Hans Bonte is niet te spreken over het feit dat er twee maanden na de aanslagen op het terrein nog niks veranderd is. “Ik heb de premier einde maart in het parlement horen zeggen dat geen enkel taboe het veiligheidsbeleid mag verlammen, helaas blijft het bij woorden. Van een coöperatief federalisme is totaal geen sprake, de samenwerking faalt nog steeds op meerdere vlakken.”

Zo vindt Bonte het Kanaalplan van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon een ramp in het kwadraat. “De grootste obstructie is dat de Brusselse bestuurders zich niet willen engageren zolang ze geen extra politieagenten krijgen. Het gaat dan over Brussel-stad, Schaarbeek en Molenbeek. Ze zijn daar misschien wel bezig met het oplijsten van wie in welk huis woont, maar het gaat te traag. Het perverse gevolg van die onwil is dat de ellende en de veiligheidsrisico's exponentieel toenemen. Dat is voor mij onverantwoordelijk gedrag.”

Voor Bonte is het dan ook duidelijk: dit moet ophouden. En kan het niet goedschiks, dan moet het maar kwaadschiks. “Als Brussel niet mee wil, moet de federale regering de gemeenten en/of het gewest maar de arm omwringen. Het is aan de premier om de leiding te nemen in dit hele verhaal. Hij mag nog zoveel geld spenderen aan positieve imagocampagnes voor België, als hij de veiligheidscultuur in onze eigen hoofdstad niet op orde krijgt zal Brussel de stempel van criminele stad blijven behouden.”

Bonte kijkt niet alleen naar de federale regering; ook Vlaanderen draagt volgens hem een verpletterende verantwoordelijkheid. “Brussel is de hoofdstad van Vlaanderen, maar wordt momenteel volledig in de steek gelaten op het vlak van radicaliseringsbeleid. Hoe zit het met de erkenning van moskeeën? Bij ons in Vilvoorde is de moskee de beste partner in onze deradicaliseringsacties. Hoe zit het met onderwijs en time-outprojecten voor jongeren die dat broodnodig hebben? Waarom wordt er niet meer geïnvesteerd in hulpverlening, in méér gesloten instellingen?'

Voor Bonte is het vijf na twaalf, en dus tijd om vijf minuten politieke moed te tonen. “Als niemand actie onderneemt in Brussel, dan moeten de Vlaamse politici maar eens vijf minuten moed tonen. We hebben een numerieke meerderheid in de Kamer, álle Vlaamse partijen zijn vóór een fusie van de zes Brusselse politiezones, laat ons die dan goedkeuren. Mijn voorstel ligt op tafel, het kan morgen besproken worden. We moéten iets doen. En wel nu, alle parlementaire onderzoekscommissies ten spijt. Daar komt men hoogstens volgend jaar tot aanbevelingen. Het is vijf na twaalf. De premier zegt “ça suffit” aan de vakbonden, wel dit is míjn ça suffit.'