Daar is de lente. Daar is de zon. Primavera. Bij dit tempo moeten de spelende kinderen op het strand van Oostende over een paar jaar oppassen voor vallende kokosnoten.

Elke econoom weet dat vertrouwen hét recept is voor groei. Met deze heerlijke temperaturen en onder deze stralende zon heb ik het nog moeilijker dan anders met de georganiseerde verzuring.

Geen winter, geen files, geen geknakte bovenleidingen. Alleen maar fluitende vogels. Nu de mensen nog. In Argentinië leeft het hele land op, als de winter overgaat in lente. De slager geeft je niet alleen twee koteletten mee, je krijgt er nog twee gratis kussen bij en een vleugje poëzie. Niet dat elke middenstander me moet overladen met bezen en gedichten, maar een glimlach en een goeiedag moeten er toch af kunnen, nee?

Wij, Vlamingen, lijken last te hebben van een soort ingebakken argwaan. ‘Ja, het is nu mooi weer, maar dat kan snel weer overslaan in dikke miserie. Wacht maar!’ Vanmorgen werd er duchtig gestrooid op de West-Vlaamse autostrades. Bij plus vijf graden. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, je weet nooit welk gevaar er om de hoek loert. En je kan ongeveer alles bewaren in zout, behalve blijkbaar zout zélf.

Vraag het maar eens aan de winkelier die minder verkoopt dan vroeger. Verkoopt hij minder omdat het slecht gaat? Of verkoopt hij minder omdat de mensen dénken dat het slecht gaat, omdat ze dat elke dag lezen in de krant?

Onze economie draait op verwachtingen. Verwachten we dat het slechter gaat, dan houden we onze vinger op de knip en ons geld op de bank. Verwachten we betere tijden, dan mag dat geld rollen. Elke econoom weet dat vertrouwen hét recept is voor groei. Ook de economen die ons bombarderen met angstaanjagende voorspellingen. Peper de mensen het genoeg in dat het hen tegen zit, en ze gaan dat op de duur ook geloven. Zelfs de beleggers die vorig jaar deelden in de recordwinst op aandelen van 1 biljoen dollar – om het iets aanschouwelijker te maken: twaalf nullen, vóór de komma. Zelfs de miljardairs die er vorig jaar nog eens een paar miljard bij kletsten.

Met deze heerlijke temperaturen en onder deze stralende zon heb ik het nog moeilijker dan anders met de georganiseerde verzuring. Met die onweerstaanbare dwang om elk positief nieuwtje – een hogere economische groei dan verwacht, een positieve rating na eerdere doemberichten – onmiddellijk te counteren met waarschuwingen dat het tij weer zal keren. ‘Gij zult geloven dat het slecht gaat’, als een elfde gebod.

Doe morgen eens zoals de Argentijnen. Ga uw krant ’s ochtends kopen met de glimlach. Overlaad de verkoper in de krantenwinkel met complimenten en geef hem of haar desnoods een smakkerd. En probeer te blijven lachen terwijl u daarna uw krant leest.

(Deze opinie verscheen op 5 maart in DS Avond.)