Freya Van den Bossche: 'Jongeren wachten veel langer op hulp dan regering laat uitschijnen'

Jongeren  die psychische hulp nodig hebben, moeten in realiteit veel langer  wachten dan de zestig dagen waarover minister Vandeurzen spreekt. ‘In de  praktijk moeten de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg systematisch  registraties van hulpvragen weigeren, waardoor de jongeren niet eens op  een wachtlijst komen en dus veel langer op hulp moeten wachten dan uit  de statistieken blijkt’, zegt Vlaams parlementslid Freya Van den  Bossche. ‘Als de regeringspartijen die realiteit negeren, laten ze  duizenden jongeren in de steek.’

Het is van groot belang  om psychische stoornissen bij kinderen en jongeren op zo jong mogelijke  leeftijd op te sporen en te behandelen. Maar liefst 50% van de  psychische stoornissen in bij volwassenen vindt zijn oorsprong voor de  leeftijd van 14 jaar, en tot 75% voor het 25ste levensjaar. De Centra  voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG’s) in Vlaanderen spelen een  belangrijke rol om kort op de bal te spelen. Voor jongeren die  doorverwezen worden naar een CGG of er zelf naartoe stappen omdat ze te  maken hebben met meer of minder zware psychische problemen, is het  essentieel dat ze snel geholpen kunnen worden.

“Ondanks de  inspanningen van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg blijkt dat juist  het grote pijnpunt te zijn. De statistieken spreken over een gemiddelde  wachttijd van 60 dagen, maar in de realiteit moeten jongeren veel langer  wachten op hulp”, zegt Freya Van den Bossche. “Iedereen die de sector  een beetje kent, weet dat vele CGG’s genoodzaakt zijn om regelmatig een  aanmeldingsstop af te kondigen omdat de wachtlijsten anders te groot  worden. In de praktijk betekent dat dus dat een heel aantal jongeren  niet eens op een wachtlijst geregistreerd worden en ze in realiteit dus  veel langer op hulp moeten wachten dat uit de statistieken blijkt. In  sommige gevallen moeten jongeren die hulp nodig hebben zelfs langer dan  een jaar wachten op een eerste gesprek. Een samenleving die zo welvarend  is als de onze, zou meer moeten investeren in psychische hulp, ook en  vooral voor jongeren.”

Wekelijks moeten CGG’s trachten de  aanmeldingen te verwerken en in eer en geweten na een intakegesprek  weten in te schatten: wie moet echt onmiddellijk opgenomen worden en wie  krijgen we er nog bij? Wie moet wachten, met de nodige risico's  vandien? En wie zorgt mee voor de cliënten in de wachttijd? Dat is niet  de schuld van de CGG’s of hun personeel, integendeel. Voor een team van  erg zorgzame en geëngageerde medewerkers in de CGG’s zijn dit moeilijke  beslissingen. “Het is vooral heel jammer hoe de stijgende aandacht voor  psychische problemen en de mooie initiatieven van Vlaanderen niet leiden  tot een versterking van het basisaanbod”, zegt Van den Bossche. “We  kunnen er al lang niet om heen, maar nu is het duidelijker dan ooit: de  hulpverleningscapaciteit is onvoldoende groot om het aantal zorgvragen  dat de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg bereikt kwaliteitsvol te  behandelen. Er is een grondig hervorming van de geestelijke  gezondheidszorg nodig, waarbij geestelijke gezondheidszorg op de eerste  en tweede lijn nog meer moet worden versterkt, want de nood is hoog. De  personeelscapaciteit is de voorbije jaren niet uitgebreid en de instroom  is gestegen. Hoog tijd dat de regering haar verantwoordelijkheid  neemt.”

                                                                                                               

                   

Deze discussie werd gesloten.