De eerste helft van dit jaar telde een recordaantal faillissementen: bijna 14 procent meer dan vorig jaar en toen zaten we al op een dieptepunt. Elk faillissement is een persoonlijk én maatschappelijk drama, maar het allergrootste gevaar is dat we falende ondernemers definitief afschrijven. Om onze economie zuurstof te blijven geven, moeten we ondernemers een tweede en een derde kans geven om alsnog een succesverhaal te schrijven.

"Ook bij Donald Trump, Richard Branson en Bill Gates was het niet van de eerste keer prijs. Hoe minder nieuwe ondernemingen, hoe minder jobs."

Henry Ford moest vier jaar proberen vooraleer hij succes kreeg. De Detroit Automobile Company ging failliet, bij de Henry Ford Company werd hij door de aandeelhouders zelfs uit het naar hem genoemde bedrijf gezet. Pas de derde keer, met de Ford Motor Company, was de goeie keer. Eenzelfde verhaal bij Walt Disney. Ontslagen als cartoonist wegens een “gebrek aan fantasie en ideeën”, overkop gegaan met zijn eerste studio en pas bij de derde poging een later icoon uit de grond gestampt. Ook bij Donald Trump, Richard Branson en Bill Gates was het niet van de eerste keer prijs.

In ons land kleeft er nog altijd een onterecht stigma op ondernemers die hun onderneming failliet zien gaan. Ze zijn besmet. We moeten dringend van die negatieve perceptie af. Vorig jaar werden 11.083 faillissementen geteld in ons land, onderzoeksbureau Graydon verwacht dit jaar uit te komen op meer dan 12.000 falingen. Elk faillissement heeft grote individuele gevolgen – zowel financieel als emotioneel – maar heeft daarnaast ook een immense maatschappelijke impact. Heel simpel: hoe minder nieuwe ondernemingen, hoe minder jobs. Net daarom kunnen we het ons niet permitteren om ondernemers na één mislukt avontuur af te schrijven.

Stap één is uiteraard voorkomen dat ondernemingen failliet gaan. Recent onderzoek toont aan dat zowat de helft van de Vlaamse kmo’s de materiële en financiële risico’s van ondernemen onderschat, vaak als gevolg van onvoldoende bedrijfskundige kennis. Dezelfde onderzoeken geven aan dat ondernemers zich zeer goed bewust zijn van de voordelen van ondersteuning en begeleiding – ze zijn ook bereid om daarvoor te betalen – maar onvoldoende op de hoogte zijn van de initiatieven waar ze op kunnen leunen.

De overheid moet niet alleen ondersteuning aan ondernemers garanderen, ze moet ook proactief ingrijpen. Samen met de ondernemers moet ze bedrijven en sectoren voortdurend screenen. Zijn hun bedrijfsactiviteiten voldoende duurzaam? Is hun lokale tewerkstelling voldoende verankerd? Bij expliciet negatieve verwachtingen moet dan met alle betrokkenen een transitieplan worden opgemaakt. Zo kunnen de ondernemingen en sectoren op tijd innoveren en hun mensen op tijd omscholen. Nieuwe oplossingen om de vergrijzing op te vangen, de vergroening van ons wagenpark, duurzame landbouw,… Mogelijkheden zat, maar we moeten wel op tijd de switch maken. Geen kosten op het sterfhuis, maar investeren in levensvatbare sectoren met groeipotentieel.

Maar zelfs als ze een goed product verkopen of een gewilde dienst aanbieden, hebben bedrijven hun financiële toestand niet altijd zelf onder controle. Ze zijn te vaak het slachtoffer van het betalingsgedrag van hun klanten of leveranciers. Steeds meer kmo’s worden verpletterd door een betalingssneeuwbal, die vaak begint bij de grootste bedrijven die de betalingsvoorwaarden naar hun hand zetten om winsten veilig te stellen en zo de druk op kleinere bedrijven op oneerlijke wijze opvoeren. Tot ze kopje onder gaan. De overheid moet hier een absolute voorbeeldfunctie vervullen. Ze moet de Europese richtlijnen van een maximale betalingstermijn van 30 of 60 dagen invoeren zonder achterpoortjes, en de uitoefening rigoureus controleren met het oog op eerlijkheid en gelijkheid tussen alle marktactoren.

Loopt het uiteindelijk toch nog mis, dan moeten we ondernemers na een faillissement een echte tweede kans aanreiken. De (meestal) onterecht negatieve perceptie van failliete ondernemers fnuikt de zin voor initiatief bij herstarters en remt aspirant-ondernemers af. Een sensibiliseringscampagne kan helpen om een andere mentaliteit te installeren, gespecialiseerde coaching na faling kan een herhaling van foute bedrijfskeuzes vermijden. Ook de collectieve schuldenregeling kan evenwichtiger door de maatschappelijke risico’s voor ondernemers beter te spreiden.

De barrières voor herstartende ondernemers moeten dringend omlaag als we onze economie nieuwe zuurstof willen toedienen. Ondernemen vergt risico’s, maar door de crisis zijn die risico’s onevenwichtig uitvergroot. Een samenleving die de opbrengsten van de markt deelt door belastingheffing, moet ook de samenhangende kosten en risico’s delen.