'Geen gratis geld voor iedereen, wel een basisloon voor iedereen die bereid is mee te werken aan de welvaart en het welzijn van onze samenleving'

Elke maand een stevig bedrag op uw rekening zonder er iets voor te moeten doen. Per persoon en ongeacht of u werk hebt of niet. Zou u ervoor tekenen? De Zwitsers wezen het af in een referendum met 76% van de uitgebrachte stemmen. Maar 23% stemde voor, en dat is niet niets: de idee van een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen wint aan populariteit. In België is de piratenpartij de meest uitgesproken voorstander en zelfs Karel Van Eetvelt, baas van de Unie van Zelfstandige Ondernemers, brak gisteren een opgemerkte lans voor 'gratis geld voor iedereen'. Hij laat het onderzoeken door zijn studiedienst.

Het universeel basisinkomen is op het eerste gezicht een prachtig idee. Het is geïnspireerd door waarden als vrijheid en gelijke kansen voor iedereen en het komt voort uit de beste bedoelingen. En toch is het geen idee om werkelijk uit te voeren. De kunst is om de problemen ervan te erkennen en weg te filteren en het goede ervan te behouden. Dat betekent: geen gratis geld voor iedereen, wel een basisloon voor iedereen die bereid is mee te werken aan de welvaart en het welzijn van onze samenleving.

We verklaren ons nader.

Het universeel basisinkomen is om een heel aantal redenen een erg aantrekkelijk idee. Als we allemaal zeker weten dat de overheid op het einde van de maand een bedrag op onze rekening stort waarmee we perfect kunnen leven, kijken we een ontspannen loopbaan tegemoet. Niets moet, alles kan. We kunnen hard werken als we dat een periode lang willen en vertragen als we dat nodig vinden (bijvoorbeeld om onze jonge kinderen op te voeden, om iets bij te studeren of een bedrijfje te starten). We kunnen ons werkleven in een ongekende vrijheid plannen en beleven, zonder de angst dat armoede ooit ons deel zal zijn.

En daar is al het tweede voordeel van hete universeel basisinkomen: als het boven de armoedegrens uitkomt en iedereen het maandelijks krijgt is het normaal gezien gedaan met de armoede. Zelfs als de verdergaande robotisering van het productieproces de helft van het vandaag beschikbare werk zou vernietigen, hoeft er voor de werklozen geen armoedeprobleem te zijn. Geen werk? Geen probleem: inkomen zat.

Een derde voordeel is dat van de duidelijkheid. De herverdeling zou glashelder en efficiënt verlopen: iedereen krijgt precies hetzelfde, van zijn achttiende tot zijn aan zijn pensioen. Iedereen weet precies waarop hij recht heeft. En gedaan met de vaak ondoorzichtige bureaucratische kluwen waardin een kat geen van haar jongen terugvindt.

Bent u overtuigd? Wij niet helemaal. Er is namelijk één onoverkomelijk principieel probleem: niet werken en wel verdienen; je niet inzetten voor een samenleving en toch genieten van haar gulle giften, dat valt niet te rijmen met een welbegrepen idee van solidariteit. Een systeem van inkomen zonder werken vreet op den duur aan de bereidheid van mensen aan om bij te dragen aan dat systeem. Zeker als het eens wat slechter gaat. Bovendien is het principe 'loon naar werken' te fundamenteel om overboord te gooien. Het is de basis van een eerlijke economie (die we nu nog niet hebben) en van een eerlijke sociale welvaartstaat.

Maar niet getreurd. We kunnen wel degelijk het beste van het universeel basisinkomen overeind houden zonder te raken aan een eerlijke solidariteit.

We doen dat niet met een basisinkomen voor iedereen, maar met een basisloon. Geen gratis geld, maar een loon waar iets tegenover staat. In ons idee van een basisloon voor iedereen hebben alle mensen vanaf hun 18e levensjaar recht op een gegarandeerd loon boven de armoedegrens (vandaag rond de 1080 euro) - maar wel een loon in ruil voor werkbereidheid. Wie niet bereid gevonden wordt zich in te spannen voor de samenleving die zorgt voor zijn levensonderhoud, krijgt geen basisloon. Daarbij wordt 'werk' ruim gedefinieerd: alle activiteiten die nuttig en zinvol zijn voor de welvaart en het welzijn van onze samenleving komen in aanmerking om als werk aanzien te worden.

Daarom hebben bijvoorbeeld jongeren tussen 18 en 23 jaar recht op hun basisloon als zij studeren of werken. Om het idee van een basisloon een echte kans te geven, is dat waarschijnlijk de beste eerste stap. Het is de democratische meerderheid die beslist wat geldt als een betekenisvolle bijdrage tot de samenleving, en wat dus geldt als werkbereidheid: kinderen opvoeden, zorgen voor zieke of oude familieleden, een opleiding volgen, een onderneming opstarten, allerlei andere vormen van maatschappelijk werk verrichten enzovoort. De democratische beslissing om het kunstenaarsstatuut in te voeren en ons onmisbare middenveld te financieren bewijzen dat zoiets zeer goed mogelijk is.

Om het systeem compleet te maken moet er ook een welomschreven, maar voldoende ruim recht zijn om zonder verdere motivering of bewijs van werkbereidheid je loopbaan te onderbreken. Bijvoorbeeld om een burnout te vermijden of even stil te staan bij je leven, om het een andere wending te kunnen geven.

Op deze manier behoud je al wat goed is aan het universeel basisinkomen: een vrijere en meer ontspannen loopbaan waarin mensen kunnen kiezen voor elke maatschappelijk zinvolle activiteit; de scherpe afnamen of zelfs afschaffing van de armoede en een glashelder systeem waarin iedereen precies weet op welk basisloon hij gedurende zijn leven recht heeft.

En dat allemaal met behoud van een eerlijke solidariteit.

Dit verscheen eerder bij De Morgen.