Vandaag komen onze veiligheidsmensen, politiemensen, cipiers, leerkrachten, verplegers, buschauffeurs en treinpersoneel op straat en vragen terecht om gehoord te worden.

Om de mensen opnieuw rust, zekerheid en perspectief te geven, is wederzijds respect en vertrouwen nodig

De afgelopen weken zijn we in een patstelling terechtgekomen waar niemand, maar werkelijk niemand beter van wordt. Mensen komen tegenover elkaar te staan. Zo vindt een meerderheid van de Vlamingen dat ze niet gehoord worden en de inspanningen niet eerlijk verdeeld zijn. Ze vinden dat altijd dezelfden moeten betalen en dezelfden ontzien worden. Zo vindt een meerderheid van de Vlamingen dat onze vakbonden nodig zijn en het goed is dat ze opkomen voor de rechten van de werknemers. Maar een meerderheid heeft ook genoeg van de wilde, onaangekondigde stakingen. Openbare diensten zijn essentieel voor de werking van onze samenleving. Je moet erop kunnen rekenen: om naar je werk te gaan, om je veilig te voelen of om je ouders op een deftige manier de zorg te bieden die ze nodig hebben.

Wellicht hebben heel wat mensen geloofd in de idee dat iedereen wat zou moeten inleveren om het later beter te hebben. Mensen willen hervormen en een inspanning doen voor een betere toekomst. Maar twee jaar later en een paar fraudeleaks verder is er weinig resultaat. De begroting klopt niet. De regerigen moeten straks opnieuw op zoek naar miljarden. Ook de economische cijfers bewijzen intussen dat dit beleid niet werkt. We gingen van het koppeleton in de eurozone naar de staart, net voor Griekenland. Terwijl we de toekomst samen zouden moeten voorbereiden en perspectief bieden, zorgen de vaak eenzijdige, voorgestelde maatregelen voor hogere facturen voor de mensen, meer burn-outs en meer ongelijkheid en onzekerheid over de organisatie van hun dagelijks leven.

Een gezamenlijke toekomst leg je dan ook niet op, maar is breed gedragen. In overleg en consensus. Dat dat niet altijd makkelijk is, besef ik. Op straat en op de werkvloer, is het ongenoegen groot. Mensen voelen de onrust niet alleen, ze geloven niet langer dat de politiek het verschil maakt. Ze begrijpen ook niet echt waarom hun trein niet rijdt of waarom cipiers staken. Vakbonden staan regelrecht tegenover ministers, werknemers staan lijnrecht tegenover werkgevers, en betogers moeten om de haverklap op straat roepen om uiteindelijk… niet gehoord te worden.

Neem nu de veiligheidsmensen van de luchthaven, de politie en de antiterreureenheden. Ze hebben zeer lastige 18 maanden achter de rug. Ze vragen vandaag een kader om in te werken dat duidelijkheid, rust en stabiliteit brengt. Maar waarom zijn de antwoorden van deze regering dan: eenzijdige aanpassing van hun pensioen, hun loopbaan of hun loon zoals deze week nog met de anciënniteit. Of de 38 urenweek. Al deze maatregelen samen hebben een grote impact op hun leven. Zij hebben geen boodschap aan slogans zoals ‘we duwen door’, 'we gaan het ze nog eens uitleggen’ of ‘er is geen alternatief’. Mogen zij ook even tot rust komen?

Vandaag doe ik een oproep – over partijgrenzen en kleuren van vakbonden heen – om een rustpauze in te lassen. Even geen opbod meer. Om de mensen opnieuw rust, zekerheid en perspectief te geven, is wederzijds respect en vertrouwen nodig. Ministers die luisteren, alternatieven serieus overwegen en als het moet terugkomen op gemaakte keuzes. Vakbondsleden die eerst alle overleginstrumenten uitputten, vooraleer tot staken over te gaan. De voorbije dagen zagen we een paar openingen aan beide kanten. Het is perfect mogelijk om te zorgen voor een rustpauze in moeilijke tijden. Laat ons dat even doen.