Netneutraliteit. Klinkt moeilijk en dat is het ook wel. Toch belangt het ons allen aan wanneer we surfen op het internet.

De realiteit leert ons dat er wel degelijk onderscheid gemaakt wordt op basis van herkomst van data. Zo wenkt het einde van het vrije internet en de komst van slow en fast lanes.

Het internet is als een snelweg. We willen op die snelweg gelijke toegang en allemaal op dezelfde manier kunnen rijden, namelijk tegen een gelijke maximumsnelheid, gelijke prijs en volgens dezelfde verkeersregels.

Over dat principe gaat netneutraliteit: op het wereldwijde web moet iedere doorgestuurde byte gelijkwaardig behandeld moet worden, ongeacht vanuit welke website ze wordt doorgestuurd. Het klinkt voor de hand liggend: internet is een dienst waar iedereen gelijke toegang moet toe hebben. Toch is dit principe een hot topic waarover de meningen sterk verschillen.

Netneutraliteit impliceert gelijke toegang tot internetdiensten – zowel voor gebruikers als aanbieders – en wil zeggen dat telecombedrijven niet zomaar diensten of toepassingen van concurrenten mogen blokkeren of vertragen, geen onderscheid mogen maken in de herkomst van data, of extra geld vragen om vlot dataverkeer te garanderen.

De realiteit leert ons echter dat er wel degelijk onderscheid gemaakt wordt op basis van herkomst van data. Zo wenkt het einde van het vrije internet en de komst van slow en fast lanes: internetgiganten die de miljarden aan hun kant hebben, kunnen deals sluiten om hun verkeer voorrang te geven op de informatiesnelweg – zo zag Netflix zich in de VS genoodzaakt om een overeenkomst te sluiten met kabelbedrijf Comcast om zijn streamingkwaliteit en -snelheid te garanderen – terwijl kleine websites en start-upbedrijven, bij wie net de kracht van technologische innovatie zit, daar geen middelen voor hebben en dreigen op de slow lane geparkeerd te worden.

Ingrijpen voor het te laat is

Om te vermijden dat dit in ons land gebeurt, is er nood aan een regelgevend kader dat het principe van netneutraliteit sterker verankert. Het Europees parlement luidde eerder al de alarmbel en keurde vorig jaar een voorstel goed om netneutraliteit in de hele Unie te introduceren.

Hierop schoot de machtige lobby van de telecomindustrie echter in actie, en met succes. De telecomministers van verschillende lidstaten en de Europese Commissie gaan momenteel op de rem staan waardoor een ambitieuze wetgeving inzake netneutraliteit opnieuw veraf lijkt.

Vooruitstrevende VS

Nagenoeg simultaan speelde aan de andere kant van de oceaan zich een compleet ander scenario af. Na een maatschappelijk brede opflakkering van het debat en een opmerkelijk pleidooi van president Obama, raakte het principe van netneutraliteit in de Verenigde Staten verankerd.

Het is een ronduit baanbrekende beslissing, want internet wordt er voortaan geclassificeerd als een nutsvoorziening. Hierdoor krijgt de Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) meer te zeggen over de telecomoperatoren.

De FCC trekt voluit de kaart van een gelijkwaardige behandeling van alle dataverkeer op het internet. Ze zal ook overeenkomsten tussen internetproviders en internetbedrijven aan een streng toezicht onderwerpen. Met andere woorden, in de VS is het internetproviders voortaan verboden om tegen extra betaling een hogere gegarandeerde snelheid aan te bieden of internetverkeer te vertragen of te blokkeren.

Vijf voor twaalf

Waarom zouden we in België, in Vlaanderen ook niet de ambitie hebben om een voortrekkersrol te spelen inzake netneutraliteit? De vraag wordt steeds nijpender, zeker nu een Europees compromis mogelijk nog jaren op zich zal laten wachten.

De afwachtende houdingen van Ministers De Croo en Gatz stemmen mij niet hoopvol. Zij blijven zich verstoppen achter de Europese muur, en dat terwijl Nederland reeds heeft getoond hoe het wel kan.

Nederland heeft in 2013 netneutraliteit wettelijk verankerd, nadat daar bleek dat telecomoperatoren internetverkeer controleerden op inhoud. Deze informatie zou verder gebruikt kunnen worden om diensten als Whatsapp of ook Skype – regelrechte concurrentie voor de eigen betalende telefoniediensten – te vertragen of blokkeren.

Met deze wetgeving wil de Nederlandse wetgever ook de plannen verhinderen van sommige providers om betaling te eisen van diensten als Google of Facebook voor toegang tot het netwerk.

Er is geen enkele reden om te wachten op Europa om een regelgevend kader rond netneutraliteit uit te werken; er is geen enkele reden om te wachten tot zich hier wantoestanden voordoen. In het belang van alle internetgebruikers- en bedrijven, zonder onderscheid, dienen we vandaag te werken aan een kader dat netneutraliteit garandeert voor de toekomst en hebben we nood aan ambitieuze ministers die het principe bepleiten binnen de Europese Commissie.