Grote onduidelijkheid over toekomst 'rugzakjes'

De zogenaamde 'rugzakjes' waarmee mensen met een handicap hun eigen zorg kunnen bekostigen? De Inspectie Financiën heeft er geen vertrouwen in dat de rekening nog zal kloppen na het finetunen van het systeem tegen 2022.

De Inspectie Financiën geeft een negatief advies over de herberekening van de persoonsvolgende financiering (PVF) die gepland staat voor 2019 tot 2022. Dat raakte bekend op de Commissie Welzijn in het Vlaams parlement.

Sinds dit jaar kunnen meerderjarigen met een handicap gebruik maken van de PVF, ook bekend als het 'rugzakje'. Kregen de voorzieningen in het verleden een budget op basis van het aantal plaatsen die ze aanboden, dan gaat het geld nu rechtstreeks naar de mensen. Bedoeling van de PVF is dat iedereen een budget op maat krijgt, om daarmee zelf zorg en ondersteuning 'in te kopen'.

Hoeveel geld iemand krijgt, zou in principe gebaseerd moeten zijn op de ernst van iemands handicap en de nood aan ondersteuning. In werkelijkheid blijkt het budget van mensen in een voorziening deels gebaseerd op de subsidies die hun voorziening in het verleden kreeg.

"Maar dat creëert ongelijkheid", zegt Katrijn Ruts, stafmedewerker bij Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap (GRIP). "Want sommige voorzieningen kregen in het verleden een subsidie van 100 procent, terwijl anderen het moesten doen met 80 procent. Als je de pech hebt dat je ergens verblijft waar de subsidie lager was, dan heb je dus ook een lager persoonsvolgend

budget." Twee personen met exact dezelfde handicap kunnen dus elk een ander bedrag op hun rekening krijgen gestort. Een aantal voorzieningen zijn hiervoor dit jaar naar de Raad van State gestapt.

Nog geen akkoord

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) moet die ongelijkheid dus wegwerken. Alleen is dat niet zo evident, want het betekent dat sommige mensen nu te veel budget krijgen en anderen te weinig. En niemand weet hoe de finale rekensom er op het einde van de rit zal uitzien.

Vandeurzen werkt inmiddels aan een oplossing. Hij stelt voor om het in twee fasen op te lossen. In een eerste fase wil hij diegene die nu echt ondergefinancierd zijn, extra middelen geven. In een tweede fase, die zou lopen van 2019 tot 2022, moet bij alle personen met een handicap ten gronde worden bekeken op hoeveel geld ze recht hebben.

Die tweede fase ziet de Inspectie Financiën niet zitten. "Omdat helemaal niet duidelijk is hoeveel dat allemaal zal kosten en waar het geld vandaan moet worden gehaald", legt Ruts uit. "De minister verwijst naar vakbondsonderhandelingen of de taxshift, maar geeft toe dat er nog geen akkoord is. Sowieso verlegt hij door deze timing ook het probleem naar de volgende legislatuur. Financieel is er grote onduidelijkheid.

Oppositielid Bart Van Malderen (sp.a) vindt het een schande dat de hervorming van het systeem op de lange baan wordt geschoven. "De regering schuift het probleem gewoon door. Er heerst een grote ongelijkheid, maar die zal pas tegen 2022 worden rechtgezet. Op deze manier wordt de discriminatie gebetonneerd."

Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) erkent het probleem. Al wil het niet dieper ingaan op de beslissing van de Inspectie Financiën. Minister Vandeurzen wil op zijn beurt voorlopig geen commentaar geven op het negatief advies van de Inspectie Financiën. "We hebben het advies ontvangen", klinkt het. "Op basis van de opmerkingen uit het advies gaan we onze voorstellen reviseren en agenderen.

Tot de beslissing van de Vlaamse regering kunnen we hierover geen informatie geven."

Deze discussie werd gesloten.