“Onze instellingen moeten plaats maken voor gewone burgers zodat ook zij, naast verkozen politici, de maatschappij van de toekomst mee vorm kunnen geven", zegt Peter Vanvelthoven.

“De organisatie van onze politieke instellingen kan een stuk democratischer en participatiever”, zegt Kamerlid Peter Vanvelthoven. In de lange periode tussen de verkiezingen door hebben de verkozen vertegenwoordigers van het volk vrij spel. In de instellingen is het ongekozen volk niet aanwezig. Het volk kan buiten de muren van het parlement weliswaar zijn stem laten horen, maar binnen het parlement hebben ongekozen mensen niets in de pap te brokken. Dat kan anders. Wij stellen voor om in onze instellingen niet alleen plaats te maken voor verkozen en partijgebonden beroepspolitici, maar ook voor gewone ongekozen burgers. Om zo de afstand tussen de politiek en de bevolking radicaal te verkleinen en het vertrouwen van de mensen in de politiek te verhogen. En we hebben een gedroomde kandidaat om tot een ongekozen volkskamer om te vormen: de intussen overbodig geworden Senaat. Als we de Senaat omvormen tot een door loting samengestelde volkskamer, zijn we daarmee een democratische voorloper in de wereld.

Het belangrijkste principe van de volkskamer is dat zij niet via verkiezingen samengesteld wordt. Verkiezingen creëren vanzelf een electorale elite die gesteund wordt door politieke partijen - en dat is precies wat we met deze volkskamer willen vermijden. Daarom moet de aanduiding van de leden van de volkskamer gebeuren door loting. Net als voor de loting voor de volksjury van het Hof Van Assisen is in principe iedere Belgische burger kandidaat, en beslist het lot of je gekozen wordt of niet.

participatieve democratie

Er zijn 7,871 miljoen kiesgerechtigde Belgen die in ons land leven, en die dus allemaal in aanmerking komen om in de volkskamer geloot te worden. Aan 10 000 mensen wordt een uitnodiging voor een inleidende vergadering gestuurd, en onder de mensen die zich tijdens die vergadering vrijwillig kandidaat stellen worden 150 mensen geloot. Hoe lang een gelote kamer precies zou aanblijven (bijvoorbeeld één jaar) en welke bevoegdheden zij zou hebben (bijvoorbeeld een initiatief- en evocatierecht), is een open vraag die verschillende geïnteresseerden in verder overleg moeten bepalen. Belangrijk is vooral dat de volkskamer weegt op het politieke debat, en de gekozen vertegenwoordigers ertoe dwingt het perspectief van de gewone man en vrouw nooit uit het oog te verliezen.

De volgende stap naar een meer participatieve democratie zetten we vanzelfsprekend niet alleen. De komende dagen en weken gaan we hierover in overleg met anderen. Mensen als David Van Reybrouck en zijn burgerinitiatief G1000 kunnen een belangrijke rol spelen in het verder uitwerken en finetunen van deze eerste ideeën rond de volkskamer. We nodigen iedereen uit, geïnteresseerde burgers, academici, journalisten om een inbreng te doen.