"Karel De Gucht heeft op één punt gelijk. De wet die het bankgeheim hervormde, is slordig gemaakt. Maar het is in de eerste plaats zijn partij die daar verantwoordelijk voor is", schrijft Dirk Van der Maelen (SP.A).

Het stond in de sterren geschreven dat de wet zou worden aangevochten. Tijdens de debatten in het parlement heb ik daar verschillende keren voor gewaarschuwd. De Antwerpse diamantairs die werden betrapt met zwart geld in Zwitserland vallen de wet aan. Karel De Gucht doet dat nu ook.

Mijn partij heeft zich tijdens de stemming over de wet onthouden. Niet omdat we tegen de versoepeling van het bankgeheim zijn, integendeel. Wel omdat de meerderheid, onder druk van de liberalen, weigerde zich op de lijn van de OESO en de EU te zetten. Daardoor hebben we nu een wet waardoor de opheffing van het bankgeheim in ons land nog altijd veel moeilijker is dan in onze buurlanden.

Gewaarborgd vrij verkeer

Als de fiscus van een EU-lidstaat zich tot België richt met een vraag over de bankgegevens van een van haar onderdanen, dan zal die de gevraagde inlichtingen krijgen. De enige beperking die de Europese richtlijn voorziet, is dat die informatie ‘voorzienbaar relevant' moet zijn om een correcte belastingheffing mogelijk te maken.

Het interne Belgische bankgeheim legt veel beperkendere voorwaarden op dan de richtlijn. Niet-Belgen met een Belgische bankrekening en Belgen met een bankrekening in het buitenland worden dus strenger behandeld dan Belgen met bankrekening in België. Op die manier worden Belgen ontmoedigd om hun geld bij banken in andere lidstaten te beleggen, wat een inbreuk is op het vrij verkeer van diensten.

Anderzijds kan een inwoner van een andere lidstaat die zijn geld belegt bij een Belgische bank zich niet op het bankgeheim beroepen, terwijl een inwoner van België die zijn geld belegt bij diezelfde Belgische bank dat wel nog kan. Dat is dan weer een inbreuk op het vrij verkeer van kapitaal.

Indien de Belgische wet de grondwettelijke toetst doorstaat, dan wacht ook nog deze horde. Om het in de woorden van de liberalen te zeggen: als we geen orde op zaten stellen zal de Europese Commissie er ons toe dwingen. Misschien kan De Gucht aan zijn partijgenoten uitleggen dat het waarborgen van het vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal geen Europese aanbeveling is maar een verplichting.

Privacy

Karel De Gucht spreekt van een zeer gevaarlijke wet die het recht op privacy schendt. Wetende dat onze privacywetgeving voortspruit uit de Europese privacyrichtlijn, dat de richtlijn die de grensoverschreidende uitwisseling van bankgegevens regelt hiermee niet in tegenspraak is en dat het intern Belgische bankgeheim moeilijker te doorbreken is dan wat die laatste richtlijn voorziet, is dat een wel zeer merkwaardige stelling. Dat wordt vandaag overigens bevestigd door de voorzitter van de privacycommissie.

Bovendien zijn liberalen nogal selectief in hun ijver voor privacy. Dat de fiscus net als in onze buurlanden iemands bankrekeningen kan inkijken met het oog een een correcte belastingheffing is volgens De Gucht gevaarlijk. In de strijd tegen sociale (domicilie-)fraude zien zijn partijgenoten er evenwel geen graten in dat de wijkagent de slaap- en badkamer controleert en er zich van vergewist of steungerechtigden feitelijk samen of apart wonen.

Minister Turtelboom voorziet er zelfs speciale opleidingen voor. In Kamer en Senaat dienen Open VLD'ers wetsvoorstellen in om het water- en electriciteitsverbruik van alle steungerechtigden in databanken te gieten om zo de ‘steuntrekkers te ontmaskeren' die op een fictief adres zouden wonen. Of hoe alle steuntrekkers voor liberalen potentiële fraudeurs zijn. In hetzelfde wetsvoorstel wil men ook de uitkeringsbestanden koppelen aan het register van de ingeschreven wagens. ‘Het doel is informatie te verkrijgen over het vermogen wat indicaties kan opleveren over verzwegen inkomsten' stelt de toelichting daarover. Over bankgegevens zwijgt men zedig, al kunnen die ook wel eens iets zeggen over verzwegen inkomsten. Het moet een vergetelheid zijn geweest.

Conclusie

Sociale en fiscale fraude mogen we niet tolereren, zowel vanuit ethisch als vanuit budgettair oogpunt. De correcte toepassing van de bestaande wetgeving is de beste garantie tegen nieuwe belastingen. Hoe beter de fraude kan worden aangepakt, hoe minder inkomsten de overheid elders moet zoeken. Dat moet uiteraard gebeuren met respect voor de privacy van iedereen.

Daarbij is de privacy van Karel De Gucht niet meer waard dan de privacy van iemand die beroep doet op een leefloon. En dat neemt niet weg dat de fiscus hem aan een controle mag onderwerpen en daarvoor de middelen gebruikt die daarvoor ter beschikking staan. In fiscaal geciviliseerde landen hoort daar ook een bankonderzoek bij.

Dat de wet die de opheffing van het bankgeheim regelt slordig is opgesteld ligt aan de liberalen. Als die wet wordt aangepast moeten we weg van het kunst- en vliegwerk en resoluut kiezen voor wat Europa en de OESO vragen. Alleen zo kan ons land aansluiten bij onze fiscaal geciviliseerde buurlanden.    

Dirk Van der Maelen

Deze opinie is verschenen op www.dewereldmorgen.be