De beslissing van ISVAG om een nieuwe verbrandingsoven te bouwen gaat in tegen het kersverse Vlaams Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen dat stelt dat in het Vlaams gewest, aanbod aan afval en capaciteit voor de verwerking ervan in evenwicht is. De nieuwe verbrandingsoven zou jaarlijks 190.000 ton afval kunnen verbranden, ruim een kwart meer dan de huidige oven (150.000 ton). Onnodig, want er is in Vlaanderen voldoende capaciteit om afval te verwerken. ISVAG zorgt op Vlaams niveau dus voor overcapaciteit. Het ondergraaft ook de inspanningen op het gebied van preventie, hergebruik, selectieve inzameling en recycling.

Ook de locatie van de nieuwe verbrandingsoven vindt sp.a Antwerpen een slecht idee. ‘De verbrandingsoven van ISVAG ligt vlak naast een woonwijk. En het afval zal ook in de toekomst over de filegevoelige Boomsesteenweg worden aangevoerd’, zegt  districtsraadslid Johan Peeters (sp.a). ‘Wij willen dat nieuwe afvalinstallaties worden gebouwd op per spoor of binnenvaart bereikbare locaties.’

sp.a pikt het niet dat ISVAG niet eens wacht op het door de partij gevraagde en in het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen aangekondigde onderzoek naar nieuwe afvalverwerkingstechnieken. Dat is het paard achter de kar spannen. 'sp.a vindt dat de resultaten van dit onderzoek naar nieuwe technieken - zoals de verbeterde scheiding/vergisting van restafval of de chemische recyclage (vergassing en productie van methanol) - eerst moeten worden afgewacht vooraleer er een technologiekeuze kan gemaakt worden', zegt sp.a gemeenteraadslid Toon Wassenberg. ‘Rotterdam heeft zopas het licht op groen gezet voor de chemische recyclage van restafval tot methanol. Een vooruitstrevende technologie die sp.a ook voor Antwerpen had voorgesteld, maar die door ISVAG als technologisch onhaalbaar werd afgedaan. Waarom kan in Rotterdam wel wat in Antwerpen niet kan? ISVAG kiest voor technologieën van het verleden. Antwerpen is de boot van de nieuwe technieken van de toekomst aan het missen.’

Als er finaal toch voor verbranding wordt gekozen,  valt volgens sp.a op een andere locatie een veel hoger energierendement te halen. Volgens ISVAG is de extra capaciteit van de nieuwe oven in Wilrijk verantwoord omdat de restwarmte kan worden gebruikt in een warmtenet voor bedrijven en woningen. Maar voor het voeden van een dergelijk warmtenet met lage temperatuur en lage druk warmte is er vandaag in de Antwerpse regio al voldoende aanbod. De Antwerpse havenindustrie produceert voldoende restwarmte om alle gebouwen van de agglomeratie te verwarmen.

De warmtevraag die vooralsnog niet met restwarmte kan worden ingevuld is de hoge temperatuur en hoge druk stoom die nodig is voor chemische processen in de havenindustrie. Als er gekozen wordt voor energierecuperatie, kan men dus  beter processtoom aan de industrie leveren en de al bestaande restwarmte gebruiken voor gebouwenverwarming. Proceswarmte kan ook 24 uur op 24, 365 dagen per jaar worden geleverd in tegenstelling tot de gebouwenwarmte die seizoensgebonden is. Het levert dus een hoger energetisch rendement op, meer CO2 besparing en een hogere vergoeding voor de gerecupereerde energie. 

De Antwerpse sp.a herhaalt haar oproep voor de bundeling van nieuwe afvaltechnologieën in een industrieel ecosysteem. Daartoe moet de stad samen met de randgemeenten een toekomstgericht, duurzaam en geïntegreerd afvalstoffenplan opstellen. Doorgedreven preventie, hergebruik en maximale recycling moeten de uitgangspunten van zo’n plan vormen. Een nieuwe verbrandingsoven in Wilrijk staat haaks op het concept van circulaire economie, waarop de stad Antwerpen fors zou moeten inzetten. ‘Het Antwerpse stadsbestuur kiest als grootste aandeelhouder van ISVAG voor decennialange nodeloze verspilling van energie en grondstoffen en onverantwoord veel vuilniswagens op onze wegen’, zegt Toon Wassenberg.           

Persbericht Haven Rotterdam: https://www.portofrotterdam.com/en/news-and-press-releases/rotterdam-is-proposed-location-for-waste-to-chemicals-plant