Genderongelijkheid en seksisme in het kunsten- en cultuurlandschap - Vraag om uitleg donderdag 12 januari 2017

Foto: © Guerrilla Girls

Mijnheer de minister,

Uit actuele berichten van de De Morgen, Knack en Rekto Verso blijkt dat op de dag van vandaag de kunsten – en cultuursector niet alleen kampt met genderongelijkheid, maar ook een probleem van seksisme kent. Ten eerst wil ik de genderongelijkheid aan kaarten. Vrouwen blijven in de cultuursector in de hogere regionen ondervertegenwoordigd, zeker als het aankomt om de stoel van regisseur, directeur, enz. te bezetten. Vrouwen grijpen dus naast de macht. Aan de 307 organisaties en 7 kunstinstellingen van de Vlaamse Gemeenschap is het overgrote merendeel van de directeurs een man. Wanneer vrouwen de leiding krijgen, is dat vaker in kleinere organisaties of samen met een man.

Aan aanbod is er geen gebrek er zijn namelijk voldoende competente vrouwen aan het werk in de kunsten, op verschillende niveaus. Het probleem is dat vrouwen stelstelmatig uit vallen, hoger op de ladder. Men kan spreken over een glazen plafond waar vrouwen weer telkens tegen botsen. Slechts 66 procent van de vrouwelijke afgestudeerden stoot door tot het gesubsidieerde werkveld, tegenover 78 procent van de mannen. Docenten in dans en drama zijn ook veel vaker mannen, waardoor soms een bijna uitsluitend vrouwelijk publiek les krijgt van bijna uitsluitend mannen.

Ook op gebied van loon is er genderongelijkheid. Vrouwelijke kunstenaars verdienen ook minder dan hun mannelijke collega's. Vooral bij schrijvers en illustratoren is dat zo. Daar verdienen vrouwen tussen de 35 en 45 jaar en tussen de 55 en 64 jaar bijna de helft minder.

Dat de kunstensector bekendstaat als progressief die gelijkheid en emancipatie hoog in het vaandel heeft staan, leidt dus niet tot een voorbeeldrol in gendergelijkheid op de vloer.

Ten tweede wil ik wijzen op het feit dat seksisme n de kunstensector schering en inslag blijft. Het cultuurmagazine Rekto Verso liet vrouwen anoniem hierover hun verhaal doen. De getuigenissen spreken voor zich.  Dat dit in een progressieve sector als de kunstensector nog steeds voorvalt  is niet te vatten.

Daarom stel ik u graag de volgende vragen, mijnheer de minister:

  • Erkent u dat er genderongelijkheid is binnen de cultuursector?
  • Erkent u de ongelijkheid op vlak van loon?
  • Wat is de verhouding mannen - vrouwen in directiefuncties? Heeft u hier cijfers over?
  • Wat vindt u van het idee om quota’s op te stellen?
  • Welke beleidsmaatregelen denkt u te nemen om dit probleem aan te pakken?
  •  Hoe kan de kunstensector volgens u op dit vlak een vooruitstrevende/voorbeeldrol rol spelen?

Yamila Idrissi,

Vlaams volksvertegenwoordiger

Deze discussie werd gesloten.