“Het is zo dat gewone bestaande Gentse landbouwers wel degelijk in aanmerking komen om via dit project de OCMW-gronden in Afsnee te bewerken. Meer nog, de oproep is zelfs zo geschreven dat een initiatief méér kans maakt om geselecteerd te worden als het komt van, of in zee gaat met, bestaande landbouwbedrijven”, dat antwoordde schepen Heyse aan sp.a raadslid Greet Riebbels in de gemeenteraad, nadat Greet vragen stelde over de bezorgdheid bij de Gentse boeren. 

Zoals in gans Vlaanderen wordt ook in Gent de geschikte ruimte om te boeren steeds krapper en onbetaalbaar. In Vlaanderen wordt er liefst 6 hectare landbouwgrond PER DAG ingepikt door andere sectoren (industrie, wonen, natuur, recreatie, openbaar nut…). Begrijpbaar dat ook in Gent de landbouwers zich zorgen maken over de 10 ha ocmw landbouwgrond die de stad nu kosteloos wil ter beschikking stellen voor duurzame en sociaal gerichte korte keten voedselproductie. Hadden de boeren een punt met hun bewering dat dit project bij voorbaat eerder mikt op een burgerinitiatief ‘urban gardening’ dan op professionele agrovoedingsproductie? vroeg Greet Riebbels. Ze bracht ook in herinnering dat sp.a veel belang hecht aan het voeren van een oormerkbeleid ten aanzien van échte en duurzame landbouw in het landbouwgebied. De schepen van landbouw pleitte dat de verkoop van landbouwproducten via de korte keten voor gangbare landbouwbedrijven interessant is. Het zorgt voor een extra inkomen en levert respect van de burger op. Uiteraard moeten kandidaten die een projectvoorstel indienen voldoen aan enkele voorwaarden die passen binnen de visie van Stad Gent op stadsgerichte landbouw. Voor de bewuste 10 ha OCMW-landbouwgrond moet dus minstens een deel van de landbouwproducten via een korte keten afzet op de stedelijke afzetmarkt gericht worden. Verder moeten de kandidaten voorzien in een sociale tewerkstelling van minstens 1 VTE op de 10 ha gronden. Daarvoor kunnen ze eventueel een samenwerking aangaan met een sociaal-economiebedrijf. En er is afstemming mogelijk met een trajectbegeleider van het OCMW. Over grondbeschikbaarheid kon Riebbels ten slotte een uitspraak van Heyse goed volgen: “Als boeren hun productie en afzet richten op de stad, dan neemt het respect van burgers voor boeren toe en ziet de gemeenschap sneller het belang van landbouwgrond in. Het stadsbestuur wil graag het belang daarvan onderstrepen. “