties passeer je immers elk jaar langs de kassa. Dan verwijs ik graag naar de antimisbruikbepalingen, de btw-carrousels of onterecht betaalde werkloosheidsuitkeringen. Precies daarom is investeren in professionele ICT, gekoppeld aan performante databanken een noodzaak. België is daar nog altijd leading in voor een aantal segmenten, maar nu is het algemene systeem van opvolging en detectie (na een investering van vele miljoenen destijds) beschamend.

“Ja maar, als het niet internationaal gebeurt, dan gebeurt het toch niet”, is een andere dooddoener van de koele minnaars van de fraudebestrijding. Really? In minder dan 5 jaar zijn er stappen gezet die dat argument - als het al bruikbaar was - stevig uithollen. Denk maar aan de FACTA (Foreign Account Tax Compliance Act in de VS), de ontmaskering van belastingparadijzen, de automatische uitwisseling van bankgegevens, de opheffing van het Zwitserse bankgeheim of de ‘country-by-country reporting’ voor multinationals. We zijn er nog niet, maar al die stappen samen zijn een significant keerpunt geweest. En als de Amerikanen nu nog zo slim zijn om Donald Trump – een man die een boontje heeft voor belastingparadijzen – van de macht te houden, blijven we op de juiste weg.

Tot slot is er de ‘next step’, maar da’s eentje die voor velen blijkbaar een stap te ver is. Of vergt het te veel moed? Dan heb ik het over de 1% van de 1% rijksten dat zich onaantastbaar waant; dat groepje superrijken dat zich boven wetten en gerecht stelt; die supelite met een leger lobbyisten ter beschikking om te ontsnappen aan een eerlijke bijdrage en volop fraudeert. Alleen als we de strijd aangaan en die macht breken, zetten we een beslissende stap in de terugkerende discussie over ‘nieuwe belastingen om de gaten in onze begroting te dichten’. Meer zelfs, dan kunnen we er misschien een punt achter zetten. Waar wachten we nog op?