‘Je betaalt de brandweer niet alleen als het brandt’. Met die boutade pleiten eigenaars van gascentrales in ons land voor financiële steun. Betalen om er zeker van te zijn dat we ten allen tijde voldoende capaciteit hebben om de lamp te laten branden. De Britten tonen echter aan dat de invoering van zo’n capaciteitsmechanisme allesbehalve duurzaam is, en bovendien marktverstorend en duur is. Ook in ons land zou zo’n invoering leiden tot weinig duurzame overproductie en een overbodige hoge geldtransfer van consument naar producent.

Britse capaciteitsmarkt blokkeert energietransitie

Capaciteitsmechanismes bestaan in alle maten en gewichten. Het zijn subsidies in ruil voor het aanhouden van productiecapaciteit. En dus niet voor het produceren van elektriciteit. In Groot-Brittannië ontwikkelden ze daarvoor een heuse capaciteitsmarkt: een plaats waar subsidies geveild worden tussen producenten. Zo organiseerde de Britse hoogspanningsnetbeheerder eind 2015 een centrale veiling om de noodzakelijke capaciteit voor 2019 en 2020 (een kleine 50 GW) te waarborgen. Door Europese staatssteunregels was de veiling technologie-neutraal. Zowel bestaande als nieuw te bouwen capaciteit - met welke brandstof dan ook - konden meedingen. Ook vraagbeheersing (de vrijwillige afschakeling op piekmomenten), opslagcapaciteit en interconnectie met het buitenland waren een optie. Enkel hernieuwbare capaciteit (dat via andere mechanismen gesteund wordt) kon dat niet. De Britten hoopten dat zo een nieuwe, flexibele infrastructuur het daglicht zou zien. Een infrastructuur die de nodige energietransitie zou faciliteren.

Nu zien we echter dat die Britse capaciteitsmarkt een pervers resultaat levert. De energiemarkt die er uit voortvloeit faalt compleet. Ze is conservatief, absoluut niet duurzaam en duur.

- De Britse capaciteitsmarkt is duur. 23 euro per kilowatt werd als subsidiebedrag afgeklopt. Aan dit bedrag werd de noodzakelijke 50 GW vastgeklikt. Voor het jaar 2018 komen de Britten zo aan een subsidiebedrag van 1,2 miljard euro voor de fossiele energiesector. Een bedrag dat rechtstreeks in de factuur van de eindconsument komt. Bovendien werd voor sommige centrales de subsidie voor 15 jaar vastgelegd, wat de flexibiliteit ondermijnt voor een markt in volle transitie.
- De Britse capaciteitsmarkt bestendigt de huidige machtsverhoudingen op de productiemarkt. De zogenaamde ‘big 6’ (EDF, Centrica, EON, SSE, Scottish power en RWE) kwamen als winnaar uit de veiling en streken 70% van alle subsidies op. Middelen die bijna uitsluitend naar bestaande capaciteit gaan. De Britse capaciteitsmarkt bleek dus helemaal niet in staat om noodzakelijke, toekomstgerichte technologieën aan boord te hijsen. Slechts 1 nieuwe gascentrale wordt opgenomen in de portefeuille, niettegenstaande zich 4 nieuw te bouwen centrales aanboden. Van alle aangeboden vraagbeheersing (456 MW) werd slechts 8 MW onder contract geplaatst. Tot slot greep de enige interconnectie die zich aanbood (1 GW interconnectie tussen Engeland en België) naast ondersteuning.
- Tot slot financiert de capaciteitsmarkt de uitstoot van vermijdbare broeikasgassen. Zo worden Britse steenkoolcentrales nieuw leven ingeblazen, met een bedrag van 208 miljoen in 2018. Niettegenstaande regeringsverklaringen over de sluiting betaalt de Britse consument vandaag dus twee keer voor kool. Via het Europese emissiehandelssysteem om ze te sluiten en via de capaciteitsmarkt om ze open te houden. Bovendien valt op dat bijna alle Britse kerncentrales steun ontvangen. Dat terwijl de oudste kerncentrales al in 1976 aan het net geconnecteerd werden en al lang afgeschreven zijn. De Britse elektriciteitsconsument financiert met andere woorden rechtstreeks de overwinst van de nucleaire sector.

Kortom, de belofte dat een capaciteitsmarkt de energietransitie op een betrouwbare en betaalbare wijze faciliteert, was niets meer dan een illusie.

Plan-Marghem: dure oplossing voor een onbestaand probleem

Ook in ons land uitte minister van Energie Marie-Christine Marghem de ambitie om de strategische reserve - die per definitie tijdelijk is - om te zetten in een structurele reserve. Maar in tegenstelling tot het Britse systeem zou die enkel bestaan uit gascentrales. Dat gascentrales op korte termijn noodzakelijk zijn in een energielandschap dat op termijn de overgang maakt naar heel veel hernieuwbare ontkent niemand. Maar los van de vraag of eenzijdige steun voor binnenlandse gascentrales in lijn is met Europese staatssteunregels, dringen ook enkele andere vragen zich op.

1) Is het probleem waar minister Marghem een antwoord voor zoekt écht een probleem?
2) Kan capaciteitsondersteuning in België op een kosten-efficiënte manier?

Het onbestaande probleem

Hoe omvangrijk is het probleem van bevoorradingszekerheid in België? Op middellange termijn is er op de Belgisch/Europese energiemarkt is sprake van een productieoverschot eerder dan een productietekort. Het meest recente rapport van hoogspanningsnetbeheerder Elia berekende immers het zogenaamde ‘structurele blok’. In 2017 bedraagt dat blok 2500 MW en tegen 2027, na de nucleaire phase-out, loopt dit op tot 4000 MW, ofwel 4 grote kerncentrales. In tegenstelling tot wat sommigen kunnen denken, is dit geen tekort.

Bron: Elia

 

Gascentrales aangesloten op het net worden immers niet beschouwd als ‘bestaande capaciteit’, wel als productie die het structurele blok moet helpen dichten. In 2017 gaat Elia uit van 3366 MW aan gasprodcutiecapaciteit (om nog maar te zwijgen over de reeds gecontracteerde strategische reserve). Het ‘tekort’ van 2500 MW smelt met andere woorden als sneeuw voor de zon.

Bron: Elia

 

Tot de kernuitstap in 2023 is er op geen enkele manier een tekort op de Belgische elektriciteitsmarkt. Integendeel, overcapaciteit wordt de komende jaren ons deel. Gascentrales vandaag structureel ondersteunen betekent het subsidiëren van overproductie die in het beste geval uitgevoerd wordt naar de buurlanden.
En wat na de kernuitstap? Nieuwe productiecapaciteit is noodzakelijk, maar het tekort wordt wel standaard overschat. Zo gaat Elia ook in 2027 uit van de aanwezigheid van zo’n 1.500 MW aan gascentrales, die ook nog eens 100% beschikbaar zijn. Bovendien daalt het piekverbruik in België structureel, wordt hernieuwbare productie steeds correcter voorspeld en opslagtechnologie in toenemende mate marktconform. Dat bewijst Duitsland met zijn energiewende: intussen is dat het land met de minste stroomonderbrekingen van Europa, in tegenstelling tot het ‘nucleaire’ Frankrijk dat achteraan dit lijstje bengelt. Wil men aan de laagste kost de noodzakelijke capaciteit realiseren, wordt een accurate berekening van de noden cruciaal. Gesubsidieerde overproductie is nooit kosten-efficiënt. 

De dure oplossing

In de huidige marktomstandigheden is gascentrales blind susidiëren duur en weinig kosten-efficiënt. Als de federale regering beslist om alle aanwezige gascentrales in 2017 te steunen voor het bedrag dat in Groot Brittannië is afgeklopt (23 euro/kW), zorgt dat voor een kost van 77 miljoen euro op jaarbasis. Het Britse voorbeeld toont bovendien aan dat er voor een bedrag van 23 euro/KW amper nieuwe investeringen zijn, wat toch de doelstelling van de maatregel is.
Zolang we in België de marktomstandigheden voor noodzakelijke gascentrales niet optimaliseren, leidt de steun voor gascentrales per definitie tot oversubsidies. En de eindfactuur betaalt de consument. Zo fnuikt de gegarandeerde levenslijn voor afgeschreven kerncentrales alle kansen voor gas. Onderstaande figuur toont nochtans aan dat de draaiuren van gascentrales aanzienlijk stijgen tijdens de kernuitstap tussen 2023 en 2025.

Bron: Elia

 

Ook de Europees onmacht om een realistische prijs te kleven op broeikasgasuitstoot sluit het ‘gas before coal’-scenario uit. Nochtans zou dit scenario - dat kool uit de markt prijst - een verdrievoudiging betekenen van het aantal werkingsuren voor gascentrales.

Bron: Elia

 

Conclusie: Het ongewenste status quo 

Groot Brittanië, dat de geliberaliseerde energiemarkt als eerste in Europa in de armen sloot, bleek ook de eerste om zijn geloof in de vrije markt te lossen door een volwaardige capaciteitsmarkt uit te rollen. Vandaag subsidieert ze structureel alle productietechnologieën.
België en haar liberale energieminister moeten lessen trekken uit het Briste voorbeeld. Tenminste, als een betrouwbare en duurzame energiemarkt uiteindelijk het doel is. Als de verkoopprijs op de elektriciteitsmarkt niet de noodzakelijke investeringen uitlokt, hoeft marktingrijpen geen taboe te zijn. Maar de uitrol van een capaciteitsmechanisme kan enkel als ‘last resort solution’. Prioritair moet een correct prijssignaal tot stand komen door de werking van de (energy-only) markt te optimaliseren. Zo niet, dan dreigt iedereen op te draaien voor het belang van enkelen. Vandaag is 65% van de Belgische gascentrales in handen van 1 speler. En die wordt op zijn wenken bediend. Op die manier betonneert deze regering doelbewust een ongewenste status-quo.