Van de deelnemers uit het laatste jaar secundair onderwijs aan de toelatingsproef arts/tandarts slaagt in 2015 slechts 27 procent. Bij de jongens is dat 34 procent, bij de meisjes slechts 23 procent.

“Dat is een serieuze scheeftrekking”, zegt Tine Soens. “Je kan die niet toeschrijven is aan het feit dat meisjes in het secundair vaker richtingen zouden volgen die minder goed voorbereiden op het toelatingsexamen, want de scheeftrekking doet zich voor ongeacht de vooropleiding.” Tegelijk is het zo dat in het hele hoger onderwijs volgens de recentste cijfers jongens die aan hogere studies beginnen 63 procent kans hebben om een diploma te halen en meisjes 78 procent. Globaal genomen doen meisjes het dus beter dan jongens.

“Het is dus duidelijk dat die toelatingsproef meisjes benadeelt”, gaat Soens verder. “Als we die oneerlijkheid willen wegwerken en meer vrouwelijke artsen willen, moeten we de toelatingsproef grondig hervormen. Minister Crevits heeft een evaluatie gevraagd. Deze week kwamen de eerste aanbevelingen: de experts roepen op om niet langer iedereen die slaagt op de proef toe te laten tot de opleiding, maar een vast aantal te bepalen en alleen de allerbesten uit het toelatingsexamen aan de opleiding te laten beginnen. Ik pleit ervoor om ook het verschil tussen jongens en meisjes goed te bekijken en het toelatingsexamen genderneutraal te maken.”

“Daarnaast weten we ook dat allochtonen minder kans op slagen hebben, ongeacht hun schoolresultaten in het secundair. Ook daar moet bij de hervorming rekening mee gehouden worden. En tot slot is het zo dat vandaag vooral degenen die een duur repititorenbureau kunnen betalen kans op slagen hebben. Rijke kinderen hebben dus meer kans op slagen dan arme. Dat is fundamenteel onrechtvaardig en een 21ste eeuwse samenleving onwaardig. Ook die onrechtvaardigheid moet bij de hervorming van het toelatingsexamen worden weggewerkt. “