De Standaard/West-Vlaanderen,

Wo. 04 Jul. 2018, Pagina 36

Peter Bossu vindt dat België het Europese verbod op neonicotinoïden meteen moet navolgen. Een uitstel helpt de natuur niet vooruit en de bietenkweker evenmin.

Volgens Peter Haegeman, de secretaris-generaal van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters, is het Europese verbod op neonicotinoïden een stap achteruit en is het niet onomstotelijk bewezen dat die pesticiden desastreuze gevolgen hebben voor bijen (DS 3 juli). Haegeman vertelt net als minister van Landbouw Denis Ducarme (MR), die uitstel vraagt op het verbod, alleen wat hem goed uitkomt. Dat is zijn recht, maar deze vorm van kokerdenken is een belediging voor alle ecologen en gezondheidsexperts die jarenlang onderzoek uitvoerden en Europa adviseerden.

Beleidsmakers, experts en wetenschappers noemen de beslissing voor een Europees verbod logisch en historisch, ze is een momentum om richting een meer duur­zame landbouw te evolueren. Bestuivers kennen wereldwijd een duizelingwekkende achteruitgang, met dramatische gevolgen voor de toekomstige

rendabiliteit van de landbouw. Een van de grote oorzaken daarvan is het gebruik van enkele pesticiden. Nochtans is 87 procent van de 264 landbouwgewassen in Europa afhankelijk van bestuivers. Jammer dat de Belgische tegenstanders van het verbod op neonicotinoïden dat bredere verhaal nooit vermelden, het niet inzien of niet willen inzien.

Ook gevaarlijk voor zoogdieren

Wetenschappelijke rapporten bewijzen al jaren ontegensprekelijk dat neonics wel degelijk een catastrofale weerslag hebben op onder meer het bijenbestand, en smeken om iets te doen tegen de achteruitgang van bijen, vlinders en andere insecten. Neonicotinoïden worden, zoals Haegeman correct zegt, vooral rechtstreeks op zaden aangebracht. Omdat de stof oplosbaar is in water en bij zware regenval loskomt van de zaden, komt tot negentig procent in de grond terecht. De giftige stoffen breken niet snel af, stapelen zich op en komen in waterlopen terecht, waar ze ook grote gevolgen hebben voor waterdieren, zoogdieren en vogels. Als een perceel drie jaar geleden bezet werd met bieten en behandeld werd met het gif, kan dat nu nog altijd massale sterfte veroorzaken bij bestuivende insecten.

Het is jammer dat zowel Haegeman als minister Ducarme alles verengt tot de honingbij. De focus zou moeten liggen op het voorzorgsprincipe, op het hele ecosysteem dat op welke manier ook gecontamineerd kan raken door neonics.

Uitstelpolitiek

De Belgische tegenstanders van het verbod reageren verrast, minimaliseren of ontkennen het probleem. Minister Ducarme zegt dat

er meer tijd nodig is. Raar, iedereen die ernstig met de zaak bezig is, weet dat dit er al jaren zat aan te komen. Europa werkt al vijf jaar aan een volledig verbod.

Uitstelpolitiek levert zelden een steviger beleid op. Sterker, ik vrees dat de eenzijdige aanvraag van de minister van Landbouw de noodzakelijke omschakeling kan vertragen en twijfel zal zaaien bij de betrokken partijen over de noodzaak en urgentie. Ik heb veel empathie voor de bietentelers, maar verder uitstel is niet de oplossing, niet voor de natuur en evenmin voor de bietenkweker.

Europa nam de beslissing op basis van gefundeerd wetenschappelijk onderzoek en na een jarenlang beleidsproces. Het is nu de plicht van de bevoegde ministers om de sector te steunen in de omschakeling. Door voluit in te zetten op uitstel los je niets op. Problemen worden niet kleiner door ze te ontkennen en voor je uit te schuiven. Voorbeelden daarvan liggen overal voor het grijpen.

Wat me in het discours van de tegenstanders van het verbod én de vraag om uitstel van minister Ducarme nog het meest verontrust, is dat ze zo hard aangeven waarom het verbod (nog) niet kan, maar met geen woord reppen over wat zij als duurzame oplossing zien. Welke richting moet het over drie jaar uit? Daardoor geven ze alles weer in handen van de phyto-industrie, die vooral producten wil verkopen.

Peter Bossu ■