In de gemeenteraadscommissie Algemene Zaken formuleerde sp.a raadslid Astrid De Bruycker verschillende suggesties die erop gericht zijn raadsleden die in 2019 nieuw aantreden goed te omkaderen bij het opnemen van hun democratische taken. Een belangrijk aandachtspunt waar burgemeester Daniël Termont zeker rekening wil mee houden bij het voorziene opleidingstraject en de herwerkte informatiebrochure.

Astrid De Bruycker formuleerde het zo: “Binnen een klein jaar zal de gemeenteraad er helemaal anders uit zien dan vandaag. Een deel van de huidige raadsleden zal de raad verlaten en heel wat nieuwe Gentenaars zullen hun eerste stappen in de lokale politiek zetten. Tegelijk verandert met de integratie van ocmw en stad ook de ambtelijke en politieke context. De bevoegdheden van lokale besturen nemen toe en worden complexer. Ook de verhouding tussen burgers en politiek is in volle evolutie: burgers vragen terecht om meer transparantie over de werking van hun bestuur en willen zelf actief participeren”.

De burgemeester bevestigde en deelde mee dat er meer tijd zal besteed worden aan thema’s als rechten en plichten, de nieuwe deontologische code en de inkanteling van het ocmw in de stad. In de marge van zijn uitgebreid antwoord brak de burgemeester ook een lans voor een sterker statuut voor gemeenteraadsleden, naar het voorbeeld van onze Noorderburen. Ook Dirk Holemans, afscheidnemend raadslid van Groen, bepleitte dit reeds. Bij de VVSG, die eerder dit jaar hun voorstellen lanceerden voor meer talentmanagement van lokale mandatarissen, loopt momenteel een uitgebreide enquête naar de werking en ondersteuning van raden en raadsleden. Het statuut van raadsleden vormt ook daarin een belangrijk aandachtspunt waarrond men in de toekomst het debat nog sterker zal voeren.

“Gemeenteraadsleden zijn volksvertegenwoordigers” zo stelde Astrid De Bruycker, “zij hebben de opdracht de stem van de burger te laten horen in de raad. Zij hebben ook de taak actief controle uit te oefenen op de werkzaamheden van het college van burgemeester en schepenen en als ‘hoofd van de gemeente’ mee de koers richting toekomst uit te zetten. Dat zijn stuk voor stuk gewichtige opdrachten. Daarom pleit ik er alvast voor dat we als stad doen wat we kunnen: namelijk een rijke inhoudelijke omkadering bieden met het oog op een goed functionerende, transparante, lokale democratie. Daarnaast hoop ik dat we ook het debat over de vergoeding en het statuut van raadsleden (een debat dat zich op het Vlaamse beleidsniveau situeert) met datzelfde doel voor ogen kunnen voeren.”