Dit is het verhaal van enkele Belgische weeskinderen. Die kinderen hebben twee ouders die hen in de steek laten. De moeder is staatssecretaris Elke Sleurs en de vader is Minister Reynders. Zij zitten in deze regering in een LAT-relatie én bijten elkaar af en toe lelijke woorden toe over de opvoeding van hun kinderen. De besparingsroes verklaart hun kribbigheid tegenover elkaar. Staan de wezen alleen? Neen hoor, hun cultuurvoogden en verre culturele nonkels en tantes uit de gemeenschappen en gewesten stoppen hen af en toe nog wat geld toe. Maar die willen er voor de rest niet te veel mee te maken hebben. Ze hebben zelf kinderen waarmee ze al genoeg afzien en ze moeten ook al besparen!

Brussel en haar federale instellingen loslaten, betekent een gigantische verarming voor Vlaanderen.

En toch zijn deze Belgische wezen geen te beklagen 'vernepelinkskes'. Die Belgische wezen trekken namelijk zeer goed hun plan. Het gaat - u heeft het al geraden - om de federale culturele instellingen.

Tot nu toe hebben zij hun plan getrokken. Sinds het aantreden van de federale regering lukt het niet meer. Een van hen trok deze week aan de alarmbel: de Muntschouwburg. Die wordt gedwongen om de besparingen van 4% op drastische manier op te vangen : dans behoort niet langer tot de kerntaak van de Munt.

Instellingen veruiterlijken waarden samenleving

Met de keuze voor opera probeert De Caluwe de positie van de Munt als internationale speler te vrijwaren. De consequentie is echter dat het wereldtoonaangevend gezelschap Rosas er niet langer in residentie zal zijn. Anne Teresa de Keersmaeker moet dus een andere thuis zoeken.

De verontwaardiging vanuit de danswereld is begrijpelijk. De Brusselse dansscène verliest immers zijn meest zichtbare podium. Deze beslissing is echter geen artistieke beleidskeuze van de Caluwe, ze wordt ingegeven door de contouren die de federale regering haar oplegt. Wanneer de middelen nauwelijks volstaan om het eigen ensemble in leven te houden blijft er geen ruimte over voor initiatieven die het operahuis opengooien en een warm welkom en ondersteuning bieden naar de vernieuwingen en excellentie binnen de andere kunstvormen.

Een instelling als de Munt staat aan de top van de artistieke piramide, waarvan de brede bodem instroom van vernieuwing en kleinschaligheid verzekert, en de top de excellentie representeert van het brede kunstenveld. Culturele topinstellingen doen veel meer dan hun specifieke expertise. Ze hebben een representatieve functie, niet alleen van de ontwikkelingen binnen de kunsten, maar ook van de maatschappij waarin ze opereren. Ze veruiterlijken de waarden van een samenleving.

Communicerende vaten

Sinds de oprichting van de Munt in zijn huidige vorm (1963), maar eigenlijk zelfs sinds het begin van zijn geschiedenis in 1700, is het huis altijd een representatie geweest van de nieuwsgierigheid naar het nieuwe, het grensverleggende, de openheid van ons land. Reeds onder directeur Maurice Huisman die Maurice Béjart naar Brussel haalde en tussen 1959 en 1981 van Brussel het centrum maakte van de Europese dans, was de Munt een baken van een heuse culturele globalisering avant-la-lettre. De Munt representeert ook waar Brussel voor staat als internationale scène van diplomatieke en culturele uitwisseling. Een beperking tot de kerntaak dreigt de rol van de Munt te verschralen tot de producent van een dure kunstvorm voor een verouderende elite.

Met de beslissing van de Munt om Rosas op te offeren -in essentie te begrijpen als een provocatie naar Vlaanderen - , dreigt dan ook dat deze vrees bewaarheid zal worden. Niet dat Vlaanderen er zal van wakker liggen. Immers, Rosas zal, eens verdreven uit Brussel, een warm onthaal wachten in Vlaanderen, met name 8,8 km van Brussel, in Ruisbroek, waar Minister Weyts in zijn achtertuin per se een cultuurtempel wil neerzetten. Dit project is een droom van Hugo Degreef, tevens voorzitter van Rosas. Rosas huisvesten in Ruisbroek zou onmiddellijk legitimiteit verlenen aan de lege doos die de geplande cultuurtempel in Ruisbroek voorlopig lijkt.

Deze kwestie toont alleszins dat wat federaal beslist wordt, Vlaanderen hoe dan ook raakt. Maar ook andersom: investeringen in cultuur vanuit Vlaanderen, verrijken de federale instellingen. Een win-win dus. Federaal en Vlaams zijn communicerende vaten, want de federale overheid investeert onrechtstreeks in Vlaanderen en Vlaanderen rendeert voor federaal en wordt nog sterker. De Munt (maar ook zeker BOZAR) speelt hierin een centrale rol, want investeert in verschillende Vlaamse cultuurorganisaties : B'Rock, Rosas, Kaaitheater, ... Deze organisaties geraken dankzij de samenwerking met de Munt aan internationale aandacht, contracten én extra middelen.

Oproep tot rondetafel

De heisa rond de beslissing van de Caluwe om Rosas te lossen, wordt voorgesteld als een beslissing van een federale instelling om de besparingen af te wentelen op Vlaanderen. Doch, de beslissing om de federale instellingen te beknotten werd genomen door N-VA- staatssecretaris Sleurs. Moeten we haar beslissing interpreteren als een manier om investeringen in Brussel naar Vlaanderen te versluizen?

Geven wij vanuit Vlaanderen dan echt Brussel op? Waar in de wereld ook, landen benijden België een stad als Brussel, het politieke hart van Europa, het economische land van ons land (20% van BNP wordt gerealiseerd in Brussel) en het centrum van cultuur, creativiteit en kennis (Brussel is met 90.000 studenten de grootste studentenstad van het land, en de stad van internationaal toonaangevende cultuurhuizen en creatieve economie en media). Brussel en haar federale instellingen loslaten, betekent met andere woorden een gigantische verarming voor Vlaanderen.

Daarom willen we de staatssecretaris en minister oproepen om het voortouw te nemen in de bemiddeling tussen de weeskinderen en hun beide ouders, de federale en regionale overheden. Waarom geen rondetafel organiseren met alle betrokkenen, ook de weeskinderen zelf, de voluntaristische directeurs van de instellingen. Anders zullen we er niet geraken.