Op de informele vergadering van de werkgroep van het Belgisch Fonds voor Voedselzekerheid (BFVZ) werd door het kabinet van minister De Croo meegedeeld dat het Fonds vanaf 2020 geschrapt wordt. De beslissing wordt gemotiveerd door een streven naar een geïntegreerde aanpak binnen de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Fatma Pehlivan, sp.a-Kamerlid en lid van de werkgroep BFVZ, vreest echter dat het hier gaat om een besparingsmaatregel en vraagt garanties voor de toekomst van voedselzekerheid binnen de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Het Belgisch Fonds voor Voedselzekerheid (BFVZ) is een uniek financieringsinstrument dat is toegespitst op de verbetering van de voedselzekerheid van kwetsbare bevolkingsgroepen in gebieden met grote voedselonzekerheid in Sub-Sahara Afrika. Een speciaal parlementair initiatief, gevoed met fondsen van de Nationale Loterij, maakt het Fonds tot een uniek ontwikkelingsinstrument.

De grote meerwaarde van het BFVZ ligt bij de multi-actorenaanpak, synergie met de acties van nationale actoren en andere ontwikkelingspartners en sectorale expertise. Ook de flexibiliteit ten opzichte van verschillende projecten is altijd een troef geweest. Ook tijdens de hongersnood in Ethiopië heeft het Fonds goed werk geleverd.

Op de informele vergadering van de werkgroep van het BFVZ werd door de kabinetchef van minister De Croo echter meegedeeld dat het Fonds vanaf 2020 geschrapt wordt. De beslissing wordt gemotiveerd door een streven naar een geïntegreerde aanpak binnen de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

“Op zich is hier iets voor te zeggen”, aldus Fatma Pehlivan. “In de peer reviews van de OESO DAC van 2010 en 2015 wordt aangehaald dat een zeker verlies aan performantie  vastgesteld wordt door een te grote verkokering van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Maar die geïntegreerde aanpak zal een lege doos blijven als de financiële invulling en prioritaire focus op voedselzekerheid in de toekomst niet gegarandeerd is. In mijn aanbevelingen overgemaakt aan de werkgroep roep ik daarom minister De Croo op om de leden van de werkgroep dringend duidelijkheid te geven over deze twee punten.”