90% van de bus- en tramhaltes zijn niet toegankelijk voor mensen met een beperking. Joris Vandenbroucke pleit voor een actieplan en meer investeringen. “Het openbaar vervoer is er voor iedereen. We mogen niet aanvaarden dat een groep mensen vandaag uit de boot valt”.

Slechts 10,17% van de publieke bus-en tramhaltes is toegankelijk voor mensen met een motorische beperking. Nog geen één op de twintig is aangepast aan mensen met een visuele handicap. Dat blijkt uit cijfers die Joris Vandenbroucke opvroeg bij minister Ben Weyts (N-VA).

“Dit is onaanvaardbaar. Bus en tram moeten voor iedereen toegankelijk zijn”, zegt Joris Vandenbroucke. Minister Weyts belooft alvast werk te maken van 5 proefprojecten met ‘meer mobiele lijnen’ waarop de haltes en de voertuigen voor iedereen toegankelijk zullen zijn. “Dat is een stap vooruit, maar met het toegankelijker maken van slechts een handvol bus- en tramlijnen lossen we het probleem niet op.” 

“70% van bus- en tramhaltes zijn in het beheer van steden en gemeenten. Zij kunnen vandaag gesubsidieerde schuilhuisjes met ingebouwde zonnepanelen en zitbankjes aankopen. Om een perron of halte toegankelijk te maken voor een rolstoel is er echter geen financiële steun. Dat klopt toch niet. Toegankelijkheid moet net een topprioriteit zijn. Iedereen moet de bus of tram kunnen nemen”, aldus Joris Vandenbroucke