Zondag werd vanuit Griekenland door de bevolking een duidelijk signaal de eurozone ingestuurd: "Je kan ons 25% koopkracht afnemen, onze pensioenen verlagen en de jongeren werkloos maken. Maar onze democratie is van ons, onze waardigheid neem je niet af en ja, wij durven wel nog denken aan een toekomst zonder dictaten uit Frankfurt, Brussel of Berlijn."

En nu is er dat signaal uit Griekenland. Het is een signaal van hoop, hoop op verandering, hoop op een beter toekomst.

Maar wat moeten we daar nu mee? Want al gaat mijn hart onwillekeurig iets sneller slaan bij deze overwinning van het volk, deze verkiezing op zich heeft natuurlijk nog niks veranderd.

Daarom is het belangrijk om deze drie vragen te beantwoorden.

1. Waarom moest de Griekse bevolking zo zwaar inleveren? Het antwoord op de eerste vraag hangt onlosmakelijk samen met de schuldvraag. Wie schuld heeft aan de situatie moet daar op een of andere manier ook voor opdraaien. Anders houdt binnenkort niemand zich nog aan de regels.

Laat het duidelijk zijn: de schuld ligt niet bij de Griekse bevolking. Het zijn immers niet zij die in de fout gegaan zijn. Wel het samenspel van overheid, regulatoren en banken heeft ertoe geleid dat Griekenland failliet ging. Maar wat blijkt: het is toch de Griekse bevolking die volledig moet opdraaien voor de schulden. Dat klopt dus niet.

De echte schuldigen slaagden erin hun eigen schuld en de bijhorende boetedoening enkel en alleen af te schuiven op de bevolking. De schulden van de banken zijn intussen grotendeels overgenomen door tal van overheidsinstellingen en de burgers mogen ze afbetalen. Hetzij door zware besparingen, hetzij door hogere belastingen. Dit nog vele generaties lang.

Intussen willen sommigen ons doen geloven dat elke oplossing die de volgende drie generaties Grieken niet tot de bedelstaf veroordeelt, sowieso geld kost aan de Europese belastingbetaler. Er zijn nochtans ook hier wel degelijk alternatieven. Waarom ontbreekt ook hier de wil om deze te onderzoeken?

De manier waarop de Griekse crisis aangepakt werd, is onrechtvaardigheid en zelfs pervers. Het is een mechanisme dat we helaas vaker zien. Waarbij een kleine rijke groep erin slaagt via lobby wetten en regels in hun voordeel te wijzigen. De bevolking betaalt het gelag.

Dit brengt ons bij de tweede vraag.

2. Waarom is dat ook belangrijk voor ons? In Vlaanderen is er een ruime meerderheid van de bevolking voorstander van een rechtvaardige bijdrage van de grootste vermogens. Dat deze er toch niet komt wijst erop dat ook bij ons een kleine groep erin slaagt haar belangen via lobby te vrijwaren ten koste van de rest.

Europa wordt dus niet gevrijwaard van wat we vaak zien als een 'Amerikaanse ziekte'. Machtige lobby's beïnvloeden het besluitvormingsproces in onze democratieën op vaak onzichtbare wijze en hollen op die manier de democratie steeds verder uit. Hoe het precies in zijn werk gaat is een raadsel. Maar de resultaten zijn er wel. De meerderheid van de Vlamingen mag vragen wat ze wil, het staat niet in het regeerakkoord en daarmee lijkt de kous af.

Dit brengt ons bij de laatste vraag.

3. Wat nu? Met de overwinning van Syriza toont Griekenland, niet toevallig de bakermat van onze democratie, ons de enige weg vooruit: meer democratie!

Sommigen willen ons iets anders doen geloven. Rijke bankiers hebben er zeer veel belang bij om de parlementen met al hun bemoeienissen ver weg te houden van de financiële regelgeving. Laat dat maar over aan specialisten. We doen het zelf wel, beloven ze. Ze doen niks. We zijn intussen al vele jaren na de bankencrisis en die crisis houdt nog aan.

Intussen moeten de mensen bij ons en nog veel meer in Griekenland wel zwaar inleveren. De slachtoffers zijn niet diegene die jarenlang het meest geprofiteerd hebben, maar wel zij die het al het moeilijkst hadden. Het beleid dat hier gevoerd wordt, jaagt de mensen op kosten, en draait tegelijk de publieke voorzieningen terug. Terwijl de grote vermogens buiten schot blijven omdat ze 100% van hun succes moeten kunnen genieten. Dit is een recept voor toenemende armoede en ongelijkheid. Nog ver van de Griekse proporties. Maar het is beter voorkomen dan genezen.

En nu is er dat signaal uit Griekenland. Het is een signaal van hoop, hoop op verandering, hoop op een beter toekomst. Maar vooral eist het Griekse volk haar waardigheid terug. Enkel zij kiezen hun toekomst, enkel zij beslissen hoe ze hun land besturen, enkel zij beslissen wie hun bazen zijn. De weg die het Griekse volk nu is ingeslagen is geen gemakkelijke weg. Ze zal lang en steil zijn. Maar het is wel hun weg, diegene die zij gekozen hebben.

Hopelijk weergalmt dit signaal nog lang in de wandelgangen van onze parlementen, centrale banken en driesterren restaurants. De democratie, die is van het volk.

Dit opiniestuk verscheen in DM (27/01)