Het rapport dat vandaag gestemd werd, heeft betrekking op de situatie in 2013. Daaruit blijkt dat op vijf jaar tijd de tewerkstellingsgraad van vrouwen in de EU weliswaar gestegen is, maar slechts beperkt, namelijk van 60 procent naar 62,8 procent. De Europese doelstelling is echter 75 procent tegen 2020. “Het gaat dus erg traag vooruit. Aan dit tempo halen we de tewerkstellingsgraad van vrouwen pas tegen 2038.”, aldus Kathleen Van Brempt.

“Als gevolg van de economische crisis en de maatregelen die regeringen hebben genomen, raken meer en meer vrouwen verstrikt in onzekere en deeltijdse jobs of moeten ze tijdelijke contracten aanvaarden. Heel wat vrouwen werken in de publieke sector en net daar wordt er stevig bespaard.”, legt Van Brempt uit.

De loonkloof tussen mannen en vrouwen in de EU bedraagt nog steeds 16,4 procent. Als we aan dit tempo verder gaan zullen we die loonkloof pas sluiten in 2084. Dat is hallucinant. Nochtans stelt de Europese richtlijn dat het principe van gelijke kansen en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen inzake tewerkstelling in alle lidstaten moet gelden. Tot vandaag moeten nog 26 lidstaten aan de Commissie laten weten of hun wetgeving conform is met die richtlijn. “Dat wijst er op dat gelijkheid van mannen en vrouwen bij de lidstaten niet hoog op de agenda staat. Ook het glazen plafond blijft een realiteit. We praten daar nu al decennia over, maar het wordt tijd dat er ook echt iets aan gedaan wordt, door het invoeren van quota.”

Vrouwen worden ook meer getroffen door armoede. Eén op de vier gepensioneerde vrouwen hebben een armoederisico; bij mannen is dat één op zes. Het armoederisico bij gepensioneerde vrouwen is het rechtstreekse gevolg van de aanhoudende loonkloof. Datzelfde argument gaat ook op voor alleenstaande ouders, in Europa is maar liefst 91 procent van de alleenstaande ouders een vrouw. Daarvan loopt 35,5 procent het risico in armoede te verzeilen. Als gevolg van de besparingsmaatregelen slagen de sociale diensten in de lidstaten er niet in om de armoede terug te dringen. Het rapport roept dan ook de lidstaten op om hun belastingsystemen aan te passen zodat ze alleenstaande ouders en bejaarden beschermen tegen kansarmoede.

Een andere prioriteit is de aanpak van geweld tegen vrouwen. Eén op de drie vrouwen in de Unie is slachtoffer geweest van fysiek of seksueel geweld. Rapporteur Tarabella roept op om 2016 uit te roepen tot het Europees jaar van de strijd tegen geweld op vrouwen. Verschillende Europese parlementsleden, waaronder ikzelf, hebben daartoe een brief voor de Europese Commissie ondertekend. Uiteraard is dat vooral een symbolische daad, maar het vestigt wel de aandacht op het probleem. Daarnaast moeten lidstaten meer aan preventie doen én een betere opleiding voorzien voor politie, gerecht en sociale diensten.

Het rapport kende heel wat tegenstand, vooral bij conservatieve groepen, omdat het beklemtoont dat vrouwen zelfbeschikkingsrecht hebben over hun eigen lichaam. Conservatieve en religieuze actiegroepen die strijden tegen abortus en seksuele rechten vinden dat Europa geen bevoegdheid heeft om daarover uitspraken te doen. De Conservatieve lobby wil seksuele en reproductieve rechten kunnen beperken in de lidstaten. “Ik betreur dat net de paragrafen die Europese vrouwen rechten willen garanderen, geen meerderheid vonden. Conservatieve partijen geven de lobby blijkbaar gelijk. Ze zijn bang dat Europa de fundamentele rechten van burgers beschermt.”, besluit Van Brempt.