Gemeenten moeten gevonden fietsen voortaan nog maar drie maanden in bewaring houden, en geen zes maanden meer. Het wetsvoorstel van sp.a-kamerfractieleider Karin Temmerman betekent een forse besparing voor de steden en gemeenten. “Vooral steden met een grote studentenpopulatie moeten nu duizenden fietsen bijhouden die vaak nooit worden opgehaald. Door de bewaartermijn te halveren, hebben ze minder opslagruimte nodig en sparen ze in financieel moeilijke tijden veel geld uit.”

Een wet uit 1975 bepaalt dat gemeentebesturen gevonden voorwerpen zes maanden moeten bewaren. Ook fietsen vallen onder die wet. Vooral in de steden stapelen de fietsen zich op. “De praktijk leert ons dat de fietsen waarvan de rechtmatige eigenaar zich niet binnen de maand meldt ook later niet meer worden opgehaald”, zegt Temmerman.

Voor de gemeentebesturen is de bewaartermijn een dure verplichting. In ons land worden elk jaar naar schatting 150.000 fietsen gestolen. In Gent haalde de politie in 2010 liefst 7.291 fietsen op, in Leuven 3.642 en in Antwerpen 1.735. Ongeveer een derde van die fietsen werd aan de eigenaar terugbezorgd, het gros daarvan binnen de maand. Twee derde werd nooit teruggevraagd. Elke fiets heeft één vierkante meter opslagplaats nodig, de steden moeten dus heel wat ruimte voorzien om de gevonden fietsen in bewaring te houden.

“Het is zinloos én duur om gevonden fietsen zes maanden lang bij te houden. Drie maanden volstaat ruimschoots”, benadrukt Temmerman. “Veel steden en gemeenten hebben dezer dagen bijzonder weinig financiële ademruimte. Met de kortere bewaartermijnen kunnen ze kosten besparen in budgettair moeilijke tijden. Voor een stad als Gent betekent dat toch al snel een besparing van enkele honderdduizenden euro’s.”