Volgens de meerderheid moet het openbaar vervoer meer 'vraaggestuurd' werken en moeten “alternatieve vervoersconcepten” ingeschakeld worden. Wie dit allemaal moet uitwerken is niet duidelijk. Zo vragen ze een onderzoek naar de mogelijke invoering van een onafhankelijke mobiliteitsregisseur. Deze mobiliteitsregisseur zou het Vlaamse openbaar vervoer moeten stroomlijnen.

“Dit plan is slechts een ruwe schets van het openbaar vervoersnetwerk”, reageert Vandenbroucke. “Het laat in het midden hoe en door wie dit wordt georganiseerd, geëxploiteerd en geregisseerd. De gebruiker weet niet of hij in de toekomst nog zal kunnen rekenen op een aanbod overal in Vlaanderen, wie daarvoor zal instaan en tegen welke prijs. Deze keuzes schuift men voor zich uit.”

Voor een degelijk openbaar vervoer zijn investeringen nodig. Een goede oplossing voor een vlotte doorstroming van tram en bus zijn onder andere vrije busbanen en slimme verkeerslichten. Ook is het belangrijk dat lokale besturen betrokken worden. Deze elementen schoven wij reeds naar voor in onze conceptnota: ‘Van basismobiliteit naar mobiliteitsgarantie’.

“Het allerbelangrijkste is dat het openbaar vervoer een strijdmiddel is tegen de files. Daarom moet De Lijn in samenwerking met private partners instaan voor een gebiedsdekkend aanbod. De Vlaming moet zowel in de stad als op het platteland kunnen rekenen op openbaar vervoer aan dezelfde, betaalbare tarieven.”