Het was Ben - integratie verantwoordelijke in het centrum - die ons op sleeptouw nam. Aanvankelijk leek er weinig leven te zitten in het centrm, maar naar mate de dag vordert kwamen er hier en daar wat guitige kindergezichtjes piepen. De kinderen fietsten rond tussen de ontspanningsruimte, de woonblokken, de leslokalen en de refter . Meteen werd duidelijk dat de schoenen die we verzamelden en achterlieten bij kledingverdeling van pas zouden komen. Enkele kinderen fietsten rond op slippers, maar nog meer volwassenen keken naar het plezier van de kinderen op blote voeten. Een rondleiding doorheen de openbare lokalen maakte ons duidelijk dat ondanks de inspanningen van de medewerkers en vrijwilligers het echt om een noodopvangcentrum draait. Ze helpen de vluchtelingen met de middelen die ze hebben.

Na de rondleiding kregen warmden we binnen op bij uitleg over de wetgeving rond asielzoekers en vluchtelingen. Ook burgemeester Yzermans gaf info over de samenwerking met de buurt. We kregen ook een kleine herinnering van onze eigen geschiedenis. Onze grootouders hebben ooit gehoopt op dezelfde hulp in buurlanden en ja net als toen trekken asielzoekers nu ook eerst naar hun buurlanden. De meeste mensen geraken immers niet tot in Europa. Zij die dat wel doen, hebben vaak een helse, mensonwaardige tocht afgelegd. Iets wat je wel vaker hoort, maar wat nog meer doordringt als je de getuigenis van deze tocht krijgt van iemand die hem heeft meegemaakt.

Ali deed ons zijn verhaal. Vaak met stiltes, zijn tranen wegslikkend om ons proberen de situatie te doen begrijpen. Een verhaal vol pijn van een jonge kerel. Bijna afgestudeerd als dokter, stond aan het begin van zijn carrière in de pediatrie. Met kinderen werken, was zijn droom. Een droom die aan flarden werd geschoten door wapens. Zijn thuisland was niet langer veilig. Hij vertelt ons met veel moeite over hoe hij zich een maand lang geen mens kon voelen, over de angst die gepaard gaat met de tocht. Een zoektocht die hij alleen overleefde door zijn geloof en zijn hoop. De hoop op een betere toekomst voor hemzelf, maar vooral voor zijn familie die hij heeft moeten achterlaten. Een familie die hij al lang niet meer heeft kunnen spreken. Waarvan hij niet weet hoe het met ze gaat, maar “no news is good news,” zegt een niet zo zekere Ali.

Ali’s verhaal is doorspekt met “Thank you”. Hij is België dankbaar voor de opvang die we geven, voor het verblijf dat we aanbieden. Maar hij is ook eerlijk en geeft toe dat er spanningen zijn. Zoveel mensen samen, zonder enige vorm van privacy, die met een grote onzekerheid leven voor hun toekomst en zo weinig informatie hebben over hun vrienden en familie. Al die stress leidt wel eens tot strubbelingen geeft hij toe. Ook ons bedankt hij honderduit gewoon omdat we daar zijn, omdat we bereid zijn te luisteren, omdat we zijn problemen en de 699 anderen verhalen in het centrum erkenning geven.

Ali’s getuigenis kwam aan, zijn rauwe emoties die hij probeert te onderdrukken. Daarom dat we ook wat opgelucht waren dat we onze handen uit de mouwen konden steken en een (kleine) bijdrage konden leveren in het centrum. Samen verplaatsten we enkele schoolbanken. Al werden wij tijdens dit werk al snel geholpen door enkele van de bewoners die spontaan bijsprongen.

Veel hebben we niet kunnen doen, maar na dit bezoek zal ieder van ons vechten voor een menswaardige behandeling van asielzoekers en vluchtelingen. Wij zullen allen de vijandige retoriek blijven tegenspreken. Want het zijn geen gelukszoekers, het zijn geen profiteurs: het zijn mensen, punt.

"If you want something, you have to work for it, suffer and realise that it is not a nightmare. It is just life that’s a bit difficult for now.” -Ali