Het vandaag gepubliceerde OESO-rapport 'Education at a glance 2015' wijst opnieuw op een te hoge ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen. 17,3% van de 25-34 jarigen verlaten de schoolbanken zonder enige kwalificatie of diploma. sp.a-onderwijsspecialist Caroline Gennez pleit voor een grondige hervorming van het secundair onderwijs, met duaal leren als een volwaardig leertraject voor alle jongeren. 

Verontrustend is niet alleen dat veel jongeren de schoolbanken zonder diploma verlaten, ook de beperkte lCT-vaardigheden waarmee jongeren op de arbeidsmarkt komen, valt op. Slechts 5% van de jongeren zonder diploma beschikken over goede ICT-vaardigheden. Het OESO-gemiddelde bedraagt hier 7,3%, licht beter dus, maar bijvoorbeeld buurland Nederland scoort met 13% meer dan dubbel zo goed. Bovendien is 1 op de 5 Vlaamse 20 tot 24-jarigen niet aan het werk, en dit zonder een opleiding te volgen (NEET, Not in Employment and not in Education and Training). Hier scoort Vlaanderen hoger dan het OESO-gemiddelde en dramatisch slechter dan onze buurlanden. Jongeren zonder diploma en zonder ICT-skills dreigen in onze hoogtechnologische samenleving helemaal uit de boot te vallen. Uiteraard hebben deze jongeren het moeilijker op de arbeidsmarkt, waar Vlaanderen dan ook nog eens helemaal aan de staart van het OESO-peloton bengelt in 'opleiding op de werkvloer' door werkgevers. Ons onderwijs en onze arbeidsmarkt laat dus een hele generatie jongeren in de steek.    

'Het beleid moet dringend een tandje bij steken. De lang voorbereide hervorming van het secundair onderwijs moet er nu eindelijk komen, zowel om inhoudelijke als om doelmatigheidsredenen',  aldus Caroline Gennez. 'Op Luxemburg na heeft België het duurste secundair onderwijs in de OESO. Dit heeft vooral te maken met een wirwar aan studierichtingen. Een hervorming van het secundair onderwijs moet dus ook tegelijk een vereenvoudiging zijn. Een vereenvoudiging die jongeren toelaat makkelijker een studierichting te kiezen die het best aansluit op hun talenten. sp.a pleit voor een brede eerste graad en een definitieve studiekeuze vanaf 14 jaar.'

In de bovenbouw pleit sp.a voor domeinscholen waar jongeren met dezelfde interesses en competenties, bv. wetenschap en techniek of taal en cultuur, samen school lopen tot ze het secundair onderwijs verlaten. De OESO gelooft dat dit ook het welbevinden van jongeren kan versterken, niet onbelangrijk in deze tijden van angst en wanhoop.  

'sp.a wil in het nieuwe secundair onderwijs sterk inzetten op duaal leren als een volwaardig leertraject. Hierbij krijgt elke jongere de kans krijgt om zowel theoretisch te leren, op school, als praktisch, op de werkvloer. Een diploma halen blijft de voornaamste doelstelling voor deze jongeren, maar ook het valoriseren van tussentijdse kwalificaties zal hun kansen versterken, zegt Caroline Gennez. 

Ook moet de focus op alternatieve vormen van leren dringend beter.   Dit vergt evenwel sterkere, beter omkaderde leerkrachten die zich permanent kunnen blijven vormen. sp.a betreurt het dat de discussie over de versterking van de lerarenopleiding in een discussie over structuren verzeild is geraakt, over kwaliteit hoorden we nauwelijks iets. Bovendien werd er in 2015 drastisch bespaard op nascholing en vorming. 

Overigens is de focus op gelijke onderwijskansen - die de voorbije 10 jaar, samen met hoge kwaliteitseisen en -bewaking, de kern van het beleid uitmaakte - verdwenen. Caroline Gennez bestempelt dit, net als de VLOR, als een foute beleidsoptie. We zien hogere kosten voor de lerenden op alle niveaus en een minder werkingsmiddelen voor scholen en onderwijsinstellingen. Dit dreigt de kloof tussen de sterkst en minst presterende leerlingen opnieuw te vergroten. Reeds meermaals werd aangetoond dat deze kloof alle leerlingen treft. Het is onbegrijpelijk dat deze Vlaamse Regering hardnekkig blijft besparen op onderwijs. Het Vlaamse onderwijs moet het met meer dan  100 miljoen minder doen. 

Bij de recente besparingen wordt vooral het hoger onderwijs het hardst getroffen. Nochtans blijkt uit de OESO-studie dat België minder dan het OESO-gemiddelde investeert in hoger onderwijs. Samen met het afschaffen van de opleidingsreviews is dit een ernstige bedreiging voor de kwaliteit én het innoverend karakter van onze economie.