Eerst en vooral is Bonte niet te spreken over de elektronische enkelband. "Zo'n enkelband geeft de indruk dat sommige mensen veilig thuiszitten, terwijl die alleen maar aangeeft dat ze binnen een bepaalde afstand van een antenne blijven. Dit is heel makkelijk te omzeilen. Met een stevige tang heb je zo'n enkelband snel doorgeknipt. Het geeft figuren die een bedreiging vormen de kans weg te vluchten naar Gent, Antwerpen, Luik of Parijs. En probeer ze dan maar terug te vinden. Aan de andere kant zijn er mensen die naar Syrië gaan om hun broer terug te halen of om humanitair werk te doen. Ook zij zullen een enkelband krijgen: er is niet eens een rechter nodig die daarover moet beslissen. We merken dat sommige jongeren radicaliseren doordat ze zich onrechtvaardig behandeld voelen. Op deze manier werk je dat in de hand en creëer je juist meer terroristen."

Daarnaast merkt Hans Bonte ook op dat teruggekeerde Syrië-strijders van Vilvoorde naar Brussel verhuizen. "Ik heb er ééntje bij mij gehad die me dat letterlijk kwam zeggen: 'Je controleert me te veel. Ik ga naar Brussel, daar ben ik op mijn gemak.' Als we informatie over gevaarlijke individuen doorspelen aan Brusselse gemeenten, dan doen ze daar niet altijd iets mee en geven ze die ook niet door aan anderen. Het gebrek aan communicatie is hallucinant. Bepaalde politiezones in Brussel praten niet eens met elkaar. In sommige gevallen communiceren ze zelfs nog via een bode. Kun je je dat voorstellen?"

Ook over de voorwaarden waaraan vrijgelaten teruggekeerde Syrië-strijders moeten voldoen, krijgt Hans Bonte nauwelijks informatie: “Als we erom vragen, dan komt het antwoord dat iemand 'geen contact meer mag hebben met de mensen uit het dossier'. Wie dat zijn, daar hebben we het raden naar. Is dat zijn familie, mag hij niet meer naar de moskee? Geen flauw idee."

Tot slot wijst Bonte er op dat de overheid tekort schiet bij het inzetten van nieuwe technologieën en databanken. "We praten al 2,5 jaar over een dynamische databank voor geradicaliseerde jongeren. Die moest op 1 januari van start gaan, maar die deadline werd niet gehaald. Er zijn technische maar ook juridische problemen. Als je merkt dat het zo lang duurt om zoiets evidents op poten te zetten, dan moet je besluiten dat we niet goed bezig zijn. We lopen hopeloos achterop tegenover de mensen die we bestrijden."